Meike Bokhorst reisde met de Transsiberië Express van Moskou naar Peking en las het werk van Anna Politkovskaja, Svetlana Alexijevitsj en Jung Chang. Ze schreef er een politieke reisreportage over, ter nagedachtenis aan senator, literator en haar promotor Willem Witteveen, die ook naar de politieke werkelijkheid keek vanuit de boeken die hij las en de reizen die hij maakte.

Bij aankomst op het vliegveld van Moskou taxiet het vliegtuig door een feestelijke regenboog van zonlicht en water, afkomstig uit de straal van twee brandweerwagens. De KLM vliegt zestig jaar op Moskou en dat vieren ze in Rusland op gepaste wijze. Zoals schrijver Pieter Waterdrinker bij Zomergasten liet zien, duurt het lang om tot de Russen door te dringen. Maar als ze een buitenstaander eenmaal accepteren dan worden kosten noch moeite gespaard en word je warm — of in dit geval nat — onthaald.

Net zo gemoedelijk is het toeven in het pas gerenoveerde Gorki-park. Er wordt gestijldanst, men beoefent er trapeze-acrobatiek en speelt er petanque. Het betere vermaak zoals in de tijden van de bourgeoisie uit Oorlog en Vrede. Er zijn geen lawaaiige hangjongeren, graffitispuiters of zwervers. Er zijn ook nauwelijks wilde planten en beesten, alleen wat mussen en kwikstaarten. Alles is strakgetrokken en ingekaderd met tegels en beton. Het stadsbestuur heeft veel stadsparken recent gerenoveerd.1

Ook op straat is het schoon, heel en veilig. Een erfenis van het WK Voetbal van de zomer van 2018. Voor de rafelranden moet je verder buiten het centrum gaan. Zoals naar de Oekraiense wijk waar een Rode Kruis-ambulance in het park Lesya Ukrainka de verslaafden medische bijstand verleent.

We doen een rondleiding door de befaamde metro met een Moskouse gids. Na de Nederlandstalige inleiding van de reisleider zegt de gids dat ze niet weet wat er net gezegd is, maar dat zij de waarheid spreekt. De metrostations zijn volgehangen met mozaïeken en marmer. Pieter Waterdrinker verhaalt in Tsjaikovskistraat 40 hoe kunstschatten in de jaren dertig door de communisten uit de kerken zijn gehaald. Nu worden op veel plaatsen weer nieuwe kerken gebouwd, omdat veel Russen na de val van het communisme weer zijn teruggekeerd naar de orthodoxe kerk.

De gids neemt ons via het Rode Plein mee over de Bolsjoi Moskvoretsky-brug, omdat we vanaf daar het mooiste uitzicht hebben over het kasteel, het Kremlin. Ze loopt zonder iets te zeggen langs de plek waar vicepremier en oppositieleider Boris Nemtsov in 2015 gepasseerd werd door een sneeuwschuiver. Op de camerabeelden is daardoor niet te zien wie hem met vijf kogels in zijn rug doodschoot. De groep blijft wel staan bij de geïmproviseerde herdenkingsplek waar een portret en bloemen liggen. Sympathisanten leggen die daar al jaren dagelijks neer en het stadsbestuur haalt die ook dagelijks weer weg.2

Litvinenko kreeg polonium in zijn groene thee nadat hij onthulde dat de geheime dienst vier Moskouse flatgebouwen had opgeblazen

Nemtsov stond op het punt een zwartboek over Tsjetsjenië te publiceren. Hij was niet de eerste en ook niet de laatste. In 2006 kreeg oud-spion Aleksandr Litvinenko polonium in zijn groene thee nadat hij in Terreur van binnenuit onthuld had dat de geheime dienst FSB zelf vier Moskouse flatgebouwen had opgeblazen om een aanval tegen Tsjetsjenië te legitimeren. Vlak voor zijn dood onderzocht Litvinenko de moord op journaliste Anna Politkovskaja, die in de lift van haar Moskouse appartement was doodgeschoten na eveneens kritische publicaties over Poetins oorlog in Tsjetsjenië.3 Deze waarheid krijgen we natuurlijk niet te horen van de Russische gids.

We komen langs het befaamde Bolsjoj-theater waar al sinds 1877 onafgebroken Het zwanenmeer wordt opgevoerd. Toen in 2013 een van de danseressen een hoofdrol in Het zwanenmeer misliep, gooide haar geliefde, topdanser Pavel Dmitritsjenko, zuur in het gezicht van de artistiek directeur van het Bolsjoj-theater.4 ‘Truth is stranger than fiction’, aldus Mark Twain. En dat geldt zeker voor Rusland. Een ander onwaarschijnlijk scenario voltrok zich in 2002 in een theater zeven kilometer verderop in de Doebrovka-straat. Tijdens denvoorstelling Nord-Ost over de heldendaden van Russische soldaten gijzelden zo’n veertig bewapende Tsjetsjeense rebellen 850 mensen. Zij eisten de terugtrekking van de Russische strijdkrachten uit Tsjetsjenië en beëindiging van de Tweede Tsjetsjeense Oorlog. Politkovskaja beschrijft in Poetins Rusland (2004) uitgebreid hoe het Russische leger een sterk opiaat het ventilatiesysteem inspoot, waardoor niet alleen 39 terroristen de dood vonden, maar ook zo’n 129 gegijzelden.

De aanslagen in 2010 in de Moskouse metro laten nog in alle stations hun sporen na in de vorm van detectiepoortjes. Ook in de stations langs de Transsiberië Express staan detectiepoorten, al is de controle niet streng. De Tsjetsjeense terreur lijkt over zijn hoogtepunt heen. Frank Westerman citeert in Een woord een woord hoogleraar Adam Dolnik, die gespecialiseerd is in het Russisch-Tsjetsjeense conflict: ‘Effectief in de bestrijding van ter- reur zijn de meest tolerante samenlevingen, én de meest repressieve.’ Na tien jaar is het gelukt om de Tsjetsjeense terreur nagenoeg uit te bannen. ‘De repressieve methode heeft wel een prijs. Je moet dan bijvoorbeeld bereid zijn om, zoals Rusland in Tsjetsjenië heeft gedaan, meer dan honderdduizend burgers te offeren.’5

Bij zijn aantreden in 2000 vaardigde Poetin de ‘dictatuur van de wet’ en de ‘geleide democratie’ uit. Daarmee riep hij de nieuwe oligarchen tot de orde die onder Boris Jeltsin veel rijkdom hadden vergaard. En rekende af met opstandelingen en terroristen in de Kaukasus. Maar daarmee maakte hij ook oppositieleiders, vreedzame demonstranten en de media monddood. Correspondent Laura Starink interviewde Vladimir Ryzjkov, die vier perioden in de Doema gezeten heeft en in die periode meemaakte hoe het parlement alle wetgevende en controlerende macht verloor. Jeltsin was volgens hem een gemankeerde democraat met feodale trekken, maar Poetin is nooit een democraat geweest: ‘Vanaf de dag dat hij aantrad is Poetin begonnen de democratie te gronde te richten.’6 Zelf vroeg hij in het parlement nog weleens aandacht voor de onopgeloste moord op Politkovskaja: ‘Het verdwijnen van elke journalist, in het bijzonder van het kaliber van Anna Politkovskaja, berooft ons van elke hoop dat we adequaat kunnen begrijpen wat er aan de hand is in Rusland.’7

Foto: Meike Bokhorst

De Transsiberische spoorlijn tussen Jekaterinenburg en Irkoetsk.

De zuidelijke route van de Transsiberië Express vertrekt vanaf station Kazanskaja naar Jekaterinenburg via Kazan. Het is een rit van drie dagen en twee nachten. Zelf meegebrachte wodka drinken is verboden, tenzij je het coupéhoofd, de provodnik, afkoopt. De trein is overwegend bevolkt met toeristen. Ze spelen kaart en lezen boeken, zoals De Goelag Archipel van Solzjenitsyn en Oorlog en Vrede van Tolstoj. In mijn boek Het brilletje van Tjechov staat dat de kwaliteit van het Russische literatuuronderwijs altijd erg goed is geweest. Twee langslopende provodniks zien de titel en beginnen met elkaar te praten over Tsjechov.

Buiten Moskou houdt Rusland op

Al snel buiten Moskou zien we vanuit de trein niets anders meer dan berkenbossen, weilanden en her en der een datsja. Volgens Tsjechov houdt Rusland op buiten Moskou. Hij kwam zelf uit de provincie, dus hij kon het weten.

In Moskou kon hij zich volop ontwikkelen tot schrijver en ging het hem economisch voor de wind. Toch trok ook hij zich geregeld terug op zijn datsja, zoals elke Rus die het zich kan veroorloven.8 De datsja’s dienden in de (post) communistische tijd ook om zelf groenten te verbouwen en het schaarse winkelaanbod aan te vullen. Nog altijd staan op de stations langs de spoorlijn vrouwen hun lokale waar aan te bieden, zoals frambozen, bosbessen en zelfgebakken deegwaren. Een prettige aanvulling op de noedelmaaltijden uit de trein.

Behalve rust en ruimte lijkt er op het platteland weinig te beleven. Er zijn ook nauwelijks dieren te zien. Toch geven de eindeloze berkenbossen een vertekend beeld van het Russische platteland. De berkenbomen langs het spoor zijn aangelegd om te voorkomen dat in de winter het kruiende ijs en de sneeuw het spoor wegschuiven, zo lezen we in een boek over de ontstaansgeschiedenis van de Transsiberië Express.

Maffia en tsarenverering in Jekaterinenburg

In Jekaterinenburg fietsen we tussen de trolleybussen door woonwijken en industriële gebieden op weg naar het Sjartasjmeer. Deze vierde stad van het land en hoofdstad van de Oeral ligt in een van de meest geïndustrialiseerde gebieden met een grote rijkdom aan mineralen. Vanaf het meer zien we de skyline van noordoost-Jekaterinenburg, waar de grootste zware machinefabriek van Rusland staat, de Oeralmasj. Het is ook de naamgever van een van Ruslands machtigste maffia’s, het Oeralmasj-misdaadsyndicaat, dat de fabriek in bezit nam. Om deze fabriek vochten maffiabendes in de jaren negentig met elkaar een oorlog uit. Inmiddels is het onderdeel van staatsbedrijf OMZ, waarvan driekwart van de aandelen in handen is van de investeerder van Gazprombank, de zakenbank van het grootste gasbedrijf ter wereld.9

Politkovskaja beschrijft hoe de infiltratie van de maffia in deze industrie ook leidde tot ongekende corruptie bij de politie, het gemeentebestuur en de rechterlijke macht van Jekaterinenburg: ‘Wetteloosheid is aantoon- baar machtiger dan de wet. Het soort rechtspleging dat je krijgt hangt af van de klasse waartoe je behoort, en de hoogste echelons van de maatschappij, het VIP-niveau, zijn gereserveerd voor de maffia en de oligarchen. En de mensen die niet van VIP-niveau zijn? Ach, wat je nooit gehad hebt, mis je niet’ (p. 250).

Foto: Meike Bokhorst

Zwarte Tulp Monument in Jekaterinenburg voor de Russische gesneuvelden uit het Ural-gebied van de Afghaanse oorlog van 1979–1989 en de Eerste Tchetcheense Oorlog van 1994-1996.

We fietsen langs een van de vele monument voor de ruim 15.000 Russische gesneuvelden in de Afghaanse oorlog van 1979-1989. Een vergeten strijd, waar in het vaderland weinig belangstelling voor was en waar veteranenverenigingen met monumenten aandacht voor vragen. In Zinkjongens laat de Wit-Russische schrijfster Svetlana Alexijevitsj de moeders en echtgenoten spreken van jongens die terugkwamen in een zinken kist. Een van die moeders zegt: ‘Volgens mij moeten we nu niet gaan twisten over Afghanen-gedenktekens (en waar er nog meer moeten komen), maar liever gaan nadenken over berouw. We moeten allemaal berouw tonen over die jongens die bedrogen sneuvelden in die onzinnige oorlog, berouw over hun moeders, ook bedrogen door de regering, berouw over degenen die terugkwamen met een verminkte ziel of een verminkt lichaam. We moeten berouw tonen over het volk van Afghanistan, kinderen, moeders, oudjes, voor het feit dat we hun land zoveel verdriet hebben gedaan...’ (p. 274).

Dat berouw blijkt moeilijk op te brengen. In plaats van de politiek verantwoordelijken voor het gerecht te dagen, werd de schrijfster Alexijevitsj in 1992 zelf vervolgd voor het publiceren over de zinkjongens. In 2000 moest ze naar West-Europa vluchten omdat ze werd vervolgd door het regime van Loekasjenko. Daar kon ze een herziene editie van haar boek De oorlog heeft geen vrouwengezicht publiceren met herinneringen van honderden vrouwelijke scherpschutters, tankbestuurders en verpleegsters die eerder niet door de Sovjet-censuur waren gekomen.

We fietsen langs de ‘kathedraal op het bloed in de naam van alle heiligen die het land van Rusland hebben verlicht’. Op die plaats stond de villa waar honderd jaar geleden in de kelder de laatste tsarenfamilie, de Romanovs, is vermoord. Omdat de plek voor Russen een bedevaartsoord werd, heeft Jeltsin de villa in 1977 in opdracht van het communistische stadsbestuur gesloopt. In 2001 heeft gouverneur Rossel (die Politskovskaja in verband brengt met de Oeralmasj) samen met de Russisch-Orthodoxe Kerk een nieuwe kerk laten bouwen. De laatste tsaar, Nicolaas II, zijn vrouw en vijf kinderen zijn in 2000 heiligverklaard. In de kerkwinkel kun je hun iconen kopen en een kaarsje voor ze opsteken.

Ook elders in Rusland verschijnen nieuwe kerken en lijkt het orthodoxe geloof herrezen. Volgens Waterdrinker is het geloof nooit weggeweest, maar alleen een tijd onder de communisten onderdrukt. Politkovskaja meent dat het orthodoxe geloof na het communisme in de vruchtbare voedingsbodem viel van de algemene ontevredenheid, werkloosheid en overbodigheid van mensen: ‘Alle mislukkelingen die hun baan, hun echtgenote of hun bestaansgrond kwijt waren, renden naar de kerk, hoewel ze lang niet allemaal even gelovig waren’ (p. 173). Veel goed opgeleide, werkloze, straatarme mensen konden volgens haar hun draai niet vinden in de nieuwe realiteit. Ook in het werk van Alexijevitsj kom je deze dolende zielen volop tegen, zoals deze medewerkster van het leger: ‘Ik ben niet alleen m’n geld op de bank kwijt, door de inflatie, maar wat erger is, mijn verleden is geconfisqueerd. Ik heb geen verleden meer... Geen geloof... Waar moet ik op leven?’ (Zinkjongens, p. 230).

Na het kerkbezoek drinken we wat aan de oever van de rivier de Iset met uitzicht op het Jeltsin Centrum, dat in 2015 geopend is in het bijzijn van Poetin en Medvedev. Boris Jeltsin is 250 kilometer ten oosten van Jekaterinenburg geboren, trok op achttienjarige leeftijd hiernaartoe om bouwkunde te studeren en werd in 1976 eerste secretaris van de stad. Er is zelfs een bustoer langs alle gebouwen die op zijn initiatief zijn gebouwd.10 Toch wordt Jeltsin vooral verweten dat hij meer een sloper dan een bouwer was. Hij liet het kapitalisme de vrije loop zonder de rechtsstaat op te bouwen. Daardoor profiteerden vooral oligarchen en bureaucraten van de privatisering van de staatsbedrijven en tierde de corruptie welig.11

Een gigantische Lenin in Novosibirsk

In Novosibirsk stopt de trein een uur en hebben we krap tijd om een gigantisch Lenin-standbeeld in het centrum te bekijken. Overal in het Russische straatbeeld staan Lenin-monumenten en veel steden hebben prominente Lenin-straten. Op het Rode Plein staan lange rijen bij het Lenin-mausoleum. Ook Stalin rukt op in het straatbeeld en Russen adoreren hem steeds openlijker.12 In de documentaire De rode ziel is te zien hoe een groep aanhangers met Russische vlaggen en Stalin-portretten in een optocht door de straten van Moskou loopt. Ze leggen bloemen bij de buste van Stalin achter de bomenrij op het Rode Plein waar de bustes van de Russische leiders op een rij staan.

Naar aanleiding van de documentaire vertelt Hella Rottenberg, redacteur van Raam op Rusland, dat elk land een bindend verhaal nodig heeft waarmee het verder kan: ‘In Rusland is iedereen trots op de overwinning op nazi-Duitsland en Stalin is daar het symbool van. In een peiling van de grootste Rus aller tijden kwam Stalin op één, Poesjkin op twee en Poetin op drie. In 2016 was nog maar 17% van de gepeilden negatief over Stalin, terwijl dat in 2001 43% was. Ook groeide het aantal onverschilligen van 12% naar 32% tussen 2001-2016. De Russische staat is effectief in het wegdrukken van herinneringen. Men creëert een patriottisch verhaal met een geschiedenis zonder schuld en een verleden zonder waarheid. De misdaden van Stalin blijven onbestraft en de vraag naar verantwoordelijken is nooit gesteld. Zolang die vraag niet wordt gesteld hoeven de huidige heersers ook geen verantwoordelijkheid af te leggen.’13 Rottenberg spreekt over de samenzwering van het zwijgen.

Op het kruispunt tussen Europa en Azië

We nemen de Trans-Mongoolse route ten zuiden van het Baikalmeer en vragen ons af wanneer Rusland niet meer Europees maar Aziatisch aanvoelt. Na 1777 kilometer staat er ten noorden van Jekaterinenburg een obelisk die formeel de grens tussen Europa en Azië aangeeft. Maar in Irkoetsk is de overgang tussen Europa en Azië pas echt goed merkbaar. De stad is in 1652 gesticht aan de monding van de rivier Irkut en ontpopte zich tot het handelscentrum van Rusland met Mongolië en China. Het is een gemengde stad met veel mensen met een Mongoolse achtergrond. Irkoetsk heeft niet voor niets een vriendenband met Ulaanbaatar en veel Mongolen beschouwen het als onderdeel van het groot Mongoolse rijk. In heel Rusland wonen naar schatting een miljoen Mongolen.14

Bij de verkiezing van de grootste Rus aller tijden kwam Stalin op één, Poesjkin op twee en Poetin op drie

We doen een paar kaarten in de brievenbus maar die blijkt geen bodem te hebben. De post valt weer voor onze voeten. Die verloedering blijkt tekenend voor Irkoetsk. De publieke infrastructuur is op veel plekken in een slechte staat met half geasfalteerde straten vol plassen water zonder afvoer. Op plekken zonder waterleiding is de bevolking aangewezen op de vele waterpompen op straat. De vele houten huizen geven Irkoetsk een bijzondere, historische sfeer. Maar veel van die huizen zijn door de vrieskou verzakt en de straat is steeds opgehoogd, waardoor de kozijnen tot aan het straatniveau zijn gekomen.

Foto: Meike Bokhorst

Verzakt houten huis in Irkoetsk.

Politkovskaja beschrijft het tragische lot van een gepensioneerde veteraan van de Tweede Wereldoorlog, die na een val was vastgevroren aan de vloer van zijn eigen flat. De man stierf aan onderkoeling omdat de hulpdiensten niet uitrukten voor een bejaarde. En omdat de Gemeenschappelijke Onderhoudsdienst als gecentraliseerd staatsmonopolie niet in staat was de gebarsten, lekkende pijpen van het verouderde leidingensysteem van de stadsverwarming voor de winter te vervangen. Elders in de stad was er wel geld voor een gloednieuw warenhuis.

Troepenverplaatsing bij Baikalmeer

Voorbij Irkoetsk bezoeken we een openluchtmuseum met houten huizen en nemen we een verfrissende duik in het twaalf graden koude Baikalmeer. Het meer bevat 22% van de zoetwaterreserves en kan de hele wereldbevolking vijf jaar lang van drinkwater voorzien. In het bezoekerscentrum zien we endemische vissen zwemmen, zoals de omoel en de Baikalsteur. Ook de Baikalrob schiet als een kogel heen en weer tussen de muren van zijn veel te kleine bassin.

De treinreis gaat verder richting Mongolië. Vanuit de trein is ’s nachts de rode maan van de eclips mooi te zien door de onbewolkte hemel. Langs het spoor zien we een verzameling oude voertuigen van het Russische leger staan. Waarom zouden die zo opzichtig naast de spoorlijn zijn gezet voor het oog van de voorbijrijdende toeristen? Bij thuiskomst valt het antwoord te lezen in de krant. Rusland hield onder het toeziend oog van Poetin met 30.000 militairen een oefening in Tsoegol, bij de grens met Mongolië en China. In totaal deden aan de wekenlange oefening 300.000 militairen mee met 36.000 tanks en ander rijdend materieel, dat deels over het spoor werd aangevoerd. China stuurde ook nog 3.200 manschappen voor de gezamenlijke oefening ter bekrachtiging van de strategische alliantie. Maar de machtsbalans is aan het verschuiven van West naar Oost: in 2017 gaf China $ 228 miljard aan defensie uit, ruim drie keer meer dan Rusland.15

Verlangen naar sterke leiders tussen de torenflats en gers in Ulaanbaatar

De trein komt aan in Ulaanbaatar. In Mongolië woont inmiddels de helft van de mensen in de hoofdstad. In korte tijd is er een enorme hoeveelheid torenflats uit de grond gestampt met behulp van Chinese investeerders. Aan de randen van de stad staan tussen de torenflats overal gers, de traditionele Mongoolse tenten. Er zijn ook veel stenen huizen met een ger in de tuin. En zelfs flatgebouwen met een ger op het dak. De ger biedt houvast in een snel veranderende wereld. Maar met hun houtkachels dragen de gerbewoners ook bij aan de luchtvervuiling, waardoor Ulaanbaatar in de top-drie van meest vervuilde steden ter wereld staat. De lucht prikt in je keel. Het verkeer staat muurvast, ondanks dat er elke dag van de week een rijverbod is voor een andere groep auto’s op basis van indeling naar de eerste letter van het kenteken.

Foto: Meike Bokhorst

Dzjengis Khan Plein in Ulaanbaatar

Onze Mongoolse gids klaagt over de overheid die de problemen niet onder controle krijgt. De politici zijn allemaal corrupt en incompetent. Hij verlangt naar een sterke leider zoals Poetin. In Mongolië identificeert men zich sterk met Rusland en leeft men met de rug naar China. De gids vertelt hoe het boeddhisme vanuit China in Mongolië is verspreid om ervoor te zorgen dat de Mongoolse krijgers definitief van het paard zouden afstappen en door hun contemplatieve levenshouding ook geen nageslacht meer zouden verwekken. In de musea en gedenkplaatsen wordt duidelijk dat velen met heimwee terugverlangen naar het grote Mongoolse rijk, dat zich ooit uitstrekte van Kiev tot Peking. Voor Dzjengis Khan heeft een private investeerder onlangs nog een museum opgericht in de vorm van een immens standbeeld.

Gobiwoestijn vol skeletten en bieslook

Er is geen groter contrast denkbaar dan tussen het overvolle Ulaanbaatar en de compleet lege Gobiwoestijn, waar we vijf dagen met jeeps doorheen rijden. Er is helemaal niets, alleen af en toe een paar gers bij elkaar. De moderne wereld dringt hier door in de vorm van een motor, auto of zonnepanelen naast de ger. De rijkdom van de bewoners is vooral af te lezen aan de omvang van de veestapel. De enorme droogte heeft een deel van de veestapels en veel wilde dieren geveld. De woestijn ligt bezaaid met skeletten van dode paarden, geiten en schapen. Vanuit de sjamanistische traditie winden de nomaden doeken om de doodskoppen.

De grillige gevolgen van de klimaatverandering zijn overal goed zichtbaar. Nadat het een jaar lang niet noemenswaardig geregend heeft, is het water deze zomer met bakken uit de hemel gekomen. Lege rivierbekkens zijn weer volgelopen. Op veel plekken zijn autowegen ondergelopen of weggespoeld. Menig moderne jeep blijft steken in de modderrivie- ren. Alleen de ouderwetse grijze sovjetbusjes scheuren overal met gemak overheen.

De Russische staat creëert een patriottisch verhaal met een geschiedenis zonder schuld en een verleden zonder waarheid

Over de woestijn is een groene waas van bieslook gekomen. Ondanks de totale afwezigheid van bomen en struiken blijkt de Gobiwoestijn een vogelparadijs vol gieren, adelaars, wouwen, kraanvogels, hoppen en graspiepers. Eén gemeente is zelfs begonnen met een project om bomen aan te planten. Toch kunnen de irrigatiebuizen langs de verse aanplant niet voorkomen dat een kwart van de bomen alweer dood is.

Wakker worden tussen zonnepanelen in de Chinese bergen

Na een uren durende nachtelijke grensovergang tussen Mongolië en China worden we de volgende dag wakker in China met als eerste aanblik bergen die vol staan met zonnepanelen. Na de leegte van Mongolië lijken we hier weer in de moderne wereld aanbeland met overal stedelijke bebouwing, akkers met verschillende gewassen, grote fabrieken, veel bruggen, wegen, windmolens en zonnepanelen.

Foto: Meike Bokhorst

Bergen vol zonnepanelen bij een eerste blik uit de trein na het ontwaken in China.

De staatsgeleide economie voert van bovenaf en op ongekende schaal de energietransitie door, met elke maand zo’n 100 km2 aan zonnepanelen erbij. In een paar maanden tijd werden in een miljoenenstad 20.000 dieselbussen vervangen door elektrische bussen. Dat zijn meer bussen dan er in Nederland rondrijden, en het gaat veel sneller dan in ons poldermodel met klimaattafels. Het nadeel van een staatsgeleide economie is dat fouten met dezelfde daadkracht worden begaan. Zo is de aanleg van parken met zonnepanelen in China plotseling gestopt, terwijl de productie niet is afgebouwd. Daardoor kunnen Europese ondernemers nu spotgoedkoop Chinese zonnepanelen importeren.

Het westerse modebeeld in de metro van Peking

In de middag stappen we alweer uit in Peking. In de metro hangen net als in Moskou vrijwel alleen maar reclameborden met mensen die voldoen aan het westerse schoonheidsideaal. Blanke huid, dun zwart haar en Italiaanse uitstraling. Je ziet nauwelijks modellen met Russische of Chinese kenmerken. Ondanks het Chinese en Russische politiek nationalisme wil de gemiddelde Chinees of Rus kennelijk niets liever dan westerse rolmodellen. Bij een bezoek aan de Chinese Muur en het Winterpaleis worden we geregeld gevraagd om met Chinezen op de foto te gaan. Of ze maken net een selfie als je door het beeld voorbij komt lopen.

Bij de toeristische trekpleisters is het zo druk met Chinezen dat het moeilijk is om nog in de bijzondere omgeving op te gaan. Toch duurt het niet lang meer voordat de bevolkingsomvang vanaf 2025 gaat dalen. Wat opvalt in het Winterpaleis zijn de gezinnen met één groot kind en een kind in de buggy. Sinds 2016 is de eenkindpolitiek na 36 jaar afgeschaft en de staat wil het aantal kinderen zelfs volledig vrij gaan laten om de vergrijzing tegen te gaan. Een tweede kind mag nu, al zijn er maar weinig families die het doen. ‘Nóg een kind? Dat wil je jezelf hier niet aandoen’, kopt NRC Handelblad.16 Een kind succesvol grootbrengen is een kostbare aangelegenheid in het China van nu. Bovendien zijn veel ouders druk met werken. De recente schandalen rond melkpoeder en luchtvervuiling, die leiden tot gezondheidsschade bij baby’s, stimuleren ouders ook niet.

Mao: voor 70% door de staat goedgekeurd

Bij de ingang van de Pekingse metro liggen mensen op de grond te slapen. De reizigers stappen routineus over deze verliezers van
de globalisering heen. Wie had gedacht dat China zich in zo’n korte tijd zou omvormen van arbeidersparadijs tot kapitalistische heilstaat? Aan het Plein van de Hemelse Vrede bij de ingang van de Verboden Stad hangt nog altijd een groot portret van Mao Zedong. Net als in Rusland bemoeit de staat zich intensief met het beeld dat mensen van het verleden heb- ben. Het officiële standpunt van de Chinese communistische partij luidt dat Mao voor 70% goed was. Hoe zouden ze komen aan zo’n getal? En hoe valt dat te rijmen met het feit dat Mao de dood van zeventig miljoen mensen op zijn geweten heeft?

Irkoetsk kent plekken zonder waterleiding waar de bevolking is aangewezen op waterpompen op straat

De autobiografische bestseller Wilde Zwanen van Jung Chang was in 1993 voor het westerse leespubliek de eerste kennismaking met Mao’s China. Daarin valt te lezen hoe Changs ouders tijdens Mao’s Culturele Revolutie werden opgepakt en zijzelf naar het platteland werd gestuurd. Ruim tien jaar na Wilde Zwanen volgde de biografie van Mao van Chang en haar man Jon Halliday. Die vertelt in een interview daarover: ‘Mao is hét gezicht van de CCP en die is nog steeds aan de macht. Als ze Mao ter discussie stellen, stellen ze zichzelf ter discussie. Bovendien is de communistische partij medeplichtig aan Mao’s misdaden. Hij kon zijn terreur alleen maar uitoefenen doordat hij omringd was met mensen die dat toestonden. De partij was zijn instrument. Door de mythe van Mao in stand te houden rechtvaardigen de communisten hun monopolie op de macht. De Sovjet-Unie had Lenin om Stalin als boegbeeld te vervangen. China heeft niemand anders.’17

Het einde van de rode mens

Het is bijzonder om landen die je alleen vanuit boeken kent in het echt te bezoeken. Als westerse toerist is het goed toeven in de autocratische staten Rusland en China. Door te reizen met onder anderen Anna Politkovskaja, Svetlana Alexijevitsj en Jung Chang wordt het oppervlakkige beeld van buitenaf er niet mooier op, maar wel interessanter. De transformatie van communisme naar kapitalisme gaat verbijsterend snel, net als de transformatie van de dictatuur van het proletariaat naar de dictatuur van de autocraat.

In Poetins Rusland schreef Politkovskaja: ‘De Rus van vandaag de dag is, gehersenspoeld door de propaganda, grotendeels weer tot een bolsjewistische denktrant teruggevallen’ (p. 69). Dat het in Rusland niet bij bolsjewistisch denken alleen gebleven is, heeft Politkovskaja aan den lijve ondervonden. Ook Alexijevitsj betaalde een hoge prijs voor haar onafhankelijke verslaggeving en vluchtte dus naar West- Europa. Chang migreerde na de Culturele Revolutie in 1978 naar Engeland. Hun moed om te blijven schrijven leverde schitterende literatuur op.

In 2015 won Svetlana Alexijevitsj de Nobelprijs voor de literatuur. Haar stijl is beschreven als een ‘literaire archeologie van de communistische wereld’.18 In 2013 verscheen haar mees- terwerk Het einde van de rode mens. Leven op de puinhopen van de Sovjet-Unie. Een verzameling levensverhalen op basis van gesprekken met mensen waarin zij gespitst is op de overgang van leven, gewoon leven, naar literatuur. Zoals: ‘Een mens moet sterven met zijn tijd. Zoals mijn kameraden. Die stierven vroeg, twintig, dertig jaar. Die stierven gelukkig, met het ge- loof! Met de revolutie in hun hart, zoals ze toen zeiden. Ik benijd hen’ (p. 166). Of: ‘Hij tekende executielijsten en stuurde tienduizenden mensen de dood in. Hij stond dertig jaar naast Stalin. Maar op zijn oude dag kan hij met niemand een kaartje leggen, zelfs niet pandoeren...’ (p. 167). En: ‘“Helaas kunnen we uw vrouw niet teruggeven. Zij is dood. Maar uw eer krijgt u terug.” Ze gaven me mijn partijkaart terug. Wat was ik gelukkig! Zo gelukkig...’ (p. 183).

Alexijevitsj, Politkovskaja en Chang hebben laten zien hoezeer de maatschappij zelf ernaar verlangt om door haar leiders in slaap gesust te worden. Politkovskaja eindigt haar boek met een wake-upcall: ‘Je kunt er onmogelijk mee instemmen dat de politieke winter in Rusland weer enkele tientallen jaren aanhoudt. Je wilt dolgraag nog een beetje leven. Je wilt dolgraag dat je kinderen vrij zijn. En dat je kleinkinderen in vrijheid worden geboren. Daarom wil je dolgraag een spoedige dooi. Maar alleen wij kunnen de temperatuur van min naar plus krijgen. Niemand anders’ (p. 375). De mens, of die nu rood is of niet, is medeverantwoordelijk voor zijn einde en moet niet wachten op de dooi vanuit het Kremlin of enig ander politiek kasteel.19

  • 1. Geert Groot Koerkamp, ‘Verfraaiing maakt Moskou minder fraai’, Trouw, 14 september 2017 (www.trouw.nl/groen/ verfraaiing-maakt-moskou-minder-fraai~af87b4af/).
  • 2. Zie: www.raamoprusland.nl/dossiers/civil-society/480-duizenden-russen-herdenken-moord-op-boris-nemtsov.
  • 3. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Aleksandr_Litvinenko.
  • 4. Zie: www.trouw.nl/cultuur/topdanser-bekent-aanslag-met-zuur-in-gezicht-chef-Bolsjojtheater~aa80b87e/.
  • 5. Geciteerd in Frank Westerman (2016), Een woord, een woord, p. 258.
  • 6. Starink, Laura (2008), De Russische kater, Amsterdam/Rotterdam: Prometheus/NRC Handelsblad, p. 42.
  • 7. Starink, p. 43.
  • 8. Krielaars, Michel (2014), Het brilletje van Tsjechov. Reizen door Rusland, Uitgeverij Atlas Contact.
  • 9. Zie: https://nl.wikipedia.org/ wiki/Oeralmasj_(bedrijf ), wiki/OMZ , wiki/Gazprom-bank.
  • 10. Derix, Steven, ‘Op zoek naar de erfenis van Ruslands eerste en meest gehate president’, NRC Handelsblad, 26 december 2016 (www.nrc.nl/nieuws/2016/12/26/op-zoek- naar-de-erfenis-van-ruslands-eerste-en-meest-gehate-presi- dent-5920968-a1538363).
  • 11. Krielaars, Michel, ‘Corruptie en terreur: met dank aan Jeltsin’, NRC Handelblad, 13 oktober 2016. Op basis van David Satter: The less you know, the better you sleep. Russia’s road tot terror en dictatorship under Yeltsin and Putin, Yale.
  • 12. Krielaars (2014), pp. 310-316.
  • 13. Weergave van haar bijdrage in een discussiebijeenkomst na afloop van de filmvertoning De rode ziel in het filmhuis Den Haag op 13 september 2018. Zie ook www.filmhuis- denhaag.nl/agenda/event/ de-rode-ziel-film-debat en https://raamoprusland.nl/ auteurs/3-hella-rottenberg.
  • 14. https://nl.wikipedia.org/wiki/ Mongolen.
  • 15. Derix, Steven & Garrie Pinxteren, ‘Rusland, China tegen het Westen’, NRC Handelsblad, 15 september 2018. www.nrc.nl/nieuws/2018/09/14/rusland-en-china-tegen-het-westen-a1616589.
  • 16. Pinxteren, Garrie van, ‘Nóg een kind? Dat wil je jezelf hier niet aandoen’, NRC Handelblad, 22 september 2018.
  • 17. Huijsman, Linda, ‘Lange mars naar de waarheid’, Het Financieele Dagblad, 17 september 2015 (www.lindahuijsmans.nl/ home/files/Mao.html).
  • 18. Zie: www.nrc.nl/ next/2015/10/09/zij-beschrijft- de-traumas-van-gewone-russen-1546113.
  • 19. Met dank aan mijn reisgenoten, in het bijzonder Lobke Zandstra, Rowdy Boeyink, Matthijs Groeneveld en Jeffrey van Haaster. Een aangepaste versie van deze reportage is geschreven voor het liber amicorum voor Willem Wit- teveen, dat in 2019 bij uitgeve- rij Boom verschijnt.

Auteur(s)

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

Het tijdschrift S&D verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Sinds 1939

S&D bestaat sinds 1939 en is het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting. Voluit luidt de titel Socialisme & Democratie. Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2018)

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik Jan de Boer, Meike Bokhorst, Klara Boonstra, Menno Hurenkamp, Ruud Koole, Marijke Linthorst, Annemarieke Nierop [eindredactie]

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl