In de NRC van 22 november stond een reconstructie van het optreden van minister Bruins van VWS rondom de faillissementen van het MC Slotervaart en de IJsselmeerziekenhuizen. Het is een ontluisterende beschrijving van een minister die eerst alle verantwoordelijkheid afwijst (niet ik, maar de zorgverzekeraars gaan over het wel en wee van de ziekenhuiszorg), vervolgens belooft er alles aan te doen om de (spoed)zorg in Lelystad te behouden en tenslotte aan de Tweede Kamer moet melden dat dit laatste niet gaat lukken. De Tweede Kamer is vervolgens, geheel volgens de verwachting, buitengewoon kritisch.

Nu valt de minister het nodige te verwijten, maar nu juist niet dat hij er niet in geslaagd is de spoedzorg en de acute kraamzorg veilig te stellen. Na een faillissement wordt een curator verantwoordelijk voor het beheer van het ziekenhuis, dus ook voor de beoordeling van de plannen van eventuele kopers. Daarbij heeft de curator de plicht het hoogste bod te aanvaarden, zodat de schuldeisers een zo groot mogelijk deel van hun geld terugkrijgen. Dit betekent dat de vraag welke zorg wenselijk of zelfs medisch noodzakelijk is, ondergeschikt is aan de manier waarop de hoogste prijs gerealiseerd kan worden. 

Je zou mogen verwachten dat bij een faillissement van een ziekenhuis alle belangen worden afgewogen. Per slot van rekening wordt de zorg met publieke middelen gefinancierd. Maar dat is dus niet het geval. De bank en de zorgverzekeraar beslissen over de faillissementsaanvraag en vervolgens spelen zij ook een grote rol in de afhandeling van het faillissement. Als de Tweede Kamer dat onwenselijk vindt (en daar lijkt mij alle reden toe) moet zij de faillissementsregels voor ziekenhuizen veranderen. En misschien moet de Kamer de gelegenheid aangrijpen om opnieuw te kijken naar de manier waarop de gezondheidszorg wordt aangestuurd.

Eén van de doelstellingen bij de invoering van het huidige zorgstelsel was om de gezondheidszorg competitiever te maken. Zorgaanbieders zouden transparanter moeten worden over prijs en kwaliteit en de zorgverzekeraars zouden daarop moeten acteren. Op dit punt is de afgelopen jaren weinig vooruitgang geboekt. Veel zorgaanbieders klagen dat zij moeten ‘tekenen bij het kruisje’, zorgverzekeraars zijn volstrekt niet transparant over de criteria op basis waarvan zij zorg inkopen en de tarieven die zij daarbij hanteren. Het is een rechtstreeks gevolg van de keuze om zorginstellingen te zien als bedrijven, die gevoelige bedrijfsinformatie niet hoeven of zelfs niet mogen prijsgeven. In de dagelijkse gang van zaken in de zorg leidt dit al vaak tot maatschappelijk ongewenste situaties. Het steeds verder terugschroeven van de vergoeding van paramedische zorg door diëtisten, fysiotherapeuten, logopedisten en anderen, hoewel medisch specialisten benadrukken dat deze behandelingen de kwaliteit van leven (sterk) verbeteren. De zorg wordt vooral gestuurd op prijs.

Dat is ook het geval bij de afhandeling van het faillissement van de IJsselmeerziekenhuizen. Het is onbekend welke biedingen zijn gedaan (ook de bieders zelf mogen er niets over zeggen) en we weten dus niets over prijs en kwaliteit van de verschillende voorstellen. Het enige dat we weten is dat de curator verplicht is zoveel mogelijk opbrengst te realiseren.

Als de Tweede Kamer vindt dat ook andere overwegingen een rol moeten spelen moet zij een deel van de macht die zij heeft afgestaan aan de zorgverzekeraars weer terugpakken.