De oorlog in Oekraïne en de coronacrisis hebben Europa wakker geschud. We zullen onze handelspolitiek en onze buitenlandpolitiek moeten herzien. Winst van Poetin in Oekraïne zou een mokerslag zijn voor het internationale recht. En China nog een keer de kans geven een Europese haven op te kopen, is ondenkbaar.

Door: Kati Piri
Tweede Kamerlid voor de PvdA

In 1795 schreef Emanuel Kant het boek Naar de eeuwige vrede. Hierin zette hij zijn ideeën uiteen over internationale politiek en hoe een stabiele vrede zou kunnen worden bereikt. Volgens Kant door macht te verankeren in een constitutie en internationale relaties te grondvesten in het volkenrecht. De titel ontleende hij aan een Hollandse herberg met dezelfde naam. Op het uithangbord van die herberg stond naast ‘de eeuwige vrede’ een afbeelding van een kerkhof. Gevoel voor ironie kan Kant niet ontzegd worden.

Want zeker in de tijd van Kant was oorlog aan de orde van de dag. Wat dat betreft zijn we van ver gekomen. Het Europese project is de ultieme vertaling van het kantiaanse ideaal. Vrede door economische en politieke integratie, gebaseerd op het recht. Begonnen met zes landen, uitgebreid naar 27. De EU heeft een unieke bijdrage geleverd aan de razendsnelle transformatie van voormalige dictaturen in Zuid-, Midden- en Oost-Europa naar liberale democratieën. Tot de dag van vandaag is een levensvatbare democratie de belangrijkste voorwaarde voor lidmaatschap.

Maar dit model is op scherp gezet door de grootschalige Russische invasie in Oekraïne die op 24 februari begon. De oorlog confronteert ons met onze eigen machteloosheid en roept vragen op over hoe we in deze situatie zijn beland. Maar vooral verandert deze provocatie, en in zijn geheel de opkomst van autoritaire regimes dichtbij en ver weg, de veiligheidsordening van Europa.

Eén conclusie is voor mij helder: de Europese geopolitieke vakantie is voorbij. De droom van vrede door handel en diplomatie is wreed verstoord. De oorlog heeft ingrijpende gevolgen – in de eerste plaats natuurlijk voor de Oekraïners zelf. Bucha en Mariupol staan in ons geheugen gegrift. Maar deze heeft ook gevolgen voor ons buitenlands beleid. De Russische inval in Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat meer onderlinge afhankelijkheid en innig vervlochten economische belangen niet automatisch leiden tot een vreedzamere wereld. Moraal, mensenrechten en strategische autonomie moeten een veel grotere rol krijgen in onze handels- en buitenlandpolitiek.

Groeiend geopolitiek bewustzijn
Laat ik vooropstellen: het in eerste instantie snel en eensgezind handelen van het Westen stemde optimistisch. De solidariteit met Oekraïne strekte van het Iberisch schiereiland, tot de Baltische staten - en van de Rotterdamse havenarbeiders tot in de buurlanden van Oekraïne, waar miljoenen vluchtelingen bij mensen thuis hartelijk worden opgevangen.

Maar naarmate de oorlog langer duurt komen de gebreken van de Europese Unie meer aan het licht. In de eerste honderd dagen van de oorlog in Oekraïne werden door Europese landen waaronder Nederland voor miljarden aan fossiele brandstoffen uit Rusland gekocht.[1] En Poetin draait met de maand de gaskraan verder dicht. Natuurlijk weten we niet hoe dit gaat aflopen. Hoelang de oorlog nog zal duren. Hoe Oekraïne eruit zal zien, en wat de verhoudingen zullen zijn binnen Europa. Maar het mag duidelijk zijn dat doorgaan op de oude manier van pappen en nathouden geen optie meer is.

De Russische invasie van Oekraïne en de coronapandemie hebben de Europese Unie geconfronteerd met een aantal ernstige manco’s in onze betrekkingen met Rusland en China. Om te beginnen zagen we de problemen in beide gevallen niet aankomen, laat staan dat we erop waren voorbereid. En wat als een paal boven water staat: intensieve economische relaties tussen Rusland en de rest van Europa hebben Poetin er in ieder geval niet van weerhouden de aanval te openen.

