Bij de totstandkoming van de Voorjaarsnota werd in stilte voor Pasen de onderwijskansenregeling de nek omgedraaid. Hiermee wordt de emancipatie van de meest kwetsbare kinderen in Nederland doelgericht onzalig verklaard. Op Goede Vrijdag nagelde het kabinet definitief zijn laatste stukje fatsoen aan het kruis. Het paasontbijt van de fractievoorzitters van de coalitie zal er naar alle waarschijnlijkheid niet minder om hebben gesmaakt.
In tegenstelling tot ander beleid dat in de afgelopen decennia op het ministerie is bedacht, is de onderwijskansenregeling een voorbeeld van een uitstekende regeling waar het egalitaire Nederland trots op mag zijn. Deze regeling is een vertaling van de bereidwilligheid van de samenleving ongelijk te willen investeren in gelijkere uitkomsten vanuit het besef dat niet ieder kind het even gemakkelijk heeft in de vaart der volkeren.
In de praktijk betekent deze regeling dat scholen met de meest kwetsbare leerlingen structureel meer bekostiging ontvangen. Hierdoor zijn op deze scholen de klassen kleiner, is er meer lestijd en zijn er allerlei faciliteiten waardoor de leerling beter tot leren komt. Kortom, meer tijd voor de leraar en meer aandacht voor de leerling. Scholen die in aanmerking komen voor de onderwijskansenregeling maken hiermee dagelijks een enorm verschil voor hun leerlingen. De onderwijskansenregeling is niet weg te denken, en scholen zijn er volledig op ingericht.
Deze daad van solidariteit kost de belastingbetaler ieder jaar circa 170 miljoen euro. Naast sociaal is deze overheidsuitgave ook fortuinlijk voor de welvarende Nederlanders, want de investering wordt dubbel en dwars terugverdiend met beter opgeleide, zelfverzekerdere en zelfstandigere burgers.
In het houtje-touwtje-foutje akkoord dat leidde tot de Voorjaarsnota werd de onderwijskansenregeling volstrekt onverwacht, en zonder enige ruggenspraak met de onderwijssector, opgeofferd voor allerhande marginale zoethoudertjes richting de achterban van de coalitiepartijen. Zowel het onderwijs als het kwetsbare kind heeft momenteel weinig politieke vrienden. Ook in de eerste reacties van de oppositiepartijen op het zuur dat het zoet van de Voorjaarsnota moest compenseren, kreeg in tegenstelling tot andere onderwerpen het schrappen de onderwijskansenregeling nauwelijks aandacht.
De komende maanden zal de staatsecretaris haar herstelplan funderend onderwijs verder uitwerken. Het kabinet spreekt scholen hierin aan op het belang van het onderwijzen van de basisvaardigheden (zoals taal, rekenen en burgerschap), en dat is niet geheel onterecht. Maar juist in het licht van dit herstelplan is het niet te verteren dat deze emancipatoire regeling achteloos bij het vuil wordt gezet.
Als de emancipatie van het kwetsbare kind in dat plan geen fundamentele plaats krijgt, is de staatsecretaris geen knip voor haar neus waard. De bonden en werkgevers hebben aangegeven te zullen knokken en sluiten acties niet uit. Stevige rugdekking van Timmermans en andere oppositieleiders mag daarbij niet ontbreken.