Jongeren verhuizen minder vaak voor studie of werk. Zij blijven langer in het ouderlijk huis wonen en beperken vaker hun keuzes tot de eigen regio, met directe gevolgen voor opleidingskansen, loopbanen en persoonlijke en inkomens-ontwikkeling. In het publieke debat wordt deze ontwikkeling vrijwel automatisch gekoppeld aan het woningtekort. Hoewel begrijpelijk, laat dit een tweede structurele factor grotendeels buiten beeld: de staat van onze mobiliteit.
De mate waarin mensen zich eenvoudig, betaalbaar en betrouwbaar kunnen verplaatsen, bepaalt welke banen, opleidingen en voorzieningen voor hen binnen bereik liggen. En dit heeft bredere gevolgen. Betere verbindingen vergroten het functionele stedelijke gebied en maken arbeidsmarkten omvangrijker en diverser. Dit vergroot de kans op passende matches tussen mensen en banen, stimuleert kennisuitwisseling en versnelt innovatie.
Investeringen in mobiliteit zijn een krachtig instrument tegen schaarste op de woning- en arbeidsmarkt. Goede bereikbaarheid vergroot steden zonder extra ruimtebeslag. Wanneer regio’s binnen acceptabele reistijden met elkaar zijn verbonden, functioneren zij feitelijk als één gedeelde arbeids- en woningmarkt. Een woning hoeft zich dan niet in de stad te bevinden om toegang te bieden tot stedelijke kansen.
Voor Nederland zijn er concrete acties voor te stellen. Die Lelylijn tussen Noord-Nederland en de Randstad moet er nu toch echt eens komen: deze verbindt de noordelijke provincies en verkleint zo regionale verschillen. Een fijnmazig en hoogfrequent openbaarvervoersnetwerk kan de Randstad laten functioneren als één geïntegreerde metropolitane regio. Als Tokyo, een stad met dertig miljoen mensen, leefbaar wordt gehouden door een omnipresent metronetwerk, waarom zou dat in de (qua oppervlak viermaal grotere) Randstad niet kunnen?
Op Europees niveau dragen hogesnelheidsverbindingen bij aan economische samenhang, grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit en verdere verduurzaming van transport. En zelfs internationale luchtvaart hoort in dit perspectief thuis. Vliegen vergroot handelingsvrijheid, brengt culturen samen en maakt mondiale kennisuitwisseling mogelijk. Een logische links-progressieve visie betreft hierom ook massale investering in duurzame synthetische brandstoffen.
De Amerikaanse historicus Marc Dunkelman beschrijft hoe progressieve politiek de afgelopen decennia sterk is gaan leunen op wat hij ‘power-down’ noemt: het decentraliseren van macht, het maximaliseren van inspraak en het beschermen van individuele rechten. Dat heeft belangrijke verworvenheden opgeleverd, maar het heeft ook het vermogen ondermijnd om nog grote collectieve vooruitgang te organiseren. Juist bij infrastructuur, woningbouw en mobiliteit werkt machtsspreiding verlammend. Gemeenschappelijke belangen verliezen het dan van de rechten van enkele individuen.
Een vernieuwend links-progressief verhaal vraagt daarom om herwaardering van ‘power-up’: een overheid die regie neemt, prioriteiten stelt en grootschalige publieke investeringen organiseert in het algemeen belang. Zonder centrale sturing komen geen nieuwe spoorlijnen tot stand, ontstaat geen geïntegreerd metropolitaan ov-netwerk en blijven duurzame alternatieven voor luchtvaart achter. Emancipatie vraagt niet alleen om bescherming, maar ook om collectieve capaciteit. Een overheid die beweging mogelijk maakt, vergroot vrijheid, samenhang en vertrouwen in de samenleving.
Hidde Boersma is filmmaker en publicist. Binnenkort verschijnt van zijn hand samen met Floris Kreiken Overvloed, bij Atlas Contact.