Ik heb u niet verraden
Ik heb u niet verraden. Ik heb uw naam niet genoemd.
Ik ben u trouw gebleven, trouw ook aan het kind dat ik
was doen u om mij gaf. Nee, ik heb u niet verraden.
Ik heb u niet verraden. Ik heb gezwegen over uw beroep,
over uw straat en uw huis. En ik heb zelfs uw naaktheid
aan niemand uitgelegd. Ik heb uw naam niet genoemd.
Ik heb u niet verraden, al ben ik zo veel jaren niet meer
het kind dat u had. Ik heb uw gezicht niet uitgetekend.
Ik heb uw geheim bewaard. Ik heb uw naam niet genoemd.
Ik heb u niet verraden. Ik zorg voor u. Ik zorg al honderd
duizend miljoen jaren langer voor u dan een kind kan duren.
Maar ik zal uw naam niet noemen. Ik zal u niet verraden.
Ted van Lieshout
Ik heb u niet verraden, uit: Wat heb jij gedaan om mij gelukkig te maken? Uitgeverij Leopold 2026
Toen Ted van Lieshout elf jaar oud was, gebeurde er iets wat zijn verdere leven en later zijn schrijverschap ingrijpend zou bepalen. De jonge Ted, een gevoelige, kunstzinnige jongen die een aantal jaar daarvoor zijn vader verloor, sluit vriendschap met een man die bij hem in de buurt woont. Het aanvankelijk onschuldige contact verwordt al snel tot een vorm van seksueel misbruik. Over deze periode schrijft Van Lieshout later veel, zoals in de bundel Zeer kleine liefde (1999) en in de aangrijpende roman Mijn meneer (2012).
De dubbele – misschien wel drie-, vier- of duizenddubbele – gevoelens die Van Lieshout aan deze periode overgehouden heeft, maken dit onderwerp tot een thema waarover de schrijver blíjft nadenken en publiceren. Dat de ‘meneer’, zoals Van Lieshout de man consequent noemt, heel veel grenzen ver overschreden heeft, is evident – tegelijk was de vriendschap tussen de twee wel echt – in ieder geval aanvankelijk. De jonge Ted voelde zich gekend en bijzonder, en wist zich eindelijk eens gezien door een volwassene. Het is complex, het is ambigu en gevoelig en het maakt het onderwerp literair en maatschappelijk noodzakelijk.
Het werk van Van Lieshout over deze periode wordt niet getekend door rancune of zelfmedelijden. Vol mededogen beschrijft hij zijn jongere ik, zoals ook in Ik heb u niet verraden. Toen de schrijver begin jaren negentig een gevestigde naam in de Nederlandse kinderliteratuur werd, ontving hij een brief van ‘meneer’, die bang was dat zijn identiteit vroeg of laat in een boek van Van Lieshout openbaar gemaakt zou worden. Naar aanleiding hiervan ontstond onderstaand gedicht. Op de vraag waarom de schrijver zijn naam niet wilde noemen, schrijft Van Lieshout: ‘Omdat ik wist dat als ik dat deed, ik zijn leven zou verwoesten en daar wilde ik mijn geweten niet mee belasten. Ik vind wat hij heeft gedaan wel ernstig, maar niet erg genoeg om brute wraak te nemen.’
Sinds zijn debuut in de jaren tachtig heeft Ted van Lieshout zo’n beetje alles gewonnen wat er te winnen valt voor Nederlandse kinderboekenschrijvers. Hoewel hij moeilijke onderwerpen niet schuwt – Ik heb u niet verraden is een gedicht dat verscheen in een bundel voor kinderen – is niet al zijn werk even zwaar of moeilijk. Zo is Van Lieshout de laatste jaren ook erg succesvol met de Boer Boris-reeks – voor het wat jongere publiek.
Hermen Hoek en Marc van Osch zijn werkzaam als docent Nederlands op de OSG Hugo de Groot in Rotterdam. Met Vrijmipo bezorgen zij poëzie op bijzondere en onvermoede plekken.