Uit het onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau naar de solidariteit in de zorg, waarover ik vorige week schreef, blijkt niet alleen dat Nederlandse burgers veel waarde hechten aan solidariteit, maar dat zij ook bereid en in staat zijn om na te denken over de vraag hoe deze solidariteit behouden kan blijven. Een overheid die zegt solidariteit in de zorg belangrijk te vinden, zou hier op in kunnen spelen. Helaas hebben opeenvolgende kabinetten op dit punt weinig tot niets ondernomen. De nadruk ligt tot nu toe vooral op de kosten. Eén van de meest gehoorde uitlatingen is dat de Nederlandse gezondheidszorg kwalitatief weliswaar tot de top behoort, maar dat de kosten relatief (dat wil zeggen in vergelijking met andere landen) hoog zijn. Daar valt wel iets op af te dingen.

Als de zorgkosten worden uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) staat Nederland op de zevende plaats, na de Verenigde Staten, Zwitserland, Japan, Zweden, Frankrijk en Duitsland. Daarbij moet echter worden aangetekend dat Nederland in vergelijking tot andere landen veel geld uitgeeft aan langdurige zorg. De zorg voor ouderen en gehandicapten bijvoorbeeld. Het zijn precies de posten die voor Nederlanders niet ter discussie staan.1 Als alleen gekeken wordt naar de uitgaven in het kader van de zorgverzekeringswet staat Nederland wat kosten betreft op de 20e plaats.2 Met uitzondering van Noorwegen en Luxemburg geven alleen minder welvarende landen als Polen, Letland, Tsjechië en Spanje een kleiner deel van het bbp uit aan de zorg. Het is merkwaardig dat uitlatingen over de kosten van en de solidariteit binnen de zorg zich met name toespitsen op de uitgaven in het kader van de zorgverzekeringswet, terwijl we op dit onderdeel eerder hekkensluiter zijn dan dat we in de top tien staan.

Dit wringt temeer omdat de hoge kosten worden benoemd als een risicofactor voor de solidariteit binnen de zorg. Met name de zorgverzekeraars en de toezichthouder, de Nederlandse Bank, benadrukken dit risico. In een interview in de Volkskrant van 11 november 2017 stellen de bestuurders van de vier grote zorgverzekeraars dat de zorg onbetaalbaar dreigt te worden en de betalingsbereidheid afneemt.

Het benadrukken van de kosten als oorzaak voor afnemende solidariteit kan uitdraaien op een ‘self fulfilling prophecy’. Als je maar vaak genoeg herhaalt dat de solidariteit onder druk staat, gaan mensen het uiteindelijk geloven. Het zou een verklaring kunnen zijn voor het gegeven dat de bereidheid om voor anderen te betalen èn de verwachting dat anderen bereid zullen zijn voor jou te betalen vooral gedaald is onder ouderen, mensen met een middenopleiding en mensen met een laag inkomen. Zij zijn misschien eerder geneigd uitspraken van gezaghebbende organisaties als DNB voor waar aan te nemen.   

Ik geloof niet snel in complottheorieën, maar op dit punt bekruipt mij soms het vermoeden dat er een ideologische strijd wordt gevoerd. Linksom of rechtsom moeten de geesten rijp worden gemaakt voor afkalvende solidariteit. Waarna ‘de markt’ zich op kan werpen om het eigen belang van ieder individu zo goed mogelijk te bedienen. Het is een bizarre situatie. Burgers zien het risico van afnemende solidariteit en doen een beroep op de overheid om de solidariteit te borgen en desnoods af te dwingen3. Zij willen tegen zichzelf beschermd worden omdat zij de maatschappelijke gevolgen van de jacht op persoonlijk voordeel ongewenst vinden. Maar de overheid honoreert dit verzoek niet. Zij ziet voor zichzelf hooguit een kaderstellende (budgetplafond, ‘gelijk speelveld’) rol weggelegd.

Op zijn minst zou de overheid de burgers actief moeten informeren over feiten en cijfers, zodat zij hun afwegingen kunnen maken op basis van de juiste gegevens. Daarover volgende week.

  • 1. Zowel uit het NIVEL-onderzoek als uit de studie van het SCP blijkt dat ouderen en langdurige zorg de posten zijn waarvan mensen vinden dat er niet op bezuinigd mag worden. Ook het succes van de actie van Hugo Borst en Carin Gaemers voor betere ouderenzorg wijst in deze richting.
  • 2. DNB: Visie op de toekomst van de Nederlandse zorgverzekeraars, p. 12.
  • 3. Sociaal en Cultureel Planbureau: Meebetalen aan de zorg. Den Haag, 2012, p. 35.