Het gaat de laatste tijd vaak over regeldruk voor bedrijven. Is dat terecht? Een interview met FNV-economen Vera Vrijmoeth en Tijmen de Vos, auteurs van de nieuwbrief Rode Cijfers en van het boek Machtige Mythes: hoe 21 economische sprookjes ons land steeds ongelijker maken (en wat daaraan te doen).

Janneke Holman & Tessa Dool
Beiden werkzaam bij de Wiardi Beckman Stichting

Voor elke nieuwe regel moet er één worden afschaft, zei D66-leider Rob Jetten in de verkiezingscampagne. Vijfhonderd regels voor bedrijfsleven worden voor de zomer geschrapt, schreef minister van Economische Zaken Vincent Karremans aan de Tweede Kamer. En om concurrerend te blijven met China en de Verenigde Staten, moet EU-regelgeving eenvoudiger, stelde oud-ECB-directeur Mario Draghi in zijn rapport aan de Europese Commissie. 

Regeldruk voor bedrijven staat volop in de belangstelling. Is de regeldruk in Europa en Nederland echt zo hoog?
Tijmen de Vos: ‘In 2024 publiceerde Mario Draghi een lijvig rapport waarin hij uiteenzet hoe de Europese economie de komende jaren hervormd moet worden om concurrerend te blijven met China en de Verenigde Staten. Daarin schrijft hij waarom de productiviteit in Europa de afgelopen 20 à 25 jaar minder is gegroeid. Die afname in productiviteit beperkt de economische groei, dus heeft hij onderzocht wat de oorzaken zijn. Daarbij wijst hij terecht op het gebrek aan investeringen: er wordt door bedrijven relatief weinig geïnvesteerd, terwijl de winsten zijn gestegen. 

Tijmen de Vos en Vera Vrijmoeth

Vervolgens problematiseert Draghi de Europese regeldruk, maar hij heeft beperkte data om dat te onderbouwen. Hij zegt bijvoorbeeld dat het Europees Parlement veel meer regels heeft geproduceerd dan het Amerikaanse Congres. Dat klopt, maar ten eerste is het Europees Parlement veel nieuwer dan het congres, dus zij maken nu wetgeving waar ze in de VS al tweehonderd jaar mee bezig zijn. Ten tweede, het Congres is niet de belangrijkste instantie die regels maakt. Dat is in de VS de uitvoerende macht, met agentschappen als de Environmental Protection Agency.’ 

Vera Vrijmoeth: ‘Naast dat Draghi-rapport is er ook door werkgevers op een gegeven moment alarm geslagen over de regeldruk. Dat werd breed overgenomen door politici. Maar als je kijkt naar de cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dan zie je dat Nederland en Europa juist een lagere regeldruk hebben dan de VS. Dit verschil wordt alleen maar groter. Terwijl de regeldruk in de VS tussen 2018 en 2023 constant bleef is de Europese regeldruk gedaald.’ 

Toch doet bijvoorbeeld Jetten zo’n belofte, dat voor elke nieuwe regel er twee worden geschrapt. Waar komt dat vandaan?
De Vos: ‘Die uitspraak van Jetten is natuurlijk onzin, want je moet de beste regels willen waarmee je het land vooruithelpt. Dus als je een nieuwe regel instelt, moet je niet willen wachten tot er twee andere zijn geschrapt. De aandacht voor regeldruk is ook absoluut niet nieuw: de titel van het hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Balkenende II in 2003 was Meedoen, meer werk, minder regels. Het gaat zelfs veel verder terug. Historicus Timon de Groot liet zien dat werkgeversorganisaties in de jaren dertig ook klaagden over de invoering van de achturige werkdag en de 27 controleurs die op bedrijven werden afgestuurd. 

We hebben als je internationaal kijkt juist heel stimulerende regelgeving voor het bedrijfsleven om te investeren en om te concurreren. Die regelgeving zit bedrijven dus nauwelijks in de weg. Toch wordt er vaak op teruggegrepen in discussies over het ondernemingsklimaat. Ik denk dat het voortkomt uit het gevoel dat we nauwelijks vooruitkomen. Nederland zit ook aardig vast, maar dat komt niet door regeldruk. Dan moet je eerder denken aan de stikstofcrisis die de bouw belemmert, of netcongestie waardoor nieuwe bedrijven niet meer zomaar aangesloten kunnen worden op het stroomnet. 

