We moeten niet terug naar een wereld van invloedssferen. Daar zijn Jan Pronk en ik het over eens, zo blijkt uit zijn reactie op mijn essay in het vorige nummer van S&D. Ik ben blij dat het misverstand uit de weg is geruimd. 

Het toekennen van invloedssferen aan grootmachten ondermijnt het recht op zelfbeschikking van de kleinere landen die de pech hebben tot zo’n sfeer te worden gerekend. Daarmee staat deze vorm van grootmachtdenken op gespannen voet met het VN-Handvest. 

In het huidige tijdsgewricht, met agressieve autocraten aan de macht in Moskou, Beijing en Washington, vormt het denken in invloedssferen een bedreiging voor de democratische wereld; het wordt aangegrepen om de Russische invasies in Oekraïne, de intimidatie van Taiwan door de Chinese Volksrepubliek en Trumps claim op Groenland goed te praten. Daar komt bij dat invloedssferen geen stabiliteit opleveren: ze brengen grootmachten in conflict met elkaar en met de landen die zij willen overheersen – zie Oekraïne, dat zich niet laat onderwerpen door Poetin.[1]

Pronk wijst er terecht op dat landen ook zonder erkenning van invloedssferen rekening kunnen en moeten houden met elkaars veiligheidsbelangen. Daarbij speelt wapenbeheersing een belangrijke rol. Wapenbeheersingsakkoorden worden gesloten tussen tegenstanders, niet tussen bondgenoten. De geschiedenis leert dat dergelijke akkoorden zelfs in tijden van verhoogde spanning tot stand kunnen komen.[2]

Vooral op het gebied van massavernietigingswapens moeten we dringend op zoek naar nieuwe manieren om tot wapenbeheersing te komen, zeker nu de VS en Rusland het laatste verdrag dat bindende, verifieerbare limieten oplegde aan de strategische kernwapens van beide landen (New START) hebben laten verlopen.

Een aangrijpingspunt voor nieuwe wapenbeheersingsgesprekken kan wellicht worden gevonden in de gezamenlijke verklaring van de VS en China uit 2024 dat kunstmatige intelligentie nooit mag beslissen over de inzet van kernwapens.[3] Van belang is ook de verklaring van de G20-landen – inclusief Rusland – uit 2022 dat ‘het dreigen met of gebruiken van kernwapens ontoelaatbaar is’.[4]

Pronk pleit voor een breder ‘Geneefs veiligheidspact’, dat behalve een aanzet tot wapenbeheersingsonderhandelingen ook een herbevestiging zou moeten vormen van de basisregels van het VN-Handvest, de mensenrechten en het streven naar gezamenlijk beheer van de ‘global commons’. Ik betwijfel of zo’n pact op dit moment haalbaar is, als daarbij de voorwaarde geldt dat alle grootmachten mee moeten doen. Vooral Trump en Poetin zijn te zeer in de ban van imperialistische grootheidswaan, extractivisme en zero-sumdenken. ‘Macht boven recht’ is zo ongeveer de kern van hun geopolitieke strategie.

Maar we zien dezer dagen ook dat zowel de VS als Rusland hun grootmacht-status te grabbel gooien. Trump verzwakt zijn land door ongebreidelde corruptie en despotische willekeur, door het verraden van bondgenoten en het verspelen van de Amerikaanse soft power. 

In Iran is Tromp hard op de grenzen van zijn hard power gebotst; voor het oog van de wereld wordt hij vernederd door het ayatollahregime. Timothy Snyder spreekt van ‘superpower suicide‘[5], en dat geldt al evenzeer voor Rusland. Poetin heeft zich verkeken op de vrijheidsdrang van de Oekraïners. De oorlogseconomie die hij heeft opgebouwd vormt een drijfveer voor voortgaande agressie, mogelijk ook tegen oostelijke NAVO-landen, maar biedt geen houdbaar economisch model.

China, dat zijn militair avonturisme vooralsnog beperkt tot de Zuid-Chinese Zee, lijkt de lachende derde grootmacht. Ook dat land kent echter forse zwaktes, van een gebrek aan bondgenoten en soft power tot een razendsnel vergrijzende bevolking. Zijn economie draait op export, maar China’s gesubsidieerde dumping wordt steeds minder geaccepteerd. Door kritieke grondstoffen in te zetten als handelswapen, zet Beijing zijn handelspartners ertoe aan alternatieve leveranciers te vinden.

Nieuwe kansen voor diplomatie

Een wereld van verzwakte grootmachten wordt niet per se stabieler. Zo’n wereld schept wel nieuwe kansen voor de diplomatie. Er ontstaat dan meer ruimte voor Europa en zijn democratische bondgenoten om te werken aan reparatie van de internationale rechtsorde, bijvoorbeeld via een veiligheidspact. Dat vraagt om samenwerking met het mondiale Zuiden, zoals Pronk onderstreept in het vorige S&D-nummer. 

Als Europa zijn dubbele standaarden afzweert, openen zich ook mogelijkheden om aan te sluiten bij de steeds zichtbaarder vormen van machtsuitoefening van onderop. Denk aan de transnationale empathie met het Palestijnse volk, die bijdraagt aan het diplomatieke isolement van de Israëlische regering en aan de betrokkenheid van de civiele samenleving in Oekraïne, die zo bepalend is voor de militaire weerbaarheid van het land. Deze ‘sociale energie’, in de woorden van de Franse politicoloog Bertrand Badie, begrenst steeds vaker de macht van regeringen, diplomaten en militairen. Maar zij kan ook de katalysator zijn van doorbraken in mondiale solidariteit en rechtvaardigheid.[6]

Noten

[1] Zaki Laïdi (13 maart 2026). The Spheres-of-Influence Illusion, Project Syndicate.
[2] Agatha Verdebout & Anne Xuan Nguyen (2024). Green Approaches to Security and Defence
[3] Jarrett Renshaw & Trevor Hunnicutt (17 November 2024). Biden, Xi agree that humans, not AI, should control nuclear arms, Reuters.
[4] NoFirstUse Global (12 december 2022). Breakthrough at the G20 Summit: Leaders of nuclear weapon and allied states affirm the inadmissibility of nuclear weapons threat or use.
[5] Timothy Snyder (14 mei 2026). America’s Superpower Suicide, Project Syndicate.
[6] Bertrand Badie (2026). Par-delà la puissance et la guerre. La mystérieuse énergie sociale.

Auteur(s)

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.