Vorige week schreef ik over het NIVEL-onderzoek dat een afname constateerde van de bereidheid om aan de zorg voor anderen te betalen. Aan de uitkomsten van dit onderzoek vallen twee dingen op. De bereidheid om bij te dragen aan de zorg voor ouderen en mensen met genetisch veroorzaakte ziektes staat niet ter discussie; en er zijn grote verschillen tussen de verschillende groepen respondenten. De afname in solidariteit was niet tot nauwelijks significant onder hoog opgeleiden, jongeren (tot 40), mensen met een goed inkomen en mensen met een goede gezondheid. Een significante daling viel waar te nemen onder mensen met een laag inkomen, een middenopleiding en ouder dan 40.1

Het NIVEL merkt op dat het onderzoek een aantal beperkingen heeft. Met name het ontbreken van vragen naar de oorzaken van de afgenomen solidariteit. In een vervolgonderzoek zullen dergelijke vragen wel worden meegenomen.

In dit verband is een eerder onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over hetzelfde onderwerp interessant.2 Het SCP onderzocht de vraag naar de bereidheid om in de zorg voor anderen te betalen niet alleen kwantitatief (welk percentage?), maar ook kwalitatief. In verschillende leeftijd- en inkomensgroepen kregen mensen niet alleen indringende vragen voorgelegd (Vindt men dat burgers die méér gebruik maken van de zorg daar ook meer voor moeten betalen? Zouden mensen met een ongezonde leefstijl een hogere premie moeten betalen? Mogen sommige mensen voorrang krijgen op anderen bij de toegang tot de zorg?) maar werd daar onderling ook het gesprek over aangegaan.

De weerslag van die gesprekken werpt licht op de motieven voor en de bedenkingen bij de keuzes die mensen maken, de informatie waar zij over beschikken, de oorzaken van hun scepsis en de verwachtingen die zij hebben van zorgverzekeraars en de overheid.

Opmerkelijk was de eensgezinde steun onder alle leeftijd- en inkomensgroepen voor solidariteit als grondslag onder het zorgstelsel. Hoewel veel mensen de eigen bijdragen ten behoeve van de zorg (premie, eigen risico en eigen bijdragen) als hoog ervaren was men niet bereid de kosten te verlagen door een verminderde solidariteit. “We willen geen Amerikaanse toestanden.” In de opvatting van de deelnemers aan het onderzoek moet de overheid hier een belangrijke rol in spelen.

Een tweede uitkomst was dat de deelnemers geen voorstander waren van het zwaarder belasten van mensen die meer zorg gebruiken. Wel vond men dat het kostenbewustzijn onder zorgvragers en zorgverleners gestimuleerd zou moeten worden: geen bezoek aan de Spoedeisende Hulp  bijvoorbeeld, als de huisarts volstaat.

Een laatste, voor mij verrassende, conclusie was dat de deelnemers bij nader inzien weinig heil zagen in hogere premies voor mensen met een ‘ongezonde’ leefstijl. Een belangrijke overweging was dat mensen die ongezond leven meestal ook eerder dood gaan, wat weer kosten bespaart. Maar het voornaamste was de vraag waar je de grens trekt. Moet je mensen die veel sporten en daardoor blessures oplopen ook zwaarder belasten? De enige uitzondering die men eventueel zou willen overwegen was een  hogere premie voor mensen die bewust een gevaarlijke sport beoefenen.

Reflecterend op het rapport kun je vaststellen dat de gemiddelde burger zich ervan bewust is dat de kosten voor de zorg hoog zijn (al realiseert het merendeel zich niet dat ruwweg de helft van de zorgkosten geheven wordt via de inkomensafhankelijke bijdragen, werkgevers en belastingdienst), maar dat men de solidariteit onaangetast wil laten. Wel pleit men voor een groter kostenbewustzijn. Niet alleen bij zorgvragers en zorgaanbieders, maar ook bij de overheid en de zorgverzekeraars. Men vraagt zich bijvoorbeeld af of het geld dat we met zijn allen voor de zorg betalen wel goed besteed wordt. Twijfels zijn er onder meer over de hoge vergoedingen voor bestuurders van zorgverzekeraars en zorginstellingen, uitgaven voor reclame en sponsoring en overhead en bureaucratie als gevolg van de ‘bubbel om de marktwerking’.

Het is een visie op de gezondheidszorg die behoorlijk afwijkt van het stelsel van gereguleerde marktwerking, waarin prikkels een belangrijke rol spelen. Welke stappen moeten er gezet worden om de organisatie van de zorg wat meer in de pas te laten lopen met de opvattingen van de burgers?

  • 1. NIVEL, Solidariteit in het Nederlandse zorgstelsel. Utrecht, 2017, p. 10.
  • 2. Sociaal en Cultureel Planbureau, Meebetalen aan de zorg. Den Haag, 2012.