Onze straten dienen één primair doel: de snelle, vrije doorstroming van auto’s en verkeer. Voetgangers, fietsers, spelende kinderen en kwetsbare groepen moeten wijken voor de auto. Elke dag gaan twee mensen dood, raken er dertig zwaargewond en wordt onze gezondheid aangetast door uitlaatgassen en geluidsoverlast. 

Mobiliteit en stedelijk ontwerp zijn sociale thema’s. Ze bepalen onze toegang tot werk, onderwijs, zorg en sociale contacten, en onze toegang tot spelen, wandelen en het opbouwen van gemeenschappen. Een onrechtvaardige straat versterkt bestaande ongelijkheden: de arme, de jongere, de oudere, de persoon met een beperking of de persoon zonder auto betaalt de prijs voor andermans snelheid.

Het is tijd om het gesprek over de straat radicaal anders te voeren. Wat is een straat eigenlijk? Is die louter een transportcorridor? Of is de straat de belangrijkste publieke ruimte die we hebben - onze collectieve woonkamer — en is die van ons allemaal?

We kunnen zien wat nu onrechtvaardig is, als we gezondheid, leefbaarheid, kansen tot ontplooiing en gemeenschapszin centraal stellen. Onrechtvaardig zijn straten waar spelende kinderen niet welkom zijn door het verkeer, waar parkeerplekken meer ruimte krijgen dan een bankje voor ontmoeting en waar een moeder met kinderwagen niet over de stoep kan lopen door de geparkeerde auto’s. Een onrechtvaardige straat kost de samenleving enorm veel: aan gezondheidszorg, eenzaamheid, verminderde leefkwaliteit en klimaatimpact.

Een rechtvaardige straat is een plek die werkt voor ál haar bewoners en gebruikers. In deze straat wordt iedereen gelijk behandeld, met aandacht voor de kwetsbaarsten. De straat wordt ontworpen met de bewoners en gebruikers, voor meer dan verplaatsing: voor verblijf, spelen en sociale interactie. Met oog voor schone lucht, lopen, fietsen, stilte en groen, en met een inrichting die bijdraagt aan klimaatadaptatie, circulair materiaalgebruik en biodiversiteit.

Dit vereist andere taal, visie en actie. Laten we niet spreken over ‘doorstroming’, ‘parkeerproblemen’ of ‘verkeersaders’, maar over ‘verblijfskwaliteit’, ‘ontmoetingsruimte’ en ‘kindvriendelijkheid’. Kijk bij de evaluatie van een autobeperkende verkeersmaatregel niet alleen naar autobereikbaarheid, maar ook naar spelende kinderen op straat of mensen met astma die weer met het raam open kunnen slapen. 

Ja, de politiek kan voetgangers en fietsers voorrang geven bij de straatinrichting, parkeernormen vervangen door mobiliteitsnormen, ruimtelijke ordening koppelen aan nabijheid, en investeringen verplaatsen van asfalt naar groen en sociale infrastructuur.

Maar laten we deze gemeenteraadsverkiezingen het gesprek vooral over waarden voeren, in plaats van over technocratische mobiliteitsjargon zoals ‘hubs’ of ‘STOMP’. Stel in debatten of bij het canvassen de fundamentele vragen: zouden we onze steden en dorpen vandaag als blanco canvas opnieuw inrichten voor gemotoriseerd verkeer? Hoe zorgen we dat kinderen weer autonomie en avontuur op straat ervaren? We kunnen kiezen voor straten die verbinden, gezond maken en kansen bieden. De technische oplossingen komen dan vanzelf.

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.