Het faillissement van MC Slotervaart en de IJsselmeerziekenhuizen heeft de afgelopen week tot een stortvloed aan analyses en commentaren geleid. Daarbij worden soms ongefundeerde uitspraken gedaan die vervolgens als waarheid in de beeldvorming blijven hangen. Nieuwsuur, een programma waar ik meestal grote waardering voor heb, maakte het dinsdag 23 oktober jl. wel erg bont. In een terugblik op de geschiedenis van de ziekenhuizen meldde de ‘voice over’ dat de nieuwe eigenaren (Loek Winter en Willem de Boer) het personeel in loondienst namen. Vervolgens kreeg gezondheidseconoom Xander Koolman het woord. Hij suggereerde dat dit misschien wel de oorzaak voor het faillissement was. Medisch specialisten in loondienst hebben minder productieprikkels en ziekenhuizen worden toch wel een beetje betaald op basis van hun productie. Hier is sprake van een mengeling van onjuistheden en suggestieve aannames.

Op de eerste plaats is het personeel van het Slotervaartziekenhuis, vanaf de opening in 1976, altijd in loondienst geweest. Op de tweede plaats suggereert Koolman dat medisch personeel in loondienst er een beetje de kantjes van af zou lopen. Dat lijkt mij een grove belediging voor alle zorgverleners die zich met hart en ziel voor hun patiënten inzetten. Op de derde plaats zou je van een gezondheidseconoom (die overigens zelf ook in loondienst is) mogen verwachten dat hij onderbouwt waarom productieprikkels goed zijn. Productieprikkels kunnen ook een negatief effect hebben: een behandeling wordt gedaan omdat deze geld oplevert en niet omdat deze in het belang van de patiënt is. En op de vierde plaats is het niet juist dat ziekenhuizen gefinancierd worden op basis van productie. Er is een, door zorgakkoorden gelimiteerd, zorgbudget dat door de zorgverzekeraars over de zorgaanbieders wordt verdeeld. Grote ziekenhuizen hebben uiteraard een betere onderhandelingspositie dan kleine ziekenhuizen. Kleinere ziekenhuizen komen steeds meer in de positie waarin zij moeten slikken of stikken. De positie waarin fysiotherapeuten, diëtisten en andere zorgaanbieders met weinig onderhandelingsmacht al verkeren.

Een ander element in de commentaren is de positie van de zorgverzekeraars. Wij hebben de zorgverzekeraars de opdracht gegeven om de best mogelijke zorg in te kopen tegen een zo laag mogelijke prijs. Dan moeten we ook niet piepen als de zorgaanbieders die niet aan de eisen voldoen omvallen. Dat zou het geval zijn als de betrokken zorgaanbieders inderdaad te kort schieten. Maar is dat ook zo?

Verzekeraars bepalen welke producten zij inkopen. Met kwaliteit heeft dat vaak weinig te maken. Ruim 2,5 jaar geleden sprak ik een medisch specialist van het Slotervaart. Hij legde uit dat de kwaliteit van heupoperaties tot op zekere hoogte kon worden gemeten aan het aantal complicaties en heropnames. Deze werden bijgehouden. Het Slotervaart stond in de top en was goedkoper dan andere ziekenhuizen, maar kreeg niet méér heupoperaties.

De sluiting van MC Slotervaart is ten slotte verdedigd met het argument dat het ziekenhuis verlieslijdend was. Zowel Zilveren Kruis als de ING weigerden er nog extra middelen in te stoppen. Maar werd het verlies veroorzaakt door een slechte bedrijfsvoering of omdat het ziekenhuis werd afgeknepen door de zorgverzekeraar? Die vraag verdient grondig onderzoek.