In de blog van 9 juli, de laatste vóór de zomervakantie, schreef ik over het boek “Dit doet even pijn” van Adam Kay. Kay was een specialist in opleiding in het Verenigd Koninkrijk, die in het zicht van de eindstreep zijn opleiding beëindigde. Omdat de voortdurende overbelasting hem teveel werd. Ik schreef ook dat de situatie in Nederland aanmerkelijk beter is dan bij de National Health Service in het VK, maar dat de gezondheidszorg in de basis op dezelfde leest geschoeid is: de gezondheidszorg drijft op de vele onbetaalde uren die met name artsen in opleiding tot specialist (aios) en artsen niet in opleiding tot specialist (anios) in de ziekenhuizen draaien.

Afgelopen week verscheen de Nationale aios enquête ‘Gezond en veilig werken’ van de beroepsorganisatie de Jonge Specialist. Het is niet de eerste keer dat de Jonge Specialist, soms in samenwerking met andere artsenorganisaties, onderzoek doet naar de arbeidsomstandigheden van specialisten. In 2005 en 2015 verschenen eveneens nationale enquêtes.

Uit het recente onderzoek blijkt dat er gemiddeld 8 uur per week wordt overgewerkt, waarbij 89% van de respondenten hiervoor niet gecompenseerd wordt in tijd of geld. Van de a(n)iossen kan 15% aan het einde van de werkdag vaak of altijd op tijd naar huis; na een avond-, nacht- of weekenddienst is dat minder dan 10%. Bij langdurige uitval van een collega wordt in 70% van de gevallen geen vervanging geregeld. 20% van de a(n)iossen heeft een verhoogde kans op een burn-out (in 2015 was dit nog bijna 15%), de helft heeft wel eens overwogen met de opleiding te stoppen (2015: ruim 35%) en 1 op de 10 doet dit ook daadwerkelijk.

Naar aanleiding van het verschijnen van de Nationale enquête sprak redacteur Kim Bos van de NRC met 5 aiossen over de werkdruk1. Eén van hen stopt eind deze maand met haar opleiding. Nadat ze de studie heeft afgerond, gepromoveerd is, een jaar als basisarts heeft gewerkt en twee jaar van de specialistenopleiding achter de rug heeft. Al met al een investering van zo’n 13 arbeidsjaren.

Wat opvalt in de gesprekken is de manier waarop de aiossen hun arbeidsomstandigheden als een persoonlijk probleem benaderen, waar zij ook zelf oplossingen voor zoeken. Zo werkt ruim 44% van de a(n)iossen in deeltijd (waarbij zij, zonder overuren, altijd nog aan een gemiddeld dienstverband van 40 uur komen) en vindt één van de geïnterviewden dat specialisten in opleiding het ook zichzelf wel een beetje aandoen. “We willen goed zijn in wat we doen, maar we willen ook dat gezin, die hobby’s en dat sociale leven. Je moet prioriteiten stellen en toch de opleiding een aantal jaar centraal stellen.” De vertrekkende aios concludeert: “Ik wil het leven dat bij dit werk hoort niet langer accepteren.”

Maar is het onvermijdelijk dat bij een opleiding hoort dat je geen gezin of hobby’s hebt? Of dat je je kinderen nooit naar de kinderopvang kunt brengen? Ik denk het niet. Een sector waarin er gemiddeld door iedereen 8 uur wordt overgewerkt, iedere week opnieuw, is structureel onderbezet. Deze kunstmatige schaarste draagt er op zijn beurt toe bij dat er nauwelijks collectief geprotesteerd wordt. Eén van de geïnterviewden: “Je opleider is ook degene die ervoor kan zorgen dat je na afloop een baan krijgt. Je wilt niet te boek staan als zwakkeling.”

Van de a(n)iossen is deze opstelling begrijpelijk. Maar de politiek en beleidsmatig verantwoordelijken in de zorg zouden actie moeten ondernemen. Alleen al om te voorkómen dat zich bij medisch specialisten dezelfde problemen gaan voordoen die nu spelen bij het verpleegkundig personeel. Onder de laatste beroepsgroep heeft structurele onderbezetting geleid tot verloop van personeel, nog grotere werkdruk, afnemende belangstelling voor het vak en tenslotte een tekort aan personeel. (De kinder-ic van het VUmc is inmiddels permanent gesloten vanwege een tekort aan verpleegkundigen.)

Voor de specialisten in opleiding geldt deze situatie nog niet. Zover zou het ook niet moeten komen.

  • 1. NRC zaterdag 15 september en zondag 15 september, p. 21.