Het doel van bedrijven en lobbyisten is om regeldruk zo breed mogelijk te definiëren om punten binnen te halen die ze altijd al binnen wilden halen. Je weet ook nooit over welke regels ze het specifiek hebben. Een belangrijke reden dat men regeldruk wil verminderen, is bijvoorbeeld om de tech-sector te laten groeien in Europa, maar de regels die vervolgens worden aangepakt gaan over werken met gevaarlijke stoffen of hoe hoog het plafond mag zijn in een nieuwbouwwoning. Ja sorry, dat heeft er dus niks mee te maken.’

Waarom slaat het verhaal over regeldruk zo aan?
De Vos: ‘Er zit natuurlijk een logica achter dat veel mensen regels an sich vervelend vinden. Ik vind het ook vervelend als ik voor een rood stoplicht moet wachten. Terwijl dat rode stoplicht en andere verkeersregels natuurlijk best fijn zijn omdat ze ongelukken voorkomen. Mensen zien vaak niet direct wat de voordelen van regels zijn voor henzelf of voor de samenleving als geheel. 

We vergeten ook vaak dat ondernemers zelf de grootste bron zijn van regeldruk voor hun werknemers. Veel van die administratieve lasten in de zorg komen niet door de overheid, maar door regels van het ziekenhuis, de zorgorganisatie of van verzekeraars. Dus door hun eigen baas, die graag wil weten waar werknemers mee bezig zijn. Mensen merken in hun dagelijks werk dus veel van regeldruk, terwijl die niet door de overheid komt.’

Jullie punt is ook: regels zijn wel degelijk van waarde
Vrijmoeth: ‘Als je kijkt naar de vijfhonderd regels die Karremans tegen het licht wil houden, dan staat de AVG-regelgeving rond gegevensbescherming op de lijst. De AVG is er niet voor niks gekomen. Daar zit een belang van consumenten en burgers achter, voor privacy en het voorkomen van datalekken zoals recent bij het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. CBS-statistieken worden genoemd, maar ook die hebben een functie, namelijk dat we weten wat er überhaupt gebeurt in dit land. Bij veel van deze regels is een duidelijk maatschappelijk belang.’

Regels lukraak schrappen is dus niet de oplossing. Wat zou de overheid wel kunnen doen voor een beter ondernemingsklimaat en het verhogen van de productiviteit? 
De Vos: ‘Het is interessant dat Draghi in zijn rapport inzoomt op de tech-sector omdat die in de VS productiever is dan in Europa. Maar de vraag is of dat door een lagere regeldruk komt. Als we kijken naar de plekken waar de tech-sector en ‘fintech’, de financiële kant van tech, het goed doen, dan is dat op één vierkante kilometer in Sillicon Valley en Wall Street: de twee meest gereguleerde staten van Amerika, Californië en New York. 

Er zijn genoeg rechtse, rode staten in Amerika die hebben geprobeerd om dat te kopiëren met deregulering, maar soortgelijke hubs komen daar gewoon niet van de grond. Wat zie je in Sillicon Valley en Wall Street wel? Goed opgeleid personeel en een goede infrastructuur die veel belangrijker zijn om de productiviteit te verhogen.’ 

Vrijmoeth: ‘Voor die productiviteit heb je dus juist investeringen nodig, bijvoorbeeld in onderwijs. Maar het voelt voor veel mensen als een paradox dat een sterke publieke sector helpt bij het creëren van welvaart en productiviteit.’ 

De Vos: ‘Een goed economisch klimaat hangt niet alleen af van ondernemers. Er werken in dit land enorm veel mensen, in zowel de publieke als de private sector. En dat zijn grotendeels geen ondernemers. Als we zzp’ers buiten beschouwing laten, hebben we 500.000 bedrijven, 500.000 ondernemers en 10 miljoen werkende mensen. Die hebben allemaal toegevoegde waarde, produceren allemaal en zorgen ervoor dat het land blijft draaien. Dat zien we bij de vakbond heel duidelijk: als mensen in de (semi)publieke sector gaan staken, bijvoorbeeld in de zorg of het openbaar vervoer, dan loopt het land vast. Zij hebben net zoveel toegevoegde waarden als ondernemers. Het centraal stellen van ondernemers in de economie is daarom onjuist. 

