Er is een groot tekort aan medisch personeel, vooral aan (gespecialiseerde) verpleegkundigen. Dit leidt tot uitstel van operaties en oplopende wachtlijsten. Toch meldde de Volkskrant op vrijdag 8 juni jl. dat 11 van de 17 opleidingen verpleegkunde een numerus fixus heeft ingesteld: een maximum aan het aantal studenten dat tot de opleiding wordt toegelaten. De reden is dat er met name in ziekenhuizen onvoldoende stageplekken beschikbaar zijn. En als er geen stageplaats is, of de student tijdens zijn of haar stage onvoldoende begeleiding krijgt, kunnen de instellingen de kwaliteit van de opleiding niet garanderen. En dus nemen de opleidingen minder studenten aan dan dat er nodig zijn. Hoe heeft deze ‘catch 22’ kunnen ontstaan?

Een belangrijke rol speelt de substitutie van zorg. Of beter gezegd: het niet voldoende onderkennen van de gevolgen van substitutie van zorg. Substitutie van zorg houdt in dat dure zorg, indien mogelijk, zoveel mogelijk wordt vervangen door goedkopere zorg. Taken van medisch specialisten worden afgesplitst en de eenvoudigere ingrepen worden overgedragen aan huisartsen en verpleegkundigen. Algemene ziekenhuizen nemen taken over van universitaire medisch centra, die zich met name op complexe behandelingen richten. Aandoeningen die vroeger in een ziekenhuis behandeld werden, worden nu thuis behandeld. De juiste zorg op de juiste plek.

Op zichzelf is er veel te zeggen voor substitutie van zorg. De meeste mensen zijn liever thuis dan in het ziekenhuis en worden daar meestal ook eerder beter; het is vaak fijner om door de eigen huisarts geholpen te worden dan door een specialist in een verder weg liggend ziekenhuis. Maar dan moet er wel oog zijn voor de gevolgen. Bij het overhevelen van taken naar (gespecialiseerde) verpleegkundigen heeft men zich onvoldoende gerealiseerd dat dit ook zou moeten leiden tot het aantrekken en opleiden van méér verpleegkundigen. Een belangrijke oorzaak voor het huidige grote tekort.

Op 25 april van dit jaar is er een nieuw hoofdlijnenakkoord medisch specialistische zorg (MSZ) gesloten tussen beroepsbeoefenaren, ziekenhuizen, patiëntenfederatie, zorgverzekeraars en de minister van VWS. Ook dit hoofdlijnenakkoord zet sterk in op de juiste zorg op de juiste plek. Alle partijen realiseren zich dat deze verschuiving niet vanzelf gaat. De ‘winst’ van de één kan ten koste gaan van de ander. In het akkoord is dan ook afgesproken dat de financiering de patiënt volgt (dit houdt in dat degene die de patiënt behandelt daar ook voor betaald krijgt) en dat de instellingen die hierdoor moeten krimpen onder voorwaarden geld kunnen krijgen om zich aan de nieuwe situatie aan te passen. Daarnaast is er een Taskforce ingesteld met experts op alle terreinen van de zorg. In het rapport1 dat de Taskforce heeft uitgebracht worden tal van goede voorbeelden beschreven en dito aanbevelingen gedaan. Zo constateert de Taskforce onder meer dat de zorgvraag verandert. In toenemende mate is er sprake van ouderen met meerdere chronische aandoeningen. In dat licht pleit zij voor het slechten van (financiële) schotten tussen de verschillende hulpverleners. Zorg zou door de eerstkomende hulpverlener geboden moeten kunnen worden en niet afhankelijk moeten zijn van het takenpakket van de organisatie waar de hulpverlener toe behoort. Het is een forse stap op weg naar een meer integrale benadering van de zorg. De leden van de Taskforce verdienen hiervoor waardering.

Er is één maar. Het rapport beperkt zich tot vraagstukken die zorg gerelateerd zijn. Maar de problematiek van thuiswonende ouderen met meerdere chronische aandoeningen betreft niet alleen directe zorg. Hoewel veel ouderen het liefst thuis willen blijven wonen, verloopt dat vaak niet zonder problemen. Eén van de grootste problemen is groeiende eenzaamheid. Familie en bekenden vallen weg en de mobiliteit neemt af. Ook die aspecten hebben effect, op het welbevinden en op de gezondheid. Wie steeds minder loopt valt vaker. Altijd alleen eten is niet bevorderlijk voor de eetlust.

Het is mooi als dure zorg gesubstitueerd kan worden door even adequate goedkopere zorg. En het is verstandig als onderkend wordt dat een deel van de besparing geïnvesteerd moet worden in uitbreiding van dit goedkopere aanbod. Maar het zou nog mooier zijn als het kabinet het in de bredere context van welzijn zou plaatsen en ook daarin zou investeren. 

  • 1. Rapport Taskforce. De juiste zorg op de juiste plek. Z.p, z.j.