Tijdens de coronaperiode werkte Nederlanders zo goed en kwaad als dat ging vanuit huis, of op grote afstand van elkaar. Arbeidsmigranten werden echter nauwelijks beschermd tegen het virus. De productie in de vleesverwerkende industrie en distributiecentra moest en zou gewoon doorgaan. Het is tekenend voor de manier waarop we in Nederland met arbeidsmigranten omgaan.

Lisa Berntsen
Onderzoeker bij de Burcht, het wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging

‘Mensen met een directe aanstelling bij het bedrijf krijgen zo veel meer respect in vergelijking met ons uitzendkrachten. We worden gewoon niet hetzelfde behandeld! Met die mensen wordt echt gepraat door medewerkers van het bedrijf: ze vragen bijvoorbeeld hoe ze zich voelen, of ze problemen tegenkomen op het werk, of ze materialen nodig hebben… Dat doen ze nooit bij ons!’

Paula[1] werkt als orderpicker in een van de vele distributiecentra die Nederland rijk is. Ze is een van de honderdduizenden arbeidsmigranten uit de Europese Unie[2] die grotendeels laag en ongeschoold werk in Nederland verrichten. Ik sprak met haar tijdens een onderzoek naar de manier waarop arbeidsmigranten de coronacrisis zijn doorgekomen.

De logistiek- en distributiesector, de voedingsindustrie, de land- en tuinbouw en de bouw kunnen niet meer zonder arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten[3] zijn een structureel onderdeel van de Nederlandse arbeidsmarkt. Desondanks worden zij in Nederland niet behandeld en niet gewaardeerd als gelijkwaardige werknemers en als medebewoners in de Nederlandse samenleving.

Dat is op z’n zachtst gezegd merkwaardig, te meer daar deze vorm van arbeidsmigratie niet nieuw of incidenteel is. Al in 2011 concludeerde de overheidscommissie LURA dat arbeidsmigranten structureel onderdeel zijn en zullen blijven van de Nederlandse arbeidsmarkt en dat het daadkrachtig optreden vereist van de Nederlandse overheid om arbeidsmigratie in goede banen te leiden en om arbeidsmigranten te beschermen tegen onderbetaling, onfatsoenlijke huisvesting en uitbuiting.[4]

Ook de daaropvolgende overheidscommissie - onder leiding van Emile Roemer – concludeerde in 2020, naar aanleiding van verschillende corona-uitbraken onder arbeidsmigranten, dat ‘we arbeidsmigranten moeten behandelen als gelijkwaardige en volwaardige deelnemers van onze samenleving, en dat we onze regelgeving daar ook op moeten inrichten’.[5]

In de politieke aanbevelingen en publieke berichtgeving gaat de aandacht vaak – terecht – uit naar de krappe beloning, het gebrek aan werkzekerheid en de ondermaatse huisvesting van arbeidsmigranten. Maar ook de (fysieke) arbeidsomstandigheden en gezondheidsrisico’s die migranten lopen op de werkvloer verdienen meer aandacht. Uit gesprekken die ik voerde met arbeidsmigranten blijkt dat veel van hen dagelijks worstelen met een onpersoonlijke en ongelijke behandeling op de werkvloer en met de soms onveilige en ongezonde werksituaties die daar het gevolg van zijn.

In dit artikel besteed ik aandacht aan deze ervaringen. Dit doe ik op basis van een breder onderzoek waarin de impact van coronamaatregelen op arbeidsmigranten werd onderzocht.[6] In dit onderzoek werden 153 Poolse en Roemeense werknemers in de Nederlandse distributie- en vleessector geïnterviewd aan de hand van een gestructureerde vragenlijst en met 35 van hen werd enkele maanden later nogmaals uitgebreid gesproken tijdens een diepte-interview.[7] De interviews werden gedurende de pandemie afgenomen. Hoewel de coronapandemie een bijzondere tijdsperiode was, brengt een dergelijke crisissituatie tegelijkertijd duidelijk naar voren hoe de verhoudingen op de werkvloer liggen voor de arbeidsmigranten die in een structureel kwetsbare positie verkeren.

Arbeidsmigranten in Nederland

Hoewel er verschillende cijfers en schattingen circuleren van het aantal arbeidsmigranten in Nederland zijn deze niet erg betrouwbaar of accuraat. Niet alle migranten registreren zich in het Nederlandse bevolkingsregister. Als iemand de intentie heeft korter dan vier maanden in Nederland te werken, hoeft dat ook niet en volstaat een registratie in het RNI (register niet-ingezetenen).

