Uiterst rechts is een diffuse stroming, zeker internationaal gezien. Een eenduidige, gezamenlijke staatsopvatting is er niet. Maar hoewel er nog niet expliciet wordt opgeroepen om de democratie af te schaffen, zijn er wel overlappende denkbeelden en antidemocratische sentimenten die de representatieve democratie ondergraven.
Erik van Ree
Gastonderzoeker naar radicale en extreme bewegingen aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam
Het is niet aannemelijk dat het Adolf Hitler was aan wie Elon Musk met gestrekte arm een groet bracht. Maar betekenisloos was het gebaar niet. Musk staat bekend als bewonderaar van het Romeinse Rijk. Eerder was het dus de ‘Romeinse groet’ die hij bracht. Overigens is deze vermoedelijk niet uit de oudheid afkomstig maar ontworpen door de excentrieke Italiaanse fascist Gabriele d’Annunzio en door Mussolini overgenomen.
Op 13 juni 2023 postte Musk het volgende intrigerende zinnetje: ‘Perhaps we just need a modern day Sulla.’ Wie was Sulla en waarom zou Musk naar hem verwijzen? In 82 v.C. greep Generaal Sulla, na een burgeroorlog, de macht in de Romeinse Republiek. Als militaire dictator nam hij wraak op diegenen onder de elite die hem gedwarsboomd hadden en die hij van corruptie beschuldigde. Hij produceerde een lijst met meer dan vijfhonderd namen van vogelvrijverklaarden, van wie er velen werden vermoord. Sulla was de eerste in een reeks van coupplegers die de Romeinse republiek zodanig destabiliseerden dat de instituties het begaven. Daarmee luidden zij het keizerrijk in.
Een ‘moderne Sulla’ – dat zou een president zijn die wraak neemt op zijn tegenstanders en een moordpartij aanricht onder de elite. Onheilspellend? Jazeker, en te meer als we ook dit meenemen: bij fascistisch Amerika bestaat al decennia de gedachte dat de leden van de linkse elite van Washington als landverraders ter dood gebracht moeten worden.
Een recente uiting van dit soort geweldsfantasieën vinden we binnen de extreemrechtse politieke beweging QAnon. Zij geloven dat de wereld eigenlijk wordt geregeerd door een satanisch-pedofiele elite en dat Trump, de redder, in het geheim strijdt om die elite te stoppen. Dit alles zou eindigen in ‘De Storm’. De Storm zou moeten worden ontketend door de president, die de staat van beleg en een militair bestuur afkondigt. Vervolgens worden de voormannen en -vrouwen van de elite voor een militair tribunaal gebracht en veroordeeld tot de dood door ophanging. De galg opgesteld bij het Capitool tijdens de bestorming was een vooraankondiging van De Storm. Nancy Pelosi en Mike Pence moesten dood. Sulla Redux.
Wat Musk en Trump precies voor ogen staat weten we niet. Het is onaannemelijk dat ze het scenario Sulla en De Storm daadwerkelijk gaan uitvoeren. Maar Trump flirt er wel degelijk mee. In september 2023 suggereerde hij op sociale media dat voormalig chef van de generale staf, generaal Mark Milley, de doodstraf verdient als verrader. In november 2024 merkte hij in een interview met Fox News op dat hij wel eens zou willen weten hoe zijn critica Liz Cheney zou reageren als er negen geweerlopen op haar gericht zouden worden. Het bloedscenario zweeft hem als prikkelende fantasie voor ogen.
Maar welke staatsopvattingen koesteren Trump en Musk eigenlijk? Waar willen zij met de Amerikaanse democratie naartoe? We zien hier een gezelschap van door succes extatisch opgepompte ‘sterke mannen’ die zichzelf almachtig wanen, de vleesgeworden wet van de jungle. Deze boeven durven te denken en hun fantasie is groot. Maar er is iets merkwaardigs aan de hand. De uiterst rechtse beweging - ook Europese geestverwanten zoals Wilders en Baudet bij ons - toetert op vol volume over migratie, racisme, kolonialisme, gender, klimaat, de Europese Unie, enzovoorts. Maar men blijft opvallend stil over de hamvraag die al deze kwesties overkoepelt: wat te doen met de democratie?
Drie opties
Uiterst rechts voelt zich verwant met de principieel antidemocratische, in 1900 overleden filosoof Friedrich Nietzsche en tevens met de ‘conservatieve revolutie’ van begin twintigste eeuw. Reactionaire Franse en Duitse denkers als Oswald Spengler, Arthur Moeller van den Bruck en Charles Maurras kunnen als voorlopers van het fascisme worden beschouwd. In hun ‘aristocratische’ gedachtegoed werden de liberale beginselen van vrijheid en gelijkheid geassocieerd met de Franse Revolutie en openlijk verworpen. Verheerlijkt werden daarentegen hiërarchie, ongelijkheid en kracht. De zwakke verdient slechts minachting.[i]
Hedendaags uiterst rechts is verder gecharmeerd door het meer recente werk van de zogenaamde Traditionalisten: René Guénon, Alexander Doegin, Julius Evola, Jean Thiriart. In hun gedachtegoed worden tradities uiterst reactionair geïnterpreteerd en als hoogste maatstaf gezien. De heilige traditie plaatst het hele streven naar vrijheid en gelijkheid buiten de orde.[ii]
Voor hedendaags uiterst rechts komt daar een tweede negatief kantelpunt in de geschiedenis bij, aanvullend op de Franse Revolutie: de jaren zestig. In die jaren werden de beginselen van vrijheid en gelijkheid in een hogere versnelling gezet en daardoor zouden het Westen en onze macht in de wereld in neergang zijn geraakt.[iii]
Het zou dan ook te verwachten zijn dat uiterst rechts zich met tromgeroffel tegen het concept democratie uitspreekt, als een decadente constructie die de macht in handen van de zwakken legt, en dat men daartegenover een verbouwing van de staat rond de principes van kracht en superioriteit zou bepleiten. Maar zoiets horen we niet. Daar waar uiterst rechts aan de macht is, zoals in Rusland, Hongarije en de Verenigde Staten, beginnen we te zien wat deze beweging voor ogen staat, voor zover we van een verenigde internationale beweging kunnen spreken. Maar men roept niet openlijk op tot afschaffing van de democratie of tot vervanging door een ander staatsmodel. Waarom niet? Ze zijn brutaal genoeg om ook die hobbel te nemen.
Ik zie drie mogelijke redenen. Ze weten niet wat ze willen. Ze hebben de intentie om de democratie af te schaffen maar houden dat om evidente, tactische redenen liever voor zich. Of ze houden vertrouwen in hun opmars via verkiezingen en vinden het dus niet nodig de democratie af te afschaffen. Vermoedelijk is het van alle drie wat.
Waar is het fascisme gebleven?
Internationaal uiterst rechts is een diffuse stroming, van politici in pak-en-das of jurk tot geüniformeerde neonazi’s. Eén gezamenlijke, geconsolideerde staatsopvatting hebben zij niet, maar er drijven wel bepaalde richtinggevende noties door hun denken. Deze overlappen elkaar en leggen verschillende accenten, maar samen vormen ze aanzetten tot een alternatief voor de representatieve democratie. Vier zulke noties springen eruit: illiberale democratie, personalisme, de etnostaat en devolutie.
Maar ontbreekt er niet iets in dit rijtje? Waar is het fascisme gebleven? Ik hanteer een nauwe definitie van de fascistische staatsorde, aansluitend op de klassieke, vooroorlogse prototypes: een ultranationalistische dan wel racistische partijdictatuur, met een charismatische, absolute leider en regerend met behulp van gewapende milities.
Racistisch of ultranationalistisch is uiterst rechts vandaag zeer beslist, maar indicaties dat ze een door gewapende formaties of straatvechters ondersteunde partijdictatuur nastreven zijn er nauwelijks. Dat Trump groeperingen als de Proud Boys en de Oath Keepers zal inlijven in de Amerikaanse staat is onwaarschijnlijk, al is het niet volledig uit te sluiten.[iv]
Er zijn historische gronden om voorzichtig te zijn met het begrip fascisme. Niet iedere nationalistische autocratie hoeft, ongeacht haar organisatiewijze, als fascistisch te worden geduid. Vanaf 1928 breidde de Kommunistische Partei Deutschlands het begrip fascisme zo ver uit dat ook de sociaal-democratie eronder viel. Al vóór 1933 werden rechtse regeringen door de KPD als fascistisch bestempeld. Hierdoor was er toen het echte fascisme kwam geen overtreffende trap meer over.
Illiberale democratie
Welnu dan, eerst de illiberale democratie. In juli 2014 definieerde Viktor Orbán dit als een stelsel met intacte democratische verkiezingen, maar zonder het liberale beginsel dat de vrijheid van de één enkel wordt begrensd door de vrijheid van de ander.[v] Dit komt dicht in de buurt van een definitie van meerderheidstirannie. Het staat meerderheden vrij de rechten van minderheden te beknotten, bijvoorbeeld in naam van de nationale traditie.
In de praktijk gaat deze aantasting van individuele burgerrechten ook gepaard met aantasting van de stem van de meerderheid. Het parlement wordt ondergeschikt gemaakt aan de autocratische leider. Zo walst Trump met zijn decreten onwettig over de volksvertegenwoordiging heen. Hij opereert volgens de ‘unitary executive theory’, een staatsrechtelijke theorie volgens welke de president de volledige zeggenschap heeft over het apparaat van de uitvoerende macht. Daarnaast waarschuwt Trump ‘corrupte’ rechters die zijn zuivering van het apparaat dwarsbomen, dat de rechterlijke macht zijn volgende doelwit kan worden. Kortom, alle drie de machten komen onder de autocraat te vallen.
Illiberale democratie doet denken aan wat in de negentiende eeuw wel bonapartisme werd genoemd: het staatshoofd wordt nog wel door het volk aangewezen of bevestigd, maar het parlement verliest zijn macht; de volkssoevereiniteit wordt teruggebracht tot incidentele volksraadplegingen. Strikt genomen betekent illiberale democratie geen beëindiging van de democratie, maar een autocratische verbouwing ervan.
Dat Trump fantaseert over volle ontmanteling van de democratie blijkt onder andere uit de bestorming van het Capitool, zijn recente uitspraak dat hij het Witte Huis in 2021 niet had moeten verlaten en zijn suggesties dat dit wel eens de laatste verkiezingen kunnen zijn geweest. Maar, de klok kan nog worden teruggedraaid.
Zo deed de extreemrechtse Jair Bolsonaro in Brazilië vergelijkbare uitspraken over corruptie van het kiessysteem en het niet accepteren van verkiezingsuitslagen, maar verliet in 2022 na verloren presidentsverkiezingen toch het land.
Personalisme
De tweede optie, het personalistische bewind, verwijst naar het ondergeschikt maken van bestuurlijke en democratische instituties en van het vastgelegde recht, aan informele netwerken van machtige individuen. Personalistische netwerken worden aangevoerd door een ‘sterke man’. We kunnen deze het beste beschouwen als de sterkste man, de top van een clan, een heel netwerk van sterke mannen. In zo’n systeem heeft een functionaris geen macht omdat hij of zij een bepaalde functie vervult maar wordt dit omgekeerd; een functie wordt machtsdragend omdat deze door een bepaalde persoon wordt vervuld.[vi]
Een goed voorbeeld hiervan is Poetin die tussen 2008 en 2012 tijdelijk premier van Rusland was. Dmitri Medvedev verving hem als president. Daarmee werd automatisch de premier de machtshebber en kwam de president op de tweede plaats te staan. In haar boek Putin’s People, beschrijft Catherine Belton de huidige Russische staat als een piramide met Poetin aan de top en een reusachtig netwerk van machtige individuen die de economie onderling verdelen en zich een deel van de overheids- en bedrijfsinkomsten toe-eigenen als protectiegelden. Wie niet betaalt kan een aanklacht wegens corruptie verwachten of eenvoudig worden omgelegd. Personalisme en anti-institutionalisme eindigen hier in een maffiastaat.[vii]
Mogelijk hebben de decennia van neoliberalisme in het westen en de ongebreidelde expansie van de oligarchen in Rusland in de jaren negentig de weg vrijgemaakt voor de personalistische klieks. Zij zijn in het vacuüm van de terugtrekkende overheid gesprongen. De door de bevrijding van de markt sterk toegenomen vermogensongelijkheid heeft de economische macht en daarmee ook de politieke kracht van de miljardairs een stevige boost gegeven.
Met zijn russocentrische ideologie van het ‘Eurazianisme’ en zijn agressieve orthodox-christelijke traditionalisme is Poetin een held van uiterst rechts. Hij doet waar zij van dromen. Maar al is Rusland een dictatuur, opmerkelijk genoeg houdt Poetin een democratische façade van vervalste verkiezingen in stand. Dat de dictator de democratie niet openlijk vaarwel zegt, is tekenend voor de houding van uiterst rechts in het algemeen. Openlijk breken met de democratie zou zodanig in strijd zijn met het populistische beroep op de burgerij dat men dit vooralsnog niet aandurft.
Etnostaat
Het derde ideaal is dat van de etnostaat. Een gedachte die voor een deel teruggaat op invloedrijke Franse denkers van de ‘Nouvelle droite’, Nieuw Rechts. Alain de Benoist en Guillaume Faye verwierven in de tweede helft van de twintigste eeuw faam als uiterst rechtse denkers van formaat. Hun idee berustte op een simpel uitgangspunt: de etnonatie, een etnisch zo homogeen mogelijke bevolking.[viii] De natie, dat is in dit ideaal niet het collectief der staatsburgers maar de meerderheidsetniciteit. De etnostaat is principieel strijdig met de democratie, die immers op de gelijke participatie van alle burgers berust.
Burgers met een migratieachtergrond blijven altijd te gast, paspoort of niet. Waar de soevereiniteit op papier berust bij alle paspoortdragers, worden zij die van elders komen, of wiens voorouders niet van hier zijn, niet geacht nationale normen en gebruiken mede vorm te geven. Ze moeten zich aanpassen aan wat door anderen, de oorspronkelijken, is en wordt vastgelegd. Het ‘wij’ sluit hen niet in.
Dit is niet alleen van actueel belang voor het migratiedebat, in potentie gaat het hier om een heel alternatief staatsconcept. Het ideale eindpunt van de etnostaat is de etnisch-raciaal homogene staat. Geleidelijk laat uiterst rechts zijn aarzelingen varen om in openlijk racistische termen te spreken. Victor Orbán liet in juli 2022 weten tegen ‘rasvermenging’ te zijn, immers een gevaar voor de Hongaarse beschaving. Hier en daar dromen uiterst rechtse kringen al van massadeportaties.
Wilders’ steun voor Trumps obscene Rivièra Plan, dat voorziet in de uitzetting van de Palestijnen uit Gaza om plaats te maken voor een beach resort, betekent dat etnische zuiveringen bespreekbaar zijn. Waar etnische zuiveringen onhaalbaar zijn, zou een apartheidsbewind, waarin de ondergeschiktheid van de etnische minderheid is geformaliseerd, een oplossing bieden. Het voorbeeld van Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid laat zien dat zoiets voor de dominante etniciteit niet noodzakelijk het einde zou betekenen van de democratie.
Devolutie
Ten slotte het vierde staatsideaal: devolutie. Oftewel de overheveling van politieke macht naar een lager niveau. Dit wordt nooit als algemeen beginsel geformuleerd, maar vertegenwoordigt onmiskenbaar een krachtige tendens.
Europees uiterst rechts neemt ‘Brussel’ onder vuur en bepleit terugkeer naar onverkort soevereine natiestaten. In de Verenigde Staten koestert uiterst rechts zijn afkeer van ‘Washington’ en flirt met het confederalisme, een systeem waarbij de afzonderlijke staten hun soevereiniteit vrijwel volledig terug zouden krijgen. De rechtse gewapende milities beschouwen de federale overheid als doodsvijand en koesteren een extreem individueel vrijheidsideaal, de vrije markt en wapenbezit, al gaat dit gepaard met een al even uitgesproken anti-vrijheidslievend, christelijk getoonzet normenstelsel.
Antistatelijkheid en individuele vrijheidsdrang vormen een patroon van uiterst rechts, hierin wijkt het sterk af van de staatscultus van het vooroorlogse fascisme. De Duitse Reichsbürger ontkennen niet alleen de legitimiteit van de Bondsrepubliek maar opmerkelijk genoeg zelfs het bestaan ervan. Hun antistatelijkheid grenst aan het anarchisme.[ix] En met de staat verdwijnt de democratie in één moeite door.
Verbod is een zwaktebod
Afwijzing van de democratie als zodanig zou het sluitstuk van het uiterst rechtse programma vormen en er coherentie aan verlenen, maar dat is een no go. De legitimiteit van de democratie is nog altijd zodanig dat men zich er niet ten principale tegen uit kan spreken zonder het risico te lopen de aanhang te verliezen.
Uiterst rechts presenteert zich, een enkele oprisping van Gideon van Meijeren daargelaten, niet als de partij van de revolutie maar van broodnodige, radicale hervormingen. Beoogd wordt een nieuwe democratische orde met een effectiever, doortastender, eengemaakt bestuur, met een meer homogene traditioneel-culturele en etnische kern en met meer oog voor wat leeft aan de basis. In werkelijkheid is er een internationale operatie Sloop de Democratie in gang gezet. Dat de slopers zich niet met zoveel woorden tegen de democratie uitspreken, maakt de bedreiging daarvan alleen maar groter.
Maar, vrij naar Lenin, wat nu te doen? Onlangs besloot de Centrale Kiescommissie van Roemenië om de uiterst rechtse en pro-Russische kandidaat Calin Georgescu uit te sluiten van deelname aan de presidentsverkiezingen. Het Grondwettelijk Hof heeft dit besluit bekrachtigd. Het concrete argument dat Georgescu buitenlandse inmenging faciliteert, is moeilijk te beoordelen en doet hier eigenlijk ook niet ter zake. Versimpeld gesteld komt het Roemeense model neer op een verbod van uiterst rechtse partijen.
Het uit Duitsland afkomstige model van de ‘strijdbare democratie’ is een reactie op de machtsovername van de nazi’s in 1933 via verkiezingen. Om herhaling van zoiets te voorkomen voorziet de Duitse grondwet in de mogelijkheid om politieke organisaties die afschaffing van de democratie propageren te verbieden. Een partijverbod kan niet alleen aan de orde komen wanneer een partij anti-rechtstatelijke, criminele middelen inzet, maar uitdrukkelijk ook als het antidemocratische doel met democratische middelen wordt nagestreefd.
Hier is een principiële kwestie in het geding: de vrijheid van organisatie en van meningsuiting. ‘Strijdbare democraten’ laten zich graag leiden door de gedachte dat de grens van democratische tolerantie bereikt is daar waar de democratie zelf wordt afgewezen. Maar mijns inziens is deze gedachte op een drogreden gebaseerd.
De strijdbare democraten hebben gelijk dat zelfs een meerderheid niet het recht heeft om de democratie af te schaffen, net zomin als een meerderheid het recht heeft de burgerlijke rechten en vrijheden af te schaffen. Maar daar volgt geenszins logisch uit dat het burgers niet toegestaan zou zijn voor zoiets te pleiten. Sterker nog, de legitimiteit van de democratie berust juist daarop dat zij een vrije keuze is. Als de burgers zich er niet tegen mogen uitspreken is democratie geen vrije keuze meer maar wordt afgedwongen. De strijdbaar-democratische benadering doet denken aan de beroemde kreet van de filosoof Jean-Jacques Rousseau: wie niet vrij wil zijn moet daartoe gedwongen worden.
Op een meer pragmatisch niveau is het lastig om uiterst rechtse partijen te verbieden omdat deze zich, in het algemeen, niet openlijk tegen de democratie uitspreken en het juridisch dus moeilijk hard te maken is dat zij de afschaffing ervan beogen. Ook ligt het voor de hand dat partijverboden zouden leiden tot razernij bij het inmiddels zeer substantiële electoraat van uiterst rechts. Dit zou kunnen bijdragen aan een evolutie van uiterst rechts naar het gebruik van geweld, en dat dan onder de conditie van een aangetaste democratische legitimiteit van de meerderheid.
Verbod is een zwaktebod, geworteld in de angst dat we de meerderheid niet zullen kunnen behouden of terugwinnen. In plaats van op negativiteit in te zetten, acht ik het kansrijker een aantrekkelijk positief programma te ontwikkelen, daarvoor brede democratische samenwerking van links tot rechts te genereren, en uiterst rechts via electorale meerderheden uit de macht te houden of te drijven.
Noten
[i] Over vroeg twintigste-eeuwse, rechts-aristocratische denkers: Mark Sedgwick (red.) (2019). Key Thinkers of the Radical Right. Behind the New Threat to Liberal Democracy. Oxford University Press/New York: hoofdstukken 1, 2 en 3.
[ii] Voor de Traditionalisten zie: Mark Sedgwick (2023). Traditionalism. The Radical Project for Restoring Sacred Order. Penguin Books/Dublin.
[iii] Voor een uiterst-rechtse visie op de jaren zestig zie bijvoorbeeld Martin Bosma (2010). De Schijn-Élite van de Valsemunters. Drees, Extreem Rechts, de Sixties, Nuttige Idioten, Groep Wilders en Ik. Prometheus/Amsterdam.
[iv] Proud Boys en Oath Keepers zijn uiterst rechtse, aan Trump toegewijde knokploegen. Voor de Proud Boys: Andy Campbell (2022). We Are Proud Boys. How a Right-Wing Street Gang Ushered in a New Era of American Extremism. Hachette Books/New York.
[v] Viktor Orbán’s speech bij de 25ste Bálványos Summer Free University and Student Camp, 30 juli 2014.
[vi] Voor personalisme als anti-institutionalisme: Timothy Snyder (2018). The Road to Unfreedom. Russia, Europe, America. Vintage/Londen: 27, 47. Voor de sterke mannen: Anne Applebaum (2024). Autocracy Inc.. The Dictators Who Want to Run the World. Penguin Books/Dublin; Ruth Ben-Ghiat (2021). Strongmen. How They Rise, Why They Succeed, How They Fall. Profile Books/Londen.
[vii] Catherine Belton (2020). Putin’s People. How the KGB Took Back Russia and Then Took on the West. William Collins/Londen.
[viii] Jean-Yves Camus, ‘Alain de Benoist and the New Right’, in: Sedgwick, Key Thinkers: 73-90; Stéphane François, ‘Guillaume Faye and Archeofuturism’, in: ibid.: 91-101.
[ix] Voor de Reichsbürger zie: Christoph Schönberger, Sophie Schönberger (2023). Die Reichsbürger. Ermächtigungsversuche einer gespenstischen Bewegung. Beck/München.