In december 2017 verscheen het rapport ‘Visie op de toekomst van de Nederlandse zorgverzekeraars’ van De Nederlandse Bank (DNB). DNB beschrijft als toezichthouder op de zorgverzekeraars een aantal ontwikkelingen (medische en technologische innovatie, demografische, politiek-juridische, sociaal-maatschappelijke en financieel-economische ontwikkelingen) en de invloed die deze op zorgverzekeraars hebben. Het rapport constateert dat er nauwelijks mogelijkheden voor zorgverzekeraars zijn om met elkaar te concurreren. Niet op kwaliteit (voor veruit de meeste behandelingen zijn er geen bruikbare kwaliteitsindicatoren), niet op de basispolis (het onderscheid tussen basispolissen vervaagt) en evenmin op de aanvullende verzekering. Deze laatste verandert van karakter: mensen nemen steeds vaker alleen een aanvullende polis als zij kosten verwachten. Zijn de kosten gemaakt, dan laten zij deze verzekering vallen.

Je zou hier de conclusie uit kunnen trekken dat de zorgverzekeraars hun beoogde functie niet waar kunnen maken en dat het dus tijd wordt om, 11 jaar na de invoering van het stelsel, te kijken hoe het anders zou kunnen. Maar dat doet DNB niet. DNB houdt vast aan concurrentie. Als dat niet lukt op de polis dan moet de oplossing gezocht worden in preventie en advies. Dat betekent wel dat de verzekeraar in staat gesteld moet worden om meerjarige afspraken te maken met zorgaanbieders. De opbrengsten van preventie zijn immers pas na enige tijd zichtbaar. Daarmee ligt het ook voor de hand om meerjarige polissen aan verzekerden aan te bieden. DNB realiseert zich dat dit gevolgen heeft voor één van de pijlers van het zorgstelsel: de mogelijkheid om te ‘stemmen met de voeten’.

DNB houdt ook vast aan selectieve inkoop, ondanks het gebrek aan kwaliteitsindicatoren. Door verbetering van data-analyse kunnen zorgverzekeraars een beter inzicht krijgen in kwaliteitsverschillen in de zorg. Daarvoor is wel nodig dat verzekerden hun zorgverzekeraar toestemming geven om privé-gegevens te gebruiken voor het verbeteren van de kwaliteit en voor preventie. Elders in het rapport gaat DNB nog een stap verder: “Het is aan beleidsmakers om te evalueren in hoeverre privacywetgeving op dit vlak knelt.”1 DNB dwaalt liever ten hele dan dat hij ten halve keert.

Het is opmerkelijk dat DNB vasthoudt aan de huidige positionering van de zorgverzekeraars, terwijl DNB erkent dat zorgverzekeraars twee verschillende rollen hebben die zich niet altijd moeiteloos laten combineren. De rol van financiële onderneming en de rol van regisseur van de zorg. Als financiële onderneming moet de zorgverzekeraar risico’s managen en een ‘robuust’ kapitaalbeleid voeren; als regisseur van de zorg is hij verantwoordelijk voor kwalitatief goede en betaalbare zorg. De noodzaak van een stevig kapitaalbeleid wordt versterkt door een aantal politieke beslissingen, waaronder het afschaffen van de ex-post verevening. Verevening is het herverdelen van financiële middelen tussen verzekeraars op basis van hun verzekerdenpopulatie. Om risico-selectie te voorkómen en een gelijk speelveld te bevorderen worden verzekeraars gecompenseerd voor verzekerden met hoge zorgkosten. Tot voor kort bestond de verevening uit een inschatting vooraf (ex ante) en een verrekening op basis van de reële kosten achteraf (ex post). Voormalig minister Schippers heeft vol ingezet op het vervolmaken van de ex ante en het afschaffen van de ex post verevening. De reden? Als zorgverzekeraars weten dat zij de gemaakte kosten sowieso vergoed krijgen gaat dat ten koste van de doelmatigheid. Anders gezegd: de zorgverzekeraars letten dan minder op een scherpe inkoop.

De zorgverzekeraar heeft de wettelijke opdracht om goede en betaalbare zorg in te kopen, maar DNB en beleidsmakers vertrouwen er kennelijk niet op dat hij dat zonder financiële prikkel zal doen. Tegelijkertijd vertrouwt DNB de zorgverzekeraar wel als het gaat om het ter beschikking stellen van privé gegevens van verzekerden. Het is een merkwaardige tegenstrijdigheid: enerzijds zal de zorgverzekeraar zonder financiële prikkel niet doelmatig inkopen, anderzijds zal de zorgverzekeraar privé gegevens van zijn verzekerden uitsluitend gebruiken om de kwaliteit van de zorg te verbeteren.

Aan deze benadering ligt ook een akelig wereldbeeld ten grondslag: iedereen wordt geacht elkaar niet te vertrouwen. De zorgverzekeraar wantrouwt de zorgaanbieder; DNB, beleidsmakers en de burger wantrouwen de zorgverzekeraar.

En dat in een sector die het in de alledaagse werkelijkheid van de zorg moet hebben van vertrouwen.    

  • 1. DNB: Visie op de toekomst van de Nederlandse zorgverzekeraars. December 2017, p. 46