Daarnaast is er de roep dat de overheid minder moet consumeren en meer moet investeren, waar we niet te makkelijk in mee moeten gaan, omdat bepaalde uitgaven dan heel snel als investering worden gekenmerkt en andere juist niet. Cadeautjes geven aan het bedrijfsleven heet dan opeens een investering. Terwijl veel ‘consumerende’ uitgaven juist ook investeringen zijn: zorg is geen uitgave, maar een investering in mensen en daarmee werknemers. Het onderwijs is geen uitgave, maar een investering in het toekomstige verdienvermogen. De werkloosheidsuitkering (WW) verkorten is geen gunstige besparing, maar korten op investeringen om mensen weer aan een baan te helpen. Ja, de overheid moet economische ontwikkeling aanjagen, maar we moeten wel oppassen dat een campagne rond regeldruk uitmondt in bezuinigingen op de publieke sector en het uitdelen van cadeautjes aan het bedrijfsleven.’ 

Vrijmoeth: ‘Dit gaat eigenlijk over hoe je naar de overheid kijkt. Door het bedrijfsleven wordt altijd benadrukt dat ze meer winst moeten maken om meer te kunnen investeren. Maar bij bedrijven zijn de winsten van de afgelopen dertig jaar toegenomen, en ze zijn niet meer gaan investeren. 

De vraag is dus: hoe kan je ervoor zorgen dat het bedrijfsleven in Nederland wel gaat investeren? Een belangrijk element daarbij is dat in er veel lage lonen zijn in Nederland, waardoor er weinig prikkels zijn om te investeren om de productiviteit te doen toenemen. Bijvoorbeeld in de glastuinbouw en distributiecentra. Juist nu, met veel arbeidskrapte, wil je dat bedrijven investeren zodat mensen meer gedaan krijgen in minder tijd. Als de overheid daar meer op durft te sturen, door werkomstandigheden te verbeteren en lonen te verhogen, ontstaat er concurrentie, en hebben die bedrijven dus wel die prikkel om te investeren in hun bedrijf.’ 

Wat adviseren jullie aan politici met jullie inzichten te doen? 
Vrijmoeth: ‘Wij liepen er bij het schrijven van ons boek tegenaan dat als je een mythe ontmantelt, je eerst uitgebreid op die mythe moet ingaan, met het risico dat juist dat blijft hangen bij mensen. Natuurlijk is het goed om te benoemen dat regels een functie hebben, maar je kunt ook best aanvallend zijn: niet alleen praten over het behouden van regels, maar ook over wat kan worden aangepast of wat beter kan.’ 

De Vos: ‘Als we niet concreet maken wat regels schrappen betekent, is het heel makkelijk voor partijen die gewoon zeggen 'regeldruk is een probleem' om blind vijfhonderd regels af te schaffen in Nederland. Laat partijen eerst maar eens verdedigen waarom een regel weg moet. Wat mij betreft moet je het debat wel zo voeren, op het scherpst van de snede. 

En prik door belachelijke voorstellen heen: we willen bijvoorbeeld meer tech, maar na het Draghi-rapport is de Europese anti-ontbossingswet versoepeld waarmee de papierindustrie wordt geholpen. Het is belangrijk om duidelijk te maken dat dit gebeurt. 

We moeten de aankomende tijd ook verder werken aan ‘smoking guns’ zoals de ‘chloorkip’. De chloorkip werd het symbool van de gevolgen van TTIP, het handelsverdrag tussen Europa en Amerika dat er uiteindelijk niet kwam. Door landbouwproducten makkelijker verhandelbaar te maken zouden Europese standaarden worden verlaagd, waardoor hier kippen die schoon worden gemaakt met chloor in de schappen zouden komen te liggen. Dat riep veel weerstand op. Die chloorkop liet duidelijk zien wat de gevolgen zijn van deregulering.’ 