Wat betreft Oekraïne moeten we ons dat zelf gedeeltelijk aanrekenen. Rusland is al sinds de inval in Georgië in 2008 op oorlogspad, en de Russische inlijving van de Krim en de beruchte groene mannetjes in de Donbas in 2014 hadden ons wakker moeten schudden. Maar wat volgde was een slappe reactie van de EU met beperkte sancties, en de energieafhankelijkheid van Moskou werd niet minder, maar nam juist toe.[2] Meest opvallend was dat te zien in Duitsland, dat omschakelde van kernenergie naar gas en dat de omstreden pijplijn Nordstream 2 - net als onze eigen premier Rutte - bleef typeren als een ‘louter commercieel project’.

Ook onze relatie met China bekeken we veel te lang door een nogal roze economische bril. In de marge van gezamenlijke toppen werd wel eens kritiek geuit op het autoritaire bestuur en mensenrechtenschendingen van de Oeigoeren, maar dat mocht een enorme expansie van de handel niet in de weg staan. Dat we daardoor zeer kwetsbaar zijn geworden, kregen we pas tijdens de coronacrisis echt door. China op het democratische pad krijgen is een illusie. Maar dat de EU geen antwoord had op de Chinese opmars in de Westelijke Balkan en in EU-lidstaten als Griekenland - waar een complete haven werd opgekocht door de Chinezen – is lastiger uit te leggen.

Het beeld is gelukkig aan het kantelen dankzij een groter geopolitiek bewustzijn. Sinds enkele jaren spreekt de EU daarom niet alleen meer over het land als samenwerkingspartner. China wordt nu getypeerd als een economische concurrent en een systemisch rivaal. Mede daarom en vanwege de mensenrechtensituatie in China heeft het Europees Parlement besloten om de goedkeuring van een investeringsverdrag ‘on hold’ te zetten.

Onze politieke familie – en met name de Duitse SPD - heeft lang geloofd (of willen geloven) dat handel vrede en zelfs democratie bevordert. Ooit begon het met de Ostpolitik van Willy Brandt: Wandel durch Annäherung. Daarmee rechtvaardigde Berlijn ook na de val van de Muur een grote afhankelijkheid van Rusland op energiegebied. Duitsland presenteerde zich vaak en graag als begripvolle partner van Poetins Rusland. Sommigen houden deze rol nog steeds vol. Maar het waren niet alleen de Schröders die zich lieten paaien door Russische bedrijven.

Veertien EU-landen verstrekten rijke Russen gouden paspoorten in ruil voor economische investeringen. Londongrad werd de bijnaam van de Britse hoofdstad waar Russische oligarchen een machtige, schier onaantastbare positie hadden. Zie ook onze eigen Amsterdamse Zuidas, waar advocaten en notarissen tegen een zeer goed tarief meehielpen om Russisch kapitaal weg te sluizen. Intussen maakte Moskou zich schuldig aan inmenging in westerse democratische processen door onder andere financiering van politieke partijen.

Poetins extreme nationalistische retoriek slaat thuis aan. Vanaf zijn troon in het Kremlin bestiert hij zijn land als een de facto dictator. De oppositie is allang uitgeschakeld, de media zijn mogelijk nog rabiater dan de president zelf en een zeer goed uitgerust onderdrukkingsapparaat houdt de eigen bevolking in toom.

De Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev haalde onlangs een veelzeggend Russisch gezegde aan: ‘Als je een beer uitnodigt om te dansen, ben jij niet degene die bepaalt wanneer de dans over is. Dat is de beer.’[3] De vraag is of we door hadden dat we met de beer dansten, of dat we het simpelweg niet wilden zien? Ik denk het laatste. Hetzelfde geldt voor wanna be autocraten als Orban en Kaczynski binnen de Unie. Orban die nog altijd Poetin de hand boven het hoofd houdt, door zich te verzetten tegen sancties op het gebied van olie of gas. Onder de noemer van ‘strategisch geduld’ is de afgelopen jaren te lang gewacht om in te grijpen. Het is zo ver gekomen dat het überhaupt de vraag is of de oppositie in mijn geboorteland Hongarije nog de mogelijkheid heeft om op democratische wijze aan de macht te komen.

