De belangen van de werkgevers wegen het zwaarst in het regeerakkoord, en daarmee brengt het geen substantiële wijzigingen, laat staan verbeteringen, in het arbeidsrecht. Dat wordt ook nadrukkelijk gesteld, waar het regeerakkoord aangeeft dat veel verantwoordelijkheden voor de arbeidsrelatie te eenzijdig bij werkgevers zijn belegd.

Van een duidelijke visie op de arbeidsmarkt in deze tijd van globalisering geeft het akkoord geen blijk. Waar het vorige kabinet tenminste nog (soms vergeefs) probeerde om de doorgeschoten flex terug te dringen, doet dit kabinet geen enkele moeite in die richting. De onderkant van de arbeidsmarkt wordt er niet mee geholpen. Hier en daar worden wel rechten gegeven, maar geen rekening wordt gehouden met de moeilijkheden die werkenden aan de onderkant van de samenleving ondervinden, als zij naleving van hun rechten willen afdwingen. De doelstelling ‘vast minder vast, flex minder flex’ wordt niet waargemaakt.

Er zit ook een heel gevaarlijk plan in het regeerakkoord. Ik doel op de vijf maanden lange proeftijd in contracten voor onbepaalde tijd. Mark my words: dit zal het nieuwe massaal toegepaste standaard-flexmodel voor de onderkant van de arbeidsmarkt worden. Zogenaamd vast! Een proeftijd van vijf maanden in elk contract voor onbepaalde tijd maakt alle werknemers die eerste, behoorlijk lange, periode volledig rechteloos. Er zit in die proeftijd namelijk geen enkele toets op ontslag. Je kunt van het ene op het andere moment weggestuurd worden, zonder rechtsbescherming.

Werkgevers zullen alleen maar contracten voor onbepaalde tijd aangaan, en die dan na 4 maanden en 30 dagen zonder opgaaf van reden beëindigen. Langer is hun flexbehoefte immers vaak niet, ze nemen zo weer een nieuwe, inwisselbare werknemer. Een sterke prikkel daarvoor is ook het voorstel om differentiatie van de WW-premie naar het type contract toe te passen. Het aangaan van contracten voor onbepaalde duur zouden volgens het regeerakkoord tot een lager premiepercentage moeten leiden. Een premie op het aangaan van vaste contracten wordt met deze proeftijdregeling een sluiproute voor premieontduiking. Waarom zou een werkgever nog (zoals gesuggereerd) een tijdelijk contract met een proeftijd van 3 maanden aangaan? Dan valt hij in de hogere premiecategorie en beperkt hij zijn keuze alleen maar. Een ondoordacht plan.

Ook jammer dat het kabinet nu in economisch betere tijden niet doorpakt op het terrein van de verbetering van de rechten voor flexwerkers, met name de mensen die werken op tijdelijke contracten. In plaats van vooruit, gaat het kabinet wat betreft de tijdelijke contracten terug naar 2012, terwijl ook toen echt iedereen al vond dat sprake was van doorgeschoten flex. Geen wonder dat de vakbonden dit akkoord typeren als een werkgeversakkoord. Wat nou Vertrouwen in de toekomst? De periode van onzekerheid wordt verlengd en dat is geen verbetering.

Het is ook een rare redenering; de zekerheid van werkenden vergroten door ze langer in onzekerheid te houden. De flex-verslaving van de werkgevers wordt gevoed in plaats van aangepakt. Als men iets had willen doen tegen de neiging van werkgevers om automatisch de werknemer weg te sturen na twee jaar, terwijl het werk doorgaat, dan had men daartegen moeten optreden. Invalkrachten in het primair onderwijs worden bovendien ook nog uitgesloten van de ketenregeling. Het veld heeft al veel betere oplossingen gevonden die de overheid beter kan ondersteunen, zoals invalpools. De uitsluiting van leerkrachten dient alleen maar om confessionele scholen tegemoet te komen die wel losse contracten willen met niet- of andersgelovigen, maar geen verplichting willen en aanzien van andersdenkenden. Dat zou de overheid niet moeten faciliteren. Bovendien is het geen fijne boodschap aan jonge onderwijzers op het moment dat de scholen daarom zitten te springen.

Voor sommige zzp-ers schijnt in het regeerakkoord een lichtpuntje. Een minimumtarief als criterium voor zelfstandigheid is in beginsel een goed idee. Alleen wordt de lat wel erg laag gelegd. Grote kans dat deze werkenden ook nu al door de rechter als werknemer zouden worden gezien. Koppeling aan de cao-lonen waar mogelijk, is beter dan aan het minimumloon. Dat is de enige manier om die onderlinge concurrentie weg te nemen.

Maar het is wel een beetje naïef om te denken dat met het wijzigen van de wet de werkelijkheid ook wel zal veranderen. We weten dat aan de onderkant van de arbeidsmarkt sprake is van allerlei papieren werkelijkheden. Bovendien wordt vaak expres niet met uurtarieven maar stukwerk of eindresultaat gewerkt om de omvang van de arbeidsrelatie zo onduidelijk mogelijk te houden. Hele bedrijfstakken zijn gebaseerd op dit verdienmodel, waar ondernemingsrisico’s worden afgewenteld op werkenden; het zou naïef zijn te denken dat die zich wel aan deze regels houden waar ze dat eerder nooit deden.

Iedereen die werkt moet verzekerd zijn voor arbeidsongeschiktheid. Volgens het nieuw aantredende kabinet moet de markt het voor zelfstandigen oplossen. Die kennen we, dat doet de markt niet. De markt pikt alleen de goede risico’s eruit en laat de werkende en/of de gemeenschap voor de schade opdraaien. De bouwvakker die ouder is dan veertig jaar wordt door geen verzekeringsmaatschappij aanvaard. Dus al deze werkenden moeten vallen in het publieke stelsel van sociale verzekeringen.

Nog iets dat ik mis. De wet veranderen is onvoldoende want flexwerkers gaan niet naar de rechter om hun rechten af te dwingen. Dan lopen ze een veel te grote kans hun weliswaar onzekere - maar toch noodzakelijk inkomen opleverende - baan te verliezen. De schijnzelfstandige, de werknemer met het nulurencontract en alle andere rottige flexcontracten moeten worden geholpen bij het halen van hun recht. Hier moet de overheid zelf naleving en handhaving ter hand nemen, bijvoorbeeld door de iSZW (de voormalige arbeidsinspectie). Er moeten meldpunten worden ingesteld en effectieve, laagdrempelige, goedkope en snelle methodes van geschillenbeslechting worden ontwikkeld. Wat dat betreft nog een lichtpuntje: in het regeerakkoord wordt aangekondigd dat aan innovatieve methoden van geschillenbeslechting zal worden gewerkt. Dat zou op het terrein van dan de arbeid goed uit kunnen pakken.

> De Wiardi Beckman Stichting vroeg wetenschappers en deskundigen uit haar netwerk om een reactie op het Regeerakkoord. Lees ook de analyses, van onder anderen Flip de Kam, Marith Volp, Rinda den Besten, Menno Hurenkamp, Bob Deen en Wim Derksen.