Eén van de beste resultaten die minister Schippers bereikt heeft, is dat zij er in geslaagd is de kosten van de gezondheidszorg beheersbaar te maken. Veel maatregelen zijn gericht op het terugdringen van de vraag naar zorg en het tegengaan van oneigenlijk gebruik en misbruik van zorggelden. Opmerkelijk zijn de keuzes die de minister op het laatste terrein gemaakt heeft. Zij zette vol in op het bestrijden van onjuiste declaraties; daarbij werd voor lief genomen dat het declaratiesysteem (DBC’S) een enorme administratieve last met zich meebrengt en dus ten koste gaat van de tijd die aan daadwerkelijke zorg wordt besteed.

Hoewel Zorgverzekeraars Nederland in 2015 constateerde dat in 2% van de onjuiste declaraties sprake was van fraude, trok de minister € 10 mln uit om deze te bestrijden en was zij zelfs bereid het medisch beroepsgeheim hier ondergeschikt aan te maken. Want, zo stelde de minister in de Tweede Kamer: 'Fraude, misbruik en ongewenst gebruik ondermijnen de solidariteit waarop ons zorgstelsel is gebaseerd en doen afbreuk aan de publieke belangen die we met ons zorgstelsel willen borgen.' Hoewel het middel mijns inziens niet proportioneel is, kan ik de principiële motivering wel onderschrijven.

In schril contrast hiermee staat de wijze waarop de minister reageerde op zorg bv’s, die het verbod op het uitkeren van winst en de beperking van topinkomens in de zorg omzeilen. Het FD publiceerde er afgelopen week verschillende artikelen over: een organisatie die een licentie heeft om zorg te verlenen richt een bv op waar zij de zorgverlening aan uitbesteedt. Deze bv mag winst uitkeren en is ook niet gehouden aan de Wet normering topinkomens. De constructie was eerder in Medisch Contact al aangekaart door Marcel Levi.

GroenLinks stelde er in de Tweede Kamer vragen over en vroeg de minister of zij bereid was te onderzoeken hoeveel zorginstellingen gebruikmaken van deze route. De minister antwoordde op 17 juli jl.: 'In de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) die betrekking heeft op Zvw- en Wlz-zorg, is winstuitkering door zorgaanbieders in beginsel verboden. (…) Het toezicht op de naleving van het verbod op winstoogmerk is neergelegd bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Indien een overtreding van een WTZi-toegelaten instelling wordt geconstateerd, kan worden ingegrepen. Gelet op het bovenstaande acht ik het niet nodig zelf nader onderzoek te doen.'

De bv-constructie is volkomen legaal: moreel deugt het niet, maar de wet staat het toe

Dit is bijzonder. De IGZ kan ingrijpen als een overtreding wordt geconstateerd. Het punt is alleen dat de bv-constructie volkomen legaal is. Moreel deugt het niet, maar de wet staat het toe. Daar komt bij dat, zoals het FD in haar onderzoek meldt, de IGZ (tegenwoordig: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, IGJ) niet tot nauwelijks toekomt aan het controleren van de financiële bedrijfsvoering van zorginstellingen. De toezichthouder houdt zich in de praktijk vooral bezig met het beoordelen van de kwaliteit van zorg die geleverd wordt. Bovendien ontbeert IGJ de kennis, mensen en middelen om de geldstromen goed in kaart te brengen. 'De Inspectie geeft in een reactie aan pas in actie te komen na signalen en meldingen van klokkenluiders.'

Hoeveel zorggeld er via de bv’s verdwijnt, is niet duidelijk. Maar iedere cent is er één te veel. Bovendien geven dit soort constructies ook weer aanleiding om nieuwe initiatieven te ontplooien waarmee opnieuw geld uit de zorg wordt weggesluisd. Er zijn bijvoorbeeld al bedrijven (‘Bv4U’) die snel en goedkoop een bv regelen, ook voor zorginstellingen.

In juli heeft de Tweede Kamer het erbij laten zitten. Ik mag hopen dat de nieuwe Kamer haar tanden laat zien. In de woorden van voormalig minister Schipper: 'Fraude, misbruik en ongewenst gebruik ondermijnen de solidariteit waarop ons zorgstelsel is gebaseerd en doen afbreuk aan de publieke belangen die we met ons zorgstelsel willen borgen.'

> Lees de eerdere blogs die Marijke Linthorst schreef over de zorg