Vrijmoeth: ‘Belangrijk is ook dat regels schrappen veel sneller gaat dan regels opbouwen. Dat moet je ook niet vergeten. In Europa is er jarenlang gewerkt aan allerlei regelgeving die nu erg onder druk staat of wordt geschrapt. En dat gaat allemaal heel rap, dat geldt ook voor Nederland.’

In Europa en Nederland staat nu heel veel regelgeving onder druk, van werken met chemische stoffen, ontbossing, de anti-wegkijkwet die ketenverantwoordelijkheid voor bedrijven regelde, tot loontransparantie voor een gelijke beloning voor vrouwen en mannen. Zie ook het artikel van Elmar Smid in dit S&D-nummer. Wat kunnen we hiertegen doen?
Vrijmoeth: ‘Je moet het concreet maken, maar ook plaatsen binnen het grotere offensief dat gaande is. In een document van Business Europe, de Europese werkgeverslobby, staat nu ook dat ze regels rond kankerverwekkende stoffen in speelgoed willen versoepelen. Leg bloot wat dat voor mensen betekent, maar vertel ook hoe ondoorzichtig maar succesvol die lobby van bedrijven is. Een groter probleem is dat we in de Nederlandse media überhaupt weinig horen over dit soort belangrijke besluiten in Brussel. 

Ook in Nederland is het niet transparant wat er precies gebeurt op ministeries en hoe de lobby werkt. Dus dan kom je toch weer uit op dat concrete: mensen worden geïnteresseerd als je laat zien wat de uitwerking is. En mensen kunnen ook boos worden als je laat zien welke belangen wel en niet worden gehoord. Dat helpt om mensen in beweging te krijgen.’

Moeten politieke partijen meer het verhaal vertellen dat bedrijven hiermee regelrecht tegen het maatschappelijk belang ingaan?
Vrijmoeth: ‘Ja, ik denk dat je de macht van bedrijven kunt problematiseren. We hebben in de tijd van hoge inflatie gezien dat er veel marktmacht is, wat leidt tot hogere winstmarges voor bedrijven in zo’n periode, terwijl heel veel mensen de boodschappen steeds moeilijker kunnen betalen. Dus ik vind het wel interessant om erover na te denken of je niet meer moet ingrijpen op die koers van bedrijven. 

Als je bedrijven meer in lijn kunt krijgen met het maatschappelijk belang, hoef je niet telkens met regels te corrigeren. Met regels loop je altijd achter, omdat je iets probeert te corrigeren. Eigenlijk wil je dat bedrijven een ander doel krijgen en mensen en milieu minder uitbuiten. Dat gaat niet om veel meer regels, maar om de macht van en zeggenschap over bedrijven. Bedrijven dienen nu de aandeelhouder en dat is over het algemeen een rijke groep mensen en niet een groter maatschappelijk belang.’

Hoe zou je dat maatschappelijke belang kunnen verankeren in het bedrijfsleven?
Vrijmoeth: ‘Met een democratiseringsbeweging, dus dat bijvoorbeeld werknemers meer zeggenschap in het bedrijf krijgen. Daar bestaan verschillende ideeën over. Denk aan coöperaties van werknemers. Of aan het twee-kamer-model van Isabelle Ferreras, waarbij er consensus moet zijn tussen aandeelhouders en werknemers. Je kunt ook denken aan nationalisering, waarbij de overheid meer zeggenschap krijgt over bepaalde sectoren, wat bijvoorbeeld bij verduurzaming best logisch is. Of je geeft steun aan een bedrijf, zoals Tata Steel, maar koppelt die steun als overheid aan zeggenschap. 

Het gaat de hele tijd over dat we ondernemers moeten helpen, maar waarom willen we dat? Als je het maatschappelijk belang vooropzet, krijg je betere maatschappelijke uitkomsten. Europa is daar juist sterk in: we hebben een iets lager inkomen per hoofd van de bevolking dan in de VS, maar de levensverwachting is hoger, mensen zijn gezonder en gelukkiger, ons water en de lucht die we inademen zijn schoner.’ 

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.