Toch wordt over arbeidsmigranten meestal gesproken als ware het een homogene groep. Ook Hassnae Bouazza, die voor FNV Arbeidsmigranten in Nederland schreef, wijst daar op. Ze beschrijft hoe individuele verschillen en persoonlijkheden van arbeidsmigranten worden genegeerd, net als de diversiteit in ervaringen die zij hebben.[8]

Ook uit onze interviews blijkt een verscheidenheid aan ervaringen, deels afhankelijk van persoonlijke omstandigheden en voorkeuren, arbeidscontracten en relaties met werkgevers, woonsituatie, verblijfsduur in Nederland, bekendheid met de Nederlandse instanties, talenkennis, maar deels ook afhankelijk van toeval en een zekere mate van geluk of pech. Bijvoorbeeld geluk in de vorm van een familielid of een bekende die al in Nederland woont en je een beetje op weg kan helpen. Of de pech om op het werk geblesseerd te raken, waardoor het werk en vaak ook de huisvesting plotsklaps wegvallen.

Bovendien komt niet elke arbeidsmigrant puur en alleen naar Nederland om meer geld te verdienen. Sommigen vertrekken om te ontsnappen aan meer patriarchale normen en verwachtingen, of verhuizen om hun gezin een betere toekomst te bieden in Nederland. Anderen ontvluchten een persoonlijk verlies en weer anderen worden gedreven vanuit een meer avontuurlijke inborst.

En inderdaad, ondanks deze verscheidenheid in persoonlijke verhalen, zijn er ook belangrijke overeenkomsten tussen de ervaringen die de arbeidsmigranten in Nederland opdoen. Zoals onderbetaling, onzekere werkcontracten, fysiek zware werkomstandigheden, ondermaatse en krappe leefsituaties en een grote mate van afhankelijkheid van uitzendbureaus. Maar ook de onheuse, onpersoonlijke en ongelijke behandeling door werkgevers. Het gevolg: fysiek en mentaal zware werkomstandigheden en soms onveilige en ongezonde werksituaties.

Om enigszins recht te doen aan de diversiteit aan ervaringen van verschillende arbeidsmigranten, schets ik hieronder een drietal beknopte levensverhalen. De keuze voor verhalen van vrouwelijke arbeidsmigranten is bewust, omdat hun perspectief in studies en nieuwsberichten over arbeidsmigranten vaak onderbelicht blijft.

Magdalena, Nicoleta en Irena

Ervaringen zoals die van Magdalena, een 35-jarige Poolse vrouw die sinds januari 2021 in Nederland is, lezen we vaker terug in de media. Magdalena is in de eerste twee jaar van haar verblijf in Nederland verschillende keren van baan gewisseld en heeft gewerkt in de landbouw, distributie en in de fabriek; altijd via uitzendcontracten. Dit waren fase-A[9] contracten, waarbij ze van de ene op de andere dag soms letterlijk op straat kwam te staan.

Vaak lukte het Magdalena om vrijwel direct een ander uitzendcontract bij een ander bureau te krijgen, maar niet altijd. Magdalena werkte in Polen in de horeca, maar verdiende daar nauwelijks meer wat door de coronapandemie. Daarop besloot ze werk te zoeken in Nederland, waar ze in 2008 al eens werkte. Haar kinderen zijn in Polen en zijn inmiddels oud genoeg om voor zichzelf te zorgen. Magdalena is een lief en vriendelijk persoon die gemakkelijk mensen vertrouwt, wat soms tegen haar is gebruikt, waardoor ze in moeilijke situaties terechtkwam. Haar werkrelaties duurden nooit lang genoeg om een gevoel van verbondenheid met het werk of collega’s op te bouwen. Door de repetitieve werkzaamheden aan de lopende band in een vleesverwerkende fabriek, kreeg Magdalena op een bepaald moment een spierontsteking. Toen ze met deze ontsteking een huisarts bezocht, bleek dat ze niet verzekerd was. In plaats van Magdalena te helpen ontsloeg het uitzendbureau haar een paar dagen na het huisartsbezoek, waarna ze binnen een paar uur de door het uitzendbureau geregelde woonruimte moest verlaten. Vanwege haar letsel kon Magdalena niet onmiddellijk een andere baan vinden en sliep zij uiteindelijk een paar dagen op straat.

Niet alle in Nederland werkende arbeidsmigranten hebben een partner of kinderen in het thuisland. De 39-jarige Nicoleta woont bijvoorbeeld samen met haar man en hun tienerzoon in Nederland. Nicoleta verhuisde twee keer naar Nederland: eerst in 2018, en in maart 2020 – een week voordat de pandemie uitbrak – opnieuw. In de jaren daar tussen was ze in Roemenië zodat haar zoon daar kon starten met de middelbare school. Nicoleta’s man bleef toen in Nederland.

Zowel Nicoleta als haar man hadden een vaste baan in Roemenië, maar besloten naar het buitenland te gaan toen hun neven hun vertelden over de verdiensten in Nederland. Beiden werken, sinds ze in Nederland zijn, voor hetzelfde vleesverwerkende bedrijf. Ze begonnen daar op uitzendcontracten en hebben inmiddels een rechtstreekse aanstelling bij het vleesbedrijf.

Nicoleta wil tot haar pensioen in Nederland blijven werken. Ze ziet ook de toekomst van haar zoon in Nederland. Naast de financiële voordelen vindt Nicoleta haar leven in Nederland gemakkelijker dan in Roemenië. Ze brengt haar vrije tijd vooral door met een groep Roemeense vrienden. Zij zijn ook haar go-to als ze wil weten hoe dingen in Nederland werken.

Nicoleta was blij dat ze tijdens de coronapandemie in Nederland woonde, omdat de maatregelen hier minder streng waren dan in Roemenië. Hoewel ze zich uit gezondheidsoogpunt niet al te veel zorgen maakte over een infectie, nam ze uiteindelijk een vaccin zodat ze quarantaine en andere reisbelemmeringen kon vermijden wanneer ze haar familie in Roemenië bezocht.

Hoewel veel arbeidsmigranten langdurig blijven hangen in uitzendwerk,[10] zijn er ook migranten, zoals Nicoleta, die na verloop van tijd een stabielere positie weten te verwerven. Maar zelfs dan ervaren zij problemen die niet-migranten vermoedelijk veelal bespaard blijven. Zo toont het verhaal van Irena, een Poolse vrouw van 56 jaar. In Polen had Irena een goed betaalde baan, een druk sociaal leven en een eigen appartement waar ze samen met haar kat woonde. Toen ze door tragische omstandigheden zowel haar partner als haar vader verloor, was ze enkele jaren ongelukkig en depressief.

Aangespoord door de wens om met haar vertrouwde omgeving te breken, besloot ze in september 2019 Polen te verlaten. Ze vond al snel een baan in Nederland als orderpicker. In het begin woonde ze in een gedeelde accommodatie geregeld door het uitzendbureau. Omdat ze zich 'een beetje te oud' voelde om een keuken met anderen te delen, zocht ze via sociale media naar een privé-accommodatie en al snel vond ze een eigen kamer en later een eigen appartement dat ze nog steeds huurt.

Irena is hoogopgeleid, uitgesproken en assertief en heeft graag de leiding over haar eigen situatie. In het voorjaar van 2021 werd Irena zwaar verkouden. Eerst probeerde ze dat te negeren maar toen ze positief op corona testte en haar gezondheidstoestand ernstig verslechterde, werd ze per ambulance, met een zuurstofmasker, naar het ziekenhuis gebracht. In het ziekenhuis maakte Irena zich grote zorgen over de kosten van haar ziekenhuisopname. Niemand in het ziekenhuis kon haar betrouwbare informatie geven over wat de ziekenhuisopname en ambulancerit haar zouden gaan kosten, ook al heeft Irena een Nederlandse ziektekostenverzekering.

Geen ‘normale’ werknemer

Veel arbeidsmigranten voelen dat zij anders behandeld worden als uitzendkracht op de werkvloer. De Roemeense Paula verwoordt in de openingscitatie van dit artikel bijvoorbeeld dat er voor haar als persoon en als werknemer geen aandacht is binnen het distributiebedrijf waar ze werkt. Er wordt niet geïnformeerd of ze mogelijk tegen problemen aanloopt op het werk en of ze materialen nodig heeft om haar werk goed te kunnen doen. Paula ziet dat het bedrijf dit bij vaste krachten wel doet.

Dit gebrek aan aandacht voor de (fysieke) arbeidsomstandigheden was tijdens de pandemie – en vermoedelijk erna ook – niet veel anders. Geen van de vele arbeidsmigranten die we spraken tijdens het onderzoek was door hun werkgever, of het bedrijf waar ze werkten, op enige manier betrokken bij de invoering van coronamaatregelen op de werkplek.

Aurel, een 21-jarige Roemeense werknemer in de vleesproductie, vertelt bijvoorbeeld dat niemand hen vroeg welke maatregelen zij nodig achten: ‘We moesten afstand houden, het masker om ons gezicht, en verder... zoals het bedrijf het wilde, alles werd gedaan zoals zij het wilden. Wij hadden geen invloed.’

Hoewel we arbeidsmigranten spraken die sceptisch stonden tegenover corona en de ingevoerde maatregelen,[11] waren er ook migranten die zich zorgen maakten over hun eigen veiligheid op het werk. Geen van hen voelde zich echter vrij om eventuele zorgen over de uitvoering van coronamaatregelen kenbaar te maken bij de werkgever of het bedrijf waar ze werkten.

Zo deed de dertigjarige Roemeense orderpicker Nicolae er alles aan om geen corona op te lopen door de nabijheid van anderen zoveel mogelijk te mijden. Al was dat lastig op het werk en thuis, in een door de werkgever geregelde accommodatie waar hij met collega’s woonde. Nicolae zag