In zijn recent uitgekomen boek Een mens is geen machine memoreert Timon de Groot dat de Nederlandse Arbeidsinspectie dit jaar maar liefst 135 jaar bestaat. Vanaf de oprichting in 1890, toen er drie Inspecteurs van de Arbeid werden aangesteld, is het doel van de Arbeidsinspectie al om veilig, gezond en eerlijk werk te garanderen voor alle werkenden. Die missie is vandaag de dag nog even relevant. Echter, door politieke keuzes is de slagkracht van de Arbeidsinspectie ernstig beperkt, waardoor zij haar missie onvoldoende kan realiseren.

De Arbeidsinspectie heeft altijd bijzondere aandacht gehad voor eerlijk en waardig werk aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt; een thema dat ook in dit S&D-nummer centraal staat. Dit uit zich in een gerichte inzet voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, voor wie de lasten en lusten van werk het meest oneerlijk zijn verdeeld. Waar de focus bij de oprichting lag op het tegengaan van kinderarbeid, verschoof deze in de loop van de vorige eeuw naar de arbeidsmarktpositie van vrouwen, en meer recentelijk naar die van uitzendkrachten, arbeidsmigranten en mensen die te maken krijgen met arbeidsmarktdiscriminatie. 

Voor deze groepen is eerlijk en waardig werk geen vanzelfsprekendheid. Dit is niet verwonderlijk, aangezien er binnen ons kapitalistische systeem een inherente spanning bestaat tussen de belangen van werkgevers (winstmaximalisatie en dus lage kosten van arbeid) en die van werknemers (eerlijk en waardig werk). Bovendien zorgen nieuwe technologieën ervoor dat oude problemen weer opduiken in een nieuw jasje - zoals ‘vlogfamilies’ die online geld verdienen met hun kinderen. Toezicht op de kwaliteit van werk zal dus niet zomaar overbodig worden. 

De afgelopen decennia heeft de politiek het echter niet makkelijk gemaakt voor de Arbeidsinspectie. Terwijl de economische groei onder druk stond en werkgevers klaagden over ‘inspectielasten’, werd ‘minder regels en dus minder toezicht’ het devies. Onder de kabinetten-Balkenende I tot en met Rutte II groeiden het takenpakket van de Arbeidsinspectie én het aantal te inspecteren bedrijven, maar door reorganisaties groeide het personeel niet evenredig mee. Proactief toezicht houden werd hierdoor steeds moeilijker. Sterker nog, de politiek legde de verantwoordelijkheid voor het toezicht op arbeidsrisico’s in toenemende mate bij de werkgevers.

Pas na een reeks grote incidenten werd breed erkend dat de slagkracht van de Arbeidsinspectie ondermijnd was. Daarop investeerden de kabinetten Rutte-III en IV voor het eerst in jaren weer structureel in de capaciteit van de Arbeidsinspectie. Toch is deze nog steeds te beperkt: statistisch gezien krijgt een gemiddeld bedrijf slechts eens per 23 jaar te maken met de Arbeidsinspectie, via een interventie die kan variëren van een inspectiebezoek tot een brief. Terwijl het veranderde karakter van de arbeidsmarkt (flexibilisering, platformisering, globalisering) juist vraagt om extra en gespecialiseerd toezicht. 

Kortom, als de partijen die nu gaan formeren waarde hechten aan eerlijk en waardig werk, zullen zij structureel moeten investeren in de slagkracht van de Arbeidsinspectie.

Auteur(s)

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.