Het blijft gissen naar de motieven van Poetin. Maar volgens mij is het een combinatie van factoren. Het belangrijkste motief is waarschijnlijk ideologisch. Poetin is een politicus die het als zijn roeping ziet om het machtige Russische rijk te restaureren. Sinds 2007 houdt hij speeches die dit beeld bevestigen. Hij heeft veel geïnvesteerd in een omvangrijk militair apparaat en een enorme financiële reserve opgebouwd. Poetin heeft geweten dat hij een economische en politieke prijs zou moeten betalen.

Het trackrecord tot en met 2021 van de door EU ingestelde sancties maakte inderdaad weinig indruk. Niet na de inval in Oekraïne zeven jaar geleden en ook niet na de frauduleuze verkiezing van Loekasjenko in Belarus. Daarnaast heeft Poetin een aantal vrienden in de EU die meer dan eens een veto hebben uitgesproken tegen zwaardere sancties. Daar rekende hij nu weer op. En hoewel dit door de eensgezinde opstelling in eerste instantie tegenviel voor hem, speelt Orban inmiddels weer de vertrouwde rol van zandstrooier in de Europese machine.

Het heeft er ook alle schijn van dat Poetin de staat van zijn eigen leger ernstig heeft overschat en de weerstand van de Oekraïense bevolking onderschat. In een dictatuur durft niemand de opperleider de waarheid te vertellen. Poetin heeft vanaf het begin van zijn regeerperiode handig ingespeeld op het door het chaotische economische beleid van zijn voorganger gevoede wantrouwen in de democratie. De meeste Russen profiteerden van de relatieve voorspoed die na 2000 inzette, en die Poetin financierde met de fors gestegen energie-inkomsten. Zij namen zijn steeds autoritairder gedrag op de koop toe. Alles beter dan de chaos onder de zwakke Jeltsin in de jaren negentig.

Wat dit Rusland aangaat, rest ons met het aanhoudende geweld in de Donbas niets anders dan de harde lijn. Met harde sancties. Het is lastig voor te stellen verder te kunnen met een man die in Den Haag in de gevangenis moet zitten.

De huidige onzekere situatie noopt tot enige bescheidenheid als het gaat over de vraag hoe verder. Ik kom tot de volgende conclusies en suggesties. Terwijl het eerder had moeten gebeuren, zit het debat over de positie en de rol van Europa nu in een stroomversnelling, ook in Nederland. Vrijhandel en de daarmee verbonden globalisering zijn meer dan ooit aan kritiek onderhevig. De kwalijke, neoliberale, kanten van ongebreidelde handel zoals uitbuiting van werknemers en beschadiging van het klimaat zijn door ons al veel eerder geagendeerd, daar komt nu een strategische kwetsbaarheid bij. Qua veiligheid in Europa rekenden we te veel op onze soft power: effectief na de val van de Muur maar redelijk machteloos bij herhaalde agressie van Rusland.

De Europese Unie zal haar weerbaarheid moeten vergroten. De Europese Green Deal biedt ons de kans minder afhankelijk te worden van andere landen op het gebied van energie, maar ook is het zaak om strategische goederen in eigen handen te krijgen of te behouden, bijvoorbeeld als het aankomt op gezondheid of technologie. We moeten af van het Russisch infuus. Het is niet uit te leggen dat Europese landen, ondanks zes sanctiepakketten, Poetins oorlogskas blijven spekken. Diversificatie van energieleveranties zijn dus nodig, maar vooral ook een snellere groene transitie.

De veiligheidssituatie in Europa is ernstig verslechterd. Dat vergt een hogere paraatheid en de bescherming van de oostflank van de NAVO, zoals tijdens de laatste NAVO-top in Madrid ook is overeengekomen. In Nederland betekent dit dus ook extra, structurele investeringen in defensie. En in de EU moet het veto op het terrein van buitenlands beleid worden afgeschaft. Inmiddels is zelfs de VVD zover om hiervoor te pleiten. Als we iets willen voorstellen in de machtspolitiek, kunnen we het ons niet langer veroorloven ons te laten gijzelen door een enkele EU-lidstaat die op de rem staat.

We zullen oplettender moeten zijn als het gaat om buitenlandse investeringen die de lidstaten binnenkomen: meer screenen bijvoorbeeld op het punt van veiligheid. Niet alles is nu eenmaal een louter commerciële aangelegenheid. Zeker niet in het geval van China.

Ten slotte moeten we natuurlijk de Oekraïners blijven steunen nu de strijd aanhoudt. Met wapenleveranties. Met de opvang van vluchtelingen. En zonder hen te dwingen aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Zij hebben het recht om hun land te verdedigen.

Sociaal-democratisch perspectief
Dit zijn allemaal voorstellen die breed gedragen worden in de Nederlandse politiek. Maar wat zijn de lessen die wij als sociaal-democraten trekken? Het instellen van zware sancties is één ding. Het maandenlang volhouden daarvan is van een andere orde. Een dictator als Poetin is minder gevoelig voor de publieke opinie dan wij die in een democratie leven. De stijgende voedsel- en energieprijzen als gevolg van de oorlog en de sancties moeten gecompenseerd worden voor de mensen die het water toch al aan de lippen staat. Maar ook onderling binnen de EU zullen we solidair met elkaar moeten zijn. Een olie- en gasboycot zal het ene land harder raken dan het andere. De economische solidariteit die we in de EU – ondanks Ruttes tegenwerking – hebben opgetuigd om de klappen van de coronacrisis op te vangen, moeten we nu weer opbrengen, binnen en tussen landen.

Onze rol in de wereld rust op een democratisch fundament dat voortdurend onderhouden moet worden. Dat begint hier met de kwaliteit van de Nederlandse rechtsstaat en wordt vervolgd met het aanpakken van rechtsstaatschenders binnen de EU. Geen Europees geld naar deze schenders; zoals onlangs toch weer gebeurde toen Polen toegang kreeg tot miljarden uit het coronaherstelfonds.

Een kwart van de wereldhandel loopt via de EU.[4] Brussel kan en moet eigen standaarden opleggen (en afdwingen) via handelsakkoorden, juist ook op het gebied van respect voor mensenrechten. Ook moet haast worden gemaakt met de invoering van wetgeving die bedrijven verplicht mistanden op het gebied van mensenrechten of milieu in hun productieketens aan te pakken.

Op het terrein van defensie zullen we echt veel meer werk moeten maken van Europese samenwerking. Ik moet er niet aan denken dat deze oorlog tijdens Trumps presidentschap was uitgebroken. Dan hadden de eenheid en reactie van het Westen er waarschijnlijk heel anders uitgezien.

Kleptocratische regimes en corruptie eroderen de democratische rechtsstaat. Corruptie heeft er ook toe geleid dat populisten überhaupt aan de macht kwamen in landen als Polen en Hongarije. De aanpak van corruptie verdient veel meer aandacht binnen de EU. Overigens laten de politieke ontwikkelingen in Tsjechië, Slowakije en Slovenië zien dat kiezers ook kunnen kiezen voor democratische alternatieven – veelal mede uit protest tegen corruptie. De wijze waarop deze en andere Oost-Europese landen zich hebben ontworsteld aan de Sovjet-Unie – in een strijd voor politieke en economische vrijheid – is daar gelukkig nog niet uit het politieke geheugen verdwenen.

Uitbreiding van de EU is en blijft het meest effectieve instrument om vrede en democratie te bewerkstelligen. We moeten veel meer investeren in de democratische transities in de Westelijke Balkan. En in de lange weg naar lidmaatschap moet de EU landen meer bieden dan zij nu doet, bijvoorbeeld op het gebied van de energietransitie, economische samenwerking en wellicht ook veiligheid. Het is dan ook goed – ook als symbolisch hart onder de riem – dat Oekraïne en Moldavië nu kandidaat-lid zijn geworden.

Ook verdient het idee van de Franse president Macron voor een ‘politieke gemeenschap’ opvolging. Hiermee kunnen de banden met landen op het Europese continent worden aangehaald. Dit mag uiteraard niet leiden tot een alternatief voor landen die het EU-lidmaatschap hebben aangevraagd en die bereid zijn democratische hervormingen door te voeren. Het is niet uit te leggen dat Albanië en Noord-Macedonië het slachtoffer zijn geworden van de omslachtige manier waarop we in de EU besluiten nemen. Skopje is al 17 jaar kandidaat-lid, maar de onderhandelingen zijn nog steeds niet gestart vanwege eerst een veto van Griekenland en nu dat van Bulgarije.

In een tijd van machtsconfrontatie, van meer geopolitiek vanwege botsende belangen, zal Europa zich doortastender en autonomer moeten opstellen. Een EU met een harder randje dus. Betekent dit het einde van de soft power ambities van de EU als het aankomt op het bevorderen van effectief multilateralisme? Allesbehalve, we hebben het alleen zelf nagelaten hier principiëler voor op te komen. Ook in de huidige situatie moeten we Kant - vrede als voorwaarde - zeker niet aan de kant zetten of Hugo de Groot – recht boven macht - over boord kieperen. Dat zou het kind met het badwater weggooien betekenen.

Ik zie niet hoe we armoede, pandemieën, de verspreiding van kernwapens of de bedreiging van het klimaat kunnen aanpakken zonder internationale afspraken met de daarbij horende structuren als de Verenigde Naties of de Wereldhandelsorganisatie. Het is wel urgent dat we nadenken hoe we dergelijke afspraken beter kunnen handhaven. Daar schort het in de praktijk nog wel eens aan. Waar waren en zijn de VN in Oekraïne?

Ik wil hier nog eens onderstrepen dat de reactie van het Westen op de invasie in Oekraïne vooral ook eensgezind opkomen is voor het internationale recht en voor de soevereiniteit van een land. Oekraïne mag niet verliezen. Winst van Poetin zou een mokerslag voor die beginselen betekenen. De onverzettelijkheid van de Oekraïners en Westerse standvastigheid moeten dat helpen voorkomen.

Mijn conclusie is dat de idealisten die staan voor de bescherming van de rechtsstaat, het respect voor het internationaal recht en het opkomen voor mensenrechten op de lange termijn een meer duurzame garantie bieden voor vrede en veiligheid dan de realisten in de buitenlandpolitiek, die macht boven recht plaatsen.

Dit artikel is een bewerkte en geactualiseerde versie van de reactie op de Den Uyllezing Actueel die Kati Piri uitsprak op 18 mei in debatcentrum De Balie te Amsterdam.

Noten

  1. Elements, Nicole Conte (2022, 22 juni). Who’s Still Buying Fossil Fuels From Russia?
  2. Anne-Sophie Corbeau (2022, 14 maart). How Deep Is Europe's Dependence on Russian Oil? Columbia Climate School.
  3. Ivan Krastev. (2022, 3 februari). Europe Thinks Putin Is Planning Something Even Worse Than War. The New York Times.
  4. Bart Kerremand & Jan Orbie (2019). The Social Dimension of European Union Trade Policies. Research gate.

Auteur(s)

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

S&D bestaat sinds 1939, verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Een online abonnement kost € 2 per maand. U kunt zelf een account hiervoor aanmaken onder mijn S&D, of stuur een e-mail naar send@wbs.nl.

Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2021). 

Inzenden kopij

De redactie van S&D verwelkomt kopij. Artikelen kunnen worden gemaild naar send@wbs.nl. Artikelen aanleveren in Word, bronvermelding in eindnoten (apa). Richtlijn aantal woorden: 2500-3000. Idealiter vormen artikelen in S&D een mix van wetenschap, politiek en essay. De redactie van S&D beslist over plaatsing van binnengekomen kopij. Ze beoordeelt daarbij op basis van de volgende criteria:
- een heldere opbouw en schrijfstijl (geen jargon) en duidelijke vraagstelling
- een goede onderbouwing van standpunten met argumenten, weging van de tegenargumenten en bronvermelding
- vernieuwing van de gedachtevorming binnen de sociaal-democratie
- toegevoegde waarde t.o.v. bestaande inzichten/onderzoeken
- politieke relevantie

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik de Boer, Meike Bokhorst, Wimar Bolhuis, Klara Boonstra, Ruud Koole, Wiljan Linders [eindredactie], Marijke Linthorst, Kiza Magendane, Annemarieke Nierop [hoofdredactie], Bram van Welie

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl