De National Health Service (NHS), het gezondheidsstelsel in het Verenigd Koninkrijk, staat aan verschillende kanten onder druk. Ziekenhuizen kampen met overvolle wachtkamers door een gebrek aan personeel. Een tekort dat door de Brexit, het vertrek van Engeland uit de EU, alleen nog maar zal toenemen. Er werken 60.000 mensen uit andere EU-landen in de zorg. En het is nog volstrekt onduidelijk wat de positie van deze werknemers zal worden na de Brexit. Deze onzekerheid drukt de animo om in de Britse zorg te gaan werken. Ook op een andere manier werpt de Brexit zijn schaduw vooruit. Theresa May wil na het vertrek uit de EU graag handelsakkoorden afsluiten met de Verenigde Staten. En er gaan hardnekkige geruchten dat zij daarvoor bereid zou zijn om Amerikaanse bedrijven als zorgaanbieders en verzekeraars toegang te geven tot de Britse gezondheidszorg.1 Dat zou de NHS uithollen en mogelijk zelfs het einde van het stelsel kunnen betekenen.

Er is ongetwijfeld verbetering mogelijk in de Britse gezondheidszorg. Maar het is onzinnig om te beweren dat het ‘falen’ van de NHS veroorzaakt wordt door het feit dat het een publieke voorziening is. Het tegendeel is eerder het geval. De NHS werkt niet goed omdat de politiek er structureel te weinig geld aan uitgeeft. Waar Nederland in 2014 per inwoner €5.169 aan zorgkosten uitgaf, was dat in het Verenigd Koninkrijk €3.572. En ook als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) zitten de Britse zorguitgaven in de onderste regionen van de West-Europese ladder.

Adam Kay beschrijft in het boek ‘Dit doet even pijn’ vlijmscherp in welke situatie de gezondheidszorg in het Verenigd Koninkrijk zich bevindt. Particuliere klinieken zijn niet beter dan de NHS. Ze zijn alleen niet voortdurend zwaar onderbezet. Feitelijk komt het er op neer dat de publieke gezondheidszorg overeind gehouden wordt door de vele onbetaalde uren die met name artsen niet in opleiding tot specialist (anios) en artsen in opleiding tot specialist (aios) draaien. De werkdruk onder deze groepen is enorm, een normaal (sociaal) leven zit er niet meer in. Voor Kay was het uiteindelijk reden om, in het zicht van de eindstreep, te stoppen met zijn opleiding. In het nawoord van zijn boek beschrijft hij dat een aantal voormalig collega’s zijn voorbeeld is gevolgd of wil volgen. Stuk voor stuk bevlogen artsen die verloren gaan voor de gezondheidszorg.

De schrijnende voorbeelden van Kay zul je in Nederland niet gauw tegenkomen. Toch is, hoewel minder scherp, de basis waarop het stelsel gebaseerd is, hetzelfde: ook in Nederland zouden ziekenhuizen niet kunnen functioneren zonder de overuren van met name verpleegkundigen, aniossen en aiossen. Belangrijke redenen om dit te doen zijn ‘hart voor het vak’ (je wilt goede zorg leveren) en solidariteit naar de collega’s (als jij het niet doet worden je collega’s nog zwaarder belast). Voor aniossen en aiossen geldt nog een bijkomend motief. Zowel de aantallen opleidings- als specialistenplaatsen zijn beperkt. Een kritische houding tegenover werkdruk draagt er niet echt toe bij om een plek te bemachtigen. Het boek van Kay maakt duidelijk dat hier uiteindelijk grenzen aan zitten.

De eerste voorbeelden worden ook in Nederland zichtbaar. Vorige week meldde het VUmc dat de kinder ic (intensive care) voorlopig gesloten wordt wegens een gebrek aan gespecialiseerde verpleegkundigen. Daar kan het ziekenhuis uiteraard niets aan doen. Maar een tekort aan personeel komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Voor welke opleiding mensen kiezen wordt in hoge mate bepaald door de aantrekkelijkheid van het werk dat met de opleiding gedaan kan worden: de voldoening die het schenkt, de arbeidsomstandigheden en de werkdruk, het salaris dat er mee verdiend wordt. Als er teveel geknepen wordt op de laatste factoren loopt de animo terug. En als je dan weer actief gaat werven en het beroep aantrekkelijker wilt maken, is het kwaad eigenlijk al geschied.

Het is natuurlijk niet het ei van Columbus, maar het zou misschien schelen als de focus in de discussie over de zorg iets minder zou komen te liggen op de kosten en iets meer op de waarde die mensen hechten aan een goede gezondheid en de waardering voor mensen die zich daar dag in dag uit voor inzetten.

Dit is de laatste blog voor de zomervakantie. De eerstvolgende blog verschijnt op maandag 3 september.   

  • 1. Zie onder meer de NRC, 2 maart 2018, pp.14-15.