Een derde van de raadszetels in Nederland ging 16 maart naar partijen die alleen lokaal op het stembiljet staan. Raadsleden van landelijke partijen doen er verstandig aan goed met deze lokalen samen te werken.

Door: Jantine Kriens
Oud-raadslid en -wethouder in Rotterdam en toenmalig directeur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Opgegroeid met rode ouders en grootouders had ik me voorgenomen nooit politicus te worden. Ik had van dichtbij gezien hoe politiek je kan opvreten en bedacht dat ik beter ‘gewoon’ kon gaan werken. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en bij de verkiezingen van 2002 stond ik op plek vijf van de lijst voor de Partij van de Arbeid in Rotterdam.

Het was in de tijd dat de PvdA in Rotterdam steevast de grootste partij werd. Het was ook het verkiezingsjaar waarin de ‘leefbaren’ het politieke landschap flink zouden opschudden, het politieke establishment in verwarring achterlatend. Nu, twintig jaar later, denk ik zonder moeite terug aan het sonore stemgeluid van Ivo Opstelten op de uitslagenavond: ‘Leefbaar Rotterdam 17 zetels.’ Wij hadden 15 zetels en waren daarmee voor het eerst niet de grootste partij in Rotterdam.

Na de verkiezingen van 2022 heeft Leefbaar Rotterdam 10 zetels in de gemeenteraad en is de Rotterdamse PvdA met 4 zetels de vierde partij. Leefbaar Rotterdam geldt inmiddels als een gevestigde lokale partij die bewezen heeft een stabiele factor te zijn in de lokale politiek. Van een tweestrijd tussen Leefbaar Rotterdam en de PvdA is allang geen sprake meer.

De opkomst van ‘lokaal en leefbaar’ is niet alleen een Rotterdams fenomeen. Partijen die alleen lokaal actief zijn en niet meedoen aan de landelijke verkiezingen hebben ruim een derde van de raadszetels in Nederland verworven. En de opkomst was deze raadsverkiezingen laag. Ruwweg de helft van de kiesgerechtigden kwam naar de stembus. In de helft van de gemeenten minder dan de helft. Rotterdam spande de kroon met een opkomst van net geen 39%. In de wijk Carnisse in het stadsdeel Charlois kwam nog geen 20% van de kiezers opdagen.

Eerlijk gezegd krijg ik kippenvel van deze cijfers. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 was de opkomst wel hoger, maar ook al zorgelijk laag; 57,9% landelijk en 55,02% in Rotterdam. Een groot verschil was toen dat je voelde dat politiek leefde. In de campagne bestreden we fel de standpunten van Pim Fortuyn en na de campagne moesten we onszelf opnieuw uitvinden. Dat was een pijnlijk proces omdat alle vanzelfsprekendheden overboord moesten. Vanuit de oppositie hebben we daar hard aan gewerkt. Met succes, want in 2006 was de PvdA weer de grootste in Rotterdam. In die periode waren afdelingsvergaderingen druk bezocht en vonden overal in de stad levendige en soms ook felle discussies plaats.

Ik ben ervan overtuigd dat het goed voor de PvdA was om geconfronteerd te worden met hele andere politieke benaderingen. En dat het goed was om nieuwe bondgenoten te moeten zoeken om dingen voor elkaar te krijgen. Terugdenkend aan de periode 2002-2006 zijn we die vier jaar gestart als kemphanen, maar onderweg ontstond gaandeweg het besef dat alle 45 raadsleden er zaten om ónze stad Rotterdam beter te maken. Nu besef ik dat dat precies is wat democratie moet zijn: de confrontatie van verschillen en van daaruit een nieuwe samenleving maken.

Coalitievorming en samenwerking
In veel gemeenten zijn vrijwel direct na de verkiezingen de coalitie-onderhandelingen begonnen. Dat kan ook anders. Juist in een gefragmenteerde raad kan het heel zinvol zijn elkaar en elkaars ambities eerst eens goed te leren kennen. De campagne is voorbij en dat zou het moment kunnen zijn te zoeken naar overeenkomsten in plaats van verschillen. Wat vindt iedereen belangrijk en waar wordt het een kwestie van meerderheden zoeken?

Na de raadsverkiezingen van 2018 is in veel gemeenten ervaring opgedaan met raadsakkoorden. De VNG en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden hebben inmiddels handreikingen opgesteld op basis van eerdere ervaringen. Als het je lukt kun je als raad laten zien dat je niet alleen een controlerende rol hebt, maar ook opdrachtgever bent van het bestuur.

Lokale partijen kun je als landelijke partij als een bedreiging zien, maar ik denk dat het veel verstandiger is lokale partijen in de eerste plaats te zien als collega-politici. Tegenwoordig is het moeilijk buiten je bubbel te treden. Ook de PvdA is geen volksbeweging meer. Maar de sociaal-democratie heeft geen bestaansrecht als het arm en rijk of hoog- en laagopgeleid niet meer kan verbinden. Als je die brede achterban niet meer binnen de partij vindt, moet je daar buiten de partij naar op zoek. De wijken in is een manier om dat te doen. Maar dan niet alleen in campagnetijd en niet alleen om rozen uit te delen. We moeten het echte gesprek aangaan: eerlijk én oprecht geïnteresseerd.

Ook raadscollega’s kunnen raadsleden helpen uit hun bubbel te treden, ook en misschien wel juist de collega’s van lokale partijen. Samen met die collega’s kun je elkaar helpen uit je bubbel te stappen door als raad het gesprek met burgers écht te voeren. Dan doel ik niet op rituele inspraakbijeenkomsten, maar met een plan om inwoners echt te betrekken bij de besluiten die de gemeenteraad neemt. Hieronder formuleer ik vijf lessen voor nieuwe gemeenteraadsleden die hen de komende raadsperiode kunnen helpen.

Les 1: Ken je collega’s
De komende vier jaar is 36% van de raadsleden in Nederland van een lokale partij. Al decennia zien we dit aandeel groeien, evenals het aantal partijen. Je kunt dat versnippering of fragmentatie noemen en dat is het natuurlijk ook. En toch is de werkelijkheid dat de 8590 raadsleden die Nederland rijk is, vanaf nu allemaal betrokken zijn bij hun eigen gemeente. De kleinste gemeente (Schiermonnikoog) heeft 9 raadsleden en de grootste gemeente (Amsterdam) heeft 45 raadsleden. Al die raadsleden willen iets bereiken en hebben iets in te brengen. Zelf leerde ik tijdens mijn raadsperiode van mijn collega’s van Leefbaar Rotterdam dat ik van alles vanzelfsprekend vond wat voor hen niet vanzelfsprekend was.

Sommige collega’s zeiden ‘zo doen wij dat hier niet’. Nee, maar waarom zou je altijd blijven doen wat je altijd hebt gedaan? Ik herinner me Pim Fortuyn die bij z’n eerste motie stond te schutteren met het zilveren dienblaadje waarmee de bode een motie naar de burgemeester brengt. Je kunt erom lachen, maar je kunt ook denken: waarom doen we dat eigenlijk zo? In het geval van het zilveren dienblad en de bode gaat het om een ritueel waarmee het belang van een motie wordt uitgedrukt. Een motie is immers een politiek instrument waarin tot uitdrukking wordt gebracht wat een volksvertegenwoordiger wil van het stadsbestuur. Eigenlijk is het niet zo gek daar een respectvolle vorm voor te bedenken.

Ken je collega’s betekent ook dat het belangrijk is een open houding te hebben. Zelfs als ze van een partij zijn met in jouw ogen verachtelijke standpunten kan het zijn dat die collega’s je iets te vertellen hebben. En als je het niet met elkaar eens bent gaat het er in de raadszaal juist om dat je elkaar probeert te overtuigen en dat kan alleen door een echt gesprek aan te gaan. Je zult het meest effectief zijn als je kunt samenwerken met je collega-raadsleden en om samen te werken moet je de politieke agenda van je collega’s kennen.

Les 2: Ken jezelf
Waarom zit je als raadslid eigenlijk in de gemeenteraad en wat wil je de komende vier jaar bereiken? Vroeger waren PvdA-raadsleden deel van de rode familie en dat gaf houvast voor het raadswerk. In die rode familie kwamen arme en rijke mensen elkaar tegen en waren partijvergaderingen plekken waar een levendige uitwisseling van standpunten plaatsvond. Die tijd is voorbij en raadsleden moeten zelf op zoek naar mensen die anders zijn dan zijzelf, want die kom je als raadslid niet meer vanzelfsprekend tegen. In die zin is de fragmentatie in de raad een cadeautje. Ik leerde van de marktkoopman van Leefbaar Rotterdam wat de Rotterdammers aan zijn kraam vertelden. Dat waren soms pijnlijke verhalen in een taal die niet de mijne is.

Natuurlijk neem je als PvdA-raadslid afstand van racisme en vreemdelingenhaat en verwerp je rechtse standpunten. Maar je moet je vervolgens ook afvragen waar je zelf voor staat en hoe je dat uitdraagt. Wat betekent een rechtvaardige samenleving in jouw gemeente en hoe behandelt jouw gemeente eigenlijk haar eigen inwoners? Hoe worden de besluiten die jullie in de raad nemen eigenlijk uitgevoerd en wat merken mensen daarvan? Ik ben niet de eerste die het zegt, maar kies als raadslid drie dingen die je de komende raadsperiode wilt bereiken. Bespreek die punten met je fractie en zoek vervolgens meerderheden in de raad.

Les 3: Wees volksvertegenwoordiger
Lokale partijen onderscheiden zich niet zelden van landelijke partijen door de ombudsfunctie die ze op zich nemen. Soms wordt er met dedain over ombudspolitiek gesproken: is dat wel echte politiek en waar ligt de grens tussen nepotisme en voor je achterban opkomen? Ik geloof echt dat de toeslagenaffaire niet zo lang verborgen was gebleven als landelijke partijen hun ombudsfunctie serieuzer hadden genomen. De dualisering van de lokale politiek leerde ons denken in de drieslag: kaderstelling, controleren en volksvertegenwoordiging. Wethouders maken sinds 2002 niet langer deel uit van de fractie. Het was de bedoeling om de gemeenteraad hiermee meer ‘in positie’ te brengen, maar in de praktijk zien we dat raden al hun tijd steken in de voorstellen van het college en zelden op eigen kracht met plannen komen.

Eigenlijk is alles wat je doet als raadslid volksvertegenwoordiging. Het is natuurlijk een open deur, maar je kunt het volk niet vertegenwoordigen als je het volk niet kent. In 2005 voerden we bij de PvdA Rotterdam intensieve gesprekken met opgroeiende meisjes in de stad en stuitten we op vreselijke verhalen over incest binnen de Kaapverdiaanse gemeenschap, zelfmoord onder Hindoestaanse meisjes en nog veel meer. We realiseerden ons dat we ook die meisjes een stem wilden geven en hen wilden vertegenwoordigen. De vaders namen ons dat niet in dank af en ik herinner me heftige debatten met vaders terwijl de meisjes me e-mails stuurden met de oproep alsjeblieft vol te houden. Volksvertegenwoordiger zijn is niet altijd makkelijk maar is wel de sleutel naar een rechtvaardige samenleving.

Les 4: Vertel een oprecht verhaal
Sociale media en de druk van beeldvorming kunnen ertoe leiden dat je bij alles wat je zegt aan framing denkt. Kijk daarmee uit! Zelf heb ik meegemaakt dat we het met de aanpak voor verslavingszorg redelijk eens waren met Leefbaar Rotterdam. Maar omdat Leefbaar op een manier over mensen met een verslaving sprak die niet paste in het frame van de PvdA, was het moeilijk gewoon te zeggen dat we het ermee eens waren. Doordat we dat toch deden kon ik later als wethouder geloofwaardig verder werken aan dit dossier met een aanpak waar ik oprecht in geloofde.

Voor je het weet ga je zelf in framing geloven en vergeet je wat je inhoudelijk denkt over een thema. Mensen hebben dat feilloos door. Ik zag een tijdje geleden een toespraak van Joop den Uyl en wat me daarin vooral trof was de echtheid en bevlogenheid. Daar stond een man die zelf had nagedacht en wiens woorden niet bedacht waren door spindoctors, maar die gewoon van binnenuit kwamen. Geen trucjes, geen slimme voorbeelden, maar gewoon een verhaal vertellen dat je meent.

Ik geloof dat mensen behoefte hebben aan authentiek leiderschap. In deze tijd is het heel moeilijk authentiek leiderschap te tonen omdat het je nog kwetsbaarder maakt in een wereld waarin media je kunnen maken of breken. En toch moet je volhouden. Politiek is geen spelletje maar raakt aan de levens van mensen. Als je dat niet voelt, voelen mensen dat je hen niet serieus neemt. Zelf probeerde ik authentiek te zijn door me bezig te houden met dingen die me het meeste raakten. Ik was echt boos over dak- en thuisloosheid, huiselijk geweld en de situatie op de Keileweg. Dat werden mijn thema’s. 

Een mooi positief voorbeeld is de winst van de PvdA in Amsterdam. Marjolein Moorman toonde authentiek leiderschap, niet alleen in de laatste weken van de campagne maar vier jaar lang. De PvdA groeide in de hoofdstad van vijf naar negen zetels.

Les 5: Vind jezelf opnieuw uit
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 haalde de PvdA 16,02% van de stemmen. De afgelopen gemeenteraadsverkiezingen stegen we van 7,4% naar 7,8%. De vier zetels winst in Amsterdam leveren daar een grote bijdrage aan. In enkele Friese gemeenten, in Oldambt, Haarlem en Amsterdam, is de PvdA de grootste partij, maar verder kleurt Nederland niet rood. Het wethouderssocialisme is niet meer. In 2006 haalde de PvdA nog bijna een kwart van de stemmen. In 2010 zakte dat naar ruim 15% en in 2014 naar iets meer dan 10%.

De basis van de sociaal-democratie is altijd lokaal geweest en die lokale basis verdient dus aandacht.  Niet door lokaal landelijke folders te verspreiden maar door een echt lokaal sociaal-democratisch verhaal te maken. Praat met bewoners en leerkrachten, met corporatiemedewerkers, verenigingsbesturen. Vraag wat zij goed vinden gaan in de gemeente en wat moet worden aangepakt. Bespreek dat binnen de afdeling en kies vervolgens welke dingen je aan wilt pakken en welk verhaal daarbij hoort.

Als directeur van de Vereniging van Nederlandse gemeenten trok ik veel door het land en toen heb ik geleerd dat de kracht van Nederland is gelegen in de diversiteit en de eigenheid van lokale gemeenschappen. In de lokale politiek moet je die eigenheid weten te verwoorden en de vinger op de zere plek leggen. In Rotterdam was de prostitutiezone aan de Keileweg zo’n zere plek. Voor de PvdA was prostitutie nu eenmaal legaal en voor Leefbaar Rotterdam was het vrouwenmishandeling. Zij hadden gelijk en naar enige tijd gingen wij als PvdA daar ook in mee.

Ik woon sinds twee jaar, na een leven lang in de stad, in Zuidland op Voorne Putten. Opnieuw ervaar ik hier hoe belangrijk lokale identiteit is. Zuidland is een dorp in de gemeente Nissewaard, waar bijna 42% van de kiesgerechtigden kwam stemmen. Meer dan de helft stemde op lokale partijen. ONS Nissewaard is de grootste partij en de PvdA kwam uit op de tweede plek. Gelukkig is samenwerking met een lokale partij hier heel gewoon en zit de PvdA samen met ONS en de VVD in het college. Hier in Nissewaard en veel andere gemeenten is veel ervaring opgedaan in de samenwerking met landelijke partijen. Het zou goed zijn die kennis een keer bij elkaar te brengen en daar lessen uit trekken; lokaal én landelijk.

Auteur(s)

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

S&D bestaat sinds 1939, verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Een online abonnement kost € 2 per maand. U kunt zelf een account hiervoor aanmaken onder mijn S&D, of stuur een e-mail naar send@wbs.nl.

Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2021). 

Inzenden kopij

De redactie van S&D verwelkomt kopij. Artikelen kunnen worden gemaild naar send@wbs.nl. Artikelen aanleveren in Word, bronvermelding in eindnoten (apa). Richtlijn aantal woorden: 2500-3000. Idealiter vormen artikelen in S&D een mix van wetenschap, politiek en essay. De redactie van S&D beslist over plaatsing van binnengekomen kopij. Ze beoordeelt daarbij op basis van de volgende criteria:
- een heldere opbouw en schrijfstijl (geen jargon) en duidelijke vraagstelling
- een goede onderbouwing van standpunten met argumenten, weging van de tegenargumenten en bronvermelding
- vernieuwing van de gedachtevorming binnen de sociaal-democratie
- toegevoegde waarde t.o.v. bestaande inzichten/onderzoeken
- politieke relevantie

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik de Boer, Meike Bokhorst, Wimar Bolhuis, Josette Daemen, Tim 'S Jongers, Ruud Koole, Marijke Linthorst, Kiza Magendane, Annemarieke Nierop [hoofdredactie], Bram van Welie

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl