Russische versus westerse berichtgeving over de Krim, Panama Papers en Syrië
Door Boris Duregger

Russische en westerse media verschillen nogal eens in hun berichtgeving. Dit zal weinigen verrassen. “Propaganda,” zegt de trouwe westerse krantenlezer over de Russische media. “Propaganda,” meent ook de Russische mediaconsument over de westerse media. En daarmee is de kwestie van de uiteenlopende visies algauw besproken. Maar weten we wel echt hoe nieuwsitems bij ‘de ander’ gepresenteerd worden?
Van de verschillen en overeenkomsten tussen Russische en westerse berichtgevingen geef ik een impressie middels drie onderwerpen die tussen januari en mei 2016 in de media leefden: de Krim, Panama Papers en Syrië.

De Krim
ENV , een internetkrant uit Vladivostok, presenteert in een artikel de gegevens van een enquête, onlangs afgenomen onder inwoners van Vladivostok. Daaruit blijkt dat 98% van de ondervraagden “de aansluiting” van de Krim bij Rusland in maart 2014 nog altijd ondersteunt. Het meest genoemde argument: “De Krim hoort historisch gezien bij Rusland.” In het artikel zelf wordt niets geschreven dat tegen dit standpunt ingaat. De Franse krant Libération heeft een andere kijk op het verleden van de Krim. De krant geeft zelfs een geschiedenislesje waarin uitgelegd wordt dat de Krim-Tataren de oorspronkelijke bewoners van het schiereiland zijn, en dat er aan hun vorstendom een einde kwam toen de Russische tsarina Catharina de Grote dit gebied in de 18e eeuw annexeerde.  

Veel westerse kranten rapporteren over de problemen die de Krim-Tataren vandaag de dag op de Krim ondervinden. NRC Handelsblad schrijft bijvoorbeeld dat vooral de Tataarse minderheid van het schiereiland het doelwit is van repressie: “Arrestaties, huiszoekingen en geweld zijn aan de orde van de dag.” Ook de Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung beschrijft de terreur tegen de Krim-Tataren op de Krim: “De nieuwe machthebbers bestoken de Krim-Tataren, verbieden haar zelfbestuur, sluiten hun media en ontvoeren en vermoorden hun activisten.” Dergelijke uitlatingen zal men in Russische media niet gauw aantreffen, hoewel ook die er geen geheim van maken dat de Mejlis, het bestuursorgaan van de Krim-Tataren, verboden is verklaard.


Toch ontkennen ook Russische media niet, dat de Krim worstelt met een serieus probleem: het energietekort sinds de afscheiding van Oekraïne. Een artikel van Nezavisimaja Gazeta beschrijft de energieproblemen van de Krim. Zo zorgen de vier elektriciteitscentrales op de Krim momenteel slechts voor een tiende van wat nodig is. Ook constateert de krant problemen met water in de plaats Jalta: “Ondanks de betrekkelijk goede watervoorziening, raden de autoriteiten de inwoners van Jalta aan om zich spaarzaam en economischer op te stellen tegenover het gebruik van water.” De slotzin van het artikel: “Je kunt veronderstellen dat met de huidige economische positie de inlijving van de Krim bij Rusland weinig effectief is.” Dezelfde Russische krant doet de bouw van een energiebrug vanaf het Russische vasteland naar de Krim niet heroïscher voorkomen dan de realiteit: “Het is gelukt de energiebrug vanaf het vasteland te bouwen, maar het is aan de late kant.” Kortom, een Russisch stuk dat de situatie op de Krim niet rooskleuriger doet voorkomen dan zij is.

Echter, de werkelijk ontluisterende verhalen over de Krimse situatie zal men eerder in westerse media aantreffen. De Frankfurter Allgemeine Zeitung doet een vergaande voorspelling: “De impact van de annexatie zal, op de lange termijn, net zo verwoestend zijn als die van de Tsjetsjeense oorlogen.” Ook Nederlandse kranten schetsen bijzonder negatieve beelden van de toestand op de Krim. Een Trouw–reportage beschrijft de gevolgen van stroomuitval in de hoofdstad Simferopol. ’s Nachts moet je de weg op de tast vinden: “Struikelen is bijkans onvermijdelijk.” Ook de Volkskrant pakt flink uit: “Twee jaar na de illegale annexatie door Rusland is de Krim een van de meest geïsoleerde, arme en donkere plaatsen van Europa. De economie is geruïneerd. De enige industrie die wel bloeit is repressie: verdwijningen, politieke vervolgingen en andere juridische en fysieke aanvallen op eenieder die vraagtekens durft te plaatsen bij de Russische bezetting.”

In de Russische media vind je ook een artikel dat blijk geeft van enig enthousiasme. Na de aanleg van de energiebrug schrijft de Russische krant Izvestija trots dat het werk aan de brug in zeer hoog tempo is verlopen en dat er gebruik is gemaakt van de allernieuwste technieken. President Poetin komt aan het woord. Hij bedankt iedereen die aan de energiebrug heeft meegewerkt voor het “onbaatzuchtige werk, voor de gewetensvolle, zeer verantwoordelijke houding ten aanzien van de zaak.” Poetin vervolgt: “Jullie weten ook zo wel dat jullie een erg belangrijke taak hebben volbracht voor het land en dat jullie dat gedaan hebben met glans.” Overigens is de titel van dit Izvestija-artikel: “De Russische Krim heeft nog een blokkade doorbroken”. Haast alsof de Krim, na de aansluiting bij Rusland, een aaneenrijging van successen te zien heeft gegeven.

Panama Papers 
Terwijl westerse media hoog van de toren blazen over de onthullingen van de Panama Papers, zijn de Russen veelal argwanend. Een tekenend artikel verschijnt in het eerdergenoemde dagblad Izvestija. Deze krant schrijft dat westerse media de gelekte informatie naar buiten brengen als ware het een detective, met intriges en al. Vervolgens stelt de auteur van het stuk: “De Panama Papers zouden niet zo interessant zijn geweest voor de media en niet zo grootscheeps zijn gebracht, als er geen Russische intrige bij betrokken was.” Daar wordt nog een schep bovenop gedaan met de bewering dat de Panama Papers met veel zorg zijn uitgedacht bij het United States Agency for International Development (“lees: de CIA”, voegt Izvestia eraan toe), onderdeel van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Tot slot wil het artikel de lezer laten geloven dat de VS poogt om ook in Rusland een kleurenrevolutie te bewerkstelligen. De Panama Papers hebben dit als doel, aldus deze Russische auteur.

Ook andere Russische media trekken de echtheid van de Panama Papers in twijfel. “De authenticiteit van de Panama Papers is niet bevestigd”, schrijft Rossijskaja Gazeta, ruim een maand na het lekken van de documenten. Kremlin-woordvoerder Dmitri Peskov komt aan het woord en zegt dat het belangrijk is om de dingen bij hun naam te noemen: de Panama Papers zijn gestolen documenten. Westerse media zien in die ‘diefstal’ over het algemeen geen probleem.

Ook het Russische RT, voorheen Russia Today, plaatst op haar Engelstalige website een stuk vol scepsis ten opzichte van de Panama Papers. De krant citeert een voormalig medewerker van de CIA en een voormalig medewerker van de Britse veiligheidsdienst MI5. Naar aanleiding van het lekken van de Panama Papers zeggen beiden: “Bij dergelijke zaken moet je je altijd afvragen wie het financiert en wat de achterliggende belangen zijn”, en zetten zo vraagtekens bij de geloofwaardigheid van de documenten. Volgens de ex-CIA-officier gebruiken westerse media Poetin als het “gezicht” van de Panama Papers. Lekkende organisaties zouden dus Poetin tot boeman willen maken.

Toch zijn er ook Russische media die de Panama Papers niet direct van de hand wijzen. De op economische zaken georiënteerde website vestifinance.ru (een onderdeel van VGTRK, de Russische tegenhanger van de Nederlandse NPO, maar volledig in handen van de Russische staat) plaatst een artikel met de titel “Waarom gaat het Panamese schandaal niet in op de VS?” Het antwoord is níét dat de CIA erachter zou zitten. Integendeel, de auteur noemt dat een samenzweringstheorie. Er volgt een plausibele uiteenzetting die overeenkomt met de uitleg die de Amerikaanse krant The Washington Post en de Franse krant La Croix geven. Vestifinance.ru noemt als mogelijke reden dat de Amerikanen niet Panama gebruiken om belasting te ontwijken, maar daarvoor uitwijken naar de Britse Eilanden en de Kaaimaneilanden. Bovendien hoeven Amerikanen helemaal niet de grens over voor belastingontduiking: in bepaalde Amerikaanse staten kun je voor een paar honderd dollar een brievenbusfirma oprichten, aldus Vestifinance.ru. Deze conclusie is gelijk aan die van The Washington Post en La Croix. 

Er zijn dus ook Russische media die de Panama Papers serieus nemen. Sterker nog, sommige Russische media bejubelen zelfs het verschijnen van de Panama Papers. In het Russische dagblad Moskovskij Komsomolets verschijnt een stuk waarin de auteur beweert dat de Panama Papers in het voordeel van het Kremlin werken. Want, zo gaat de redenering, de informatie-uitwisseling met buitenlandse belastingdiensten was ontoereikend, maar nu is er de mogelijkheid om de personen die in de Panama Papers genoemd worden “een aantal ongemakkelijke vragen te stellen”. Zonder de Panama Papers was dat zeer moeilijk geweest: de Russische autoriteiten hadden dan moeten uitleggen dat ze een hacker data-accounts hadden laten stelen, aldus Moskovskij Komsomolets. Een expert legt bovendien uit dat de offshorisatie van de Russische economie het investeringsklimaat van het land negatief beïnvloedt.

Wie westerse media erop naslaat, krijgt niet direct de indruk – zoals de Russen wel vaak beweren – dat alle pijlen gericht zijn op de entourage van Poetin. Zeker, Poetin en zijn naasten worden genoemd, in een enkel geval worden zij ook als eerste genoemd, maar andere politici worden evengoed aangevallen. Britse media beschrijven de offshore-praktijken van David Cameron’s vader, Nederlandse media steken naar aanleiding van de Panama Papers hun hand ook in eigen boezem. “Nederland zou zich kunnen afvragen of het ruimte wil blijven geven aan bedrijfssoorten waar zoveel misbruik van wordt gemaakt”, schrijft Trouw. Het Duitse weekblad Die Zeit vat het bondig samen en noemt belastingontwijking een mondiaal probleem. De Duitse krant Süddeutsche Zeitung schrijft dat in de gelekte Panamese documenten ook dubieuze praktijken van de CIA naar voren komen. Opmerkelijk; dit staat lijnrecht tegenover de bewering van sommige Russische bronnen dat de CIA het is die de Panama Papers heeft gelekt. Hoe het ook zij, dat westerse media Poetin als ‘gezicht’ van de Panama Papers gebruiken, strookt niet geheel met de werkelijkheid.
 
Syrië
Jaren later dan het Westen begonnen ook de Russen, najaar 2015, zich te mengen in het Syrië-conflict. “Rusland helpt de Syriërs écht, anders dan het Westen.” Deze uitspraak doet een strijder van het Syrische leger, kolonel Hussam, in het NOS Achtuurjournaal. In hetzelfde item geeft de NOS-correspondent toe dat de rol van de Russen cruciaal is: “In de oorlog, militair gezien, met bombardementen, (en) in Genève waar de onderhandelingen plaatsvinden. Dat zou allemaal zonder Rusland niet of een stuk minder lopen.” Vervolgens nuanceert de correspondent: “Rusland is belangrijk maar zeker niet de enige speler.”

De NOS is niet het enige westerse medium dat positief bericht over Ruslands rol in Syrië. Zo schrijft de Nederlandse editie van Metro: “Het leger van het Syrische regime heeft de wind in de rug sinds het luchtsteun krijgt van de Russen.” Dat dit als iets positiefs opgevat mag worden, blijkt wel wanneer Metro vervolgens opmerkt: “En nu richt het de pijlen op niets minder dan Raqqa, de hoofdstad van het IS-kalifaat.” Oftewel, Rusland helpt bij het bestrijden van het zo gevreesde IS.

Tegelijkertijd berichten veel westerse media over de wreedheden van Assad en diens leger, en over de betrokkenheid daarbij van Rusland. Zo deelt de Britse krant The Guardian in een artikel een tweet van de speciale vertegenwoordiger van Groot-Brittannië voor Syrië: “Rusland moet controle krijgen over Assads aanvallen op burgers.” Ook andere westerse media wijzen erop dat Ruslands betrokkenheid in het Syrische conflict niet los te koppelen valt van het feit dat er burgerslachtoffers vallen. In een opinieartikel van het Amerikaanse dagblad The New York Times leest men: “De Syrische regering en de Russische luchtaanvallen richten zich op plaatsen waar burgers zich het meest verzamelen, en eveneens op de wegen die humanitaire hulp Oost-Aleppo binnen laten.” 

Ook de Russische krant Rossijskaja Gazeta ontkent niet dat de bevolking lijdt onder de bombardementen, maar verschilt in focus ten opzichte van bovenstaand New York Times-stuk. Zo is de titel van een artikel uit Rossijskaja Gazeta: “Russische piloten hebben in Syrië 54 doelen van terroristen aangevallen.” En vervolgens: “In de afgelopen dagen hebben onze militairen 4,4 ton humanitaire goederen bezorgd in Aleppo. Deze worden vervolgens doorgegeven aan de bevolking die het meest getroffen is tijdens de gevechten.” Overigens maakte de eerder geciteerde NOS-uitzending ook gewag van het uitdelen van humanitaire goederen door Rusland.  

Russische media uiten evenwel ook beschuldigingen aan het adres van de Amerikanen. Dagblad Izvestija vraagt zich af waarom Amerika samenwerkt met de terroristische organisatie Jabhat al-Nusra. In een artikel in Moskovskij Komsomolets wordt Doemapoliticus Aleksej Poeškov opgevoerd, die de lezer er nogmaals aan herinnert dat de Amerikanen in oktober vorig jaar een ziekenhuis in het Afghaanse Kunduz bombardeerden. Vervolgens geeft het artikel een voorbeeld dat laat zien hoe Rusland en Amerika naar elkaar wijzen bij een voorval dat beide landen blijkbaar niet goed uitkomt. Moskovskij Komsomolets schrijft dat twee gevechtsvliegtuigen van de Amerikaanse luchtmacht op 10 februari luchtaanvallen hebben uitgevoerd op Aleppo, waarop de officiële vertegenwoordiger van het Pentagon Rusland beschuldigde van de bombardementen. “De pogingen om schade toe te schrijven aan het Russische leger die door iemand anders is berokkend, stoppen nog steeds niet”, aldus deze Russische auteur. Volgens hem verschenen er onlangs in een aantal media berichten over een zogenaamd door Rusland verwoest ziekenhuis in Aleppo, waar tientallen burgers bij zouden zijn omgekomen.

Toch klinken er, in verband met de burgeroorlog in Syrië, ook positiever geluiden over Amerika in de Russische media. De Pravda opent een stuk over Aleppo als volgt: “Je hoopt altijd op het beste – dat is wat de Russische kant wenst, en, vast en zeker, onze Amerikaanse collega’s.” Het Russische dagblad Kommersant interviewt een wetenschappelijk medewerker van het in Moskou gevestigde Instituut voor Oriëntaalse Studies. Deze medewerker stelt in mei 2016: “Nu hebben, strikt genomen, twee grote machten – Rusland en de VS – de verantwoordelijkheid op zich genomen om het geweld in Syrië een halt toe te roepen (…).” Ook de interviewer zelf noemt de samenwerking tussen Rusland en de VS een actieve samenwerking die nu goed lukt. Kortom, de eer wordt gedeeld met Amerika.

Zoals hierboven al bleek, verschillen Russische media onderling van mening aangaande de rol van het Westen in Syrië. De Russische nieuwszender RT plaatst een artikel op zijn Engelstalige website die het nog moeilijker maakt een algemeen Russische houding te destilleren. RT: “Syrië’s ‘burgeroorlog’ is geheel het resultaat van aanhoudende aanvallen door westers geld en huursoldaten.” Het woord ‘burgeroorlog’ staat dus niet zonder reden tussen aanhalingstekens. In een ander RT-artikel noemt Patriarch Kirill, het hoofd van de Russisch-orthodoxe kerk, de strijd tegen terrorisme een ‘heilige oorlog.’ Ook zegt de geestelijke: “Ik bid tot God dat mensen stoppen terroristen te verdelen in goede en slechte terroristen, en dat zij stoppen de oorlog tegen terrorisme te verbinden met hun eigen doelen die vaak niet aangegeven, maar wel sterk aanwezig zijn op de politieke agenda.”
Wie bedoeld worden laat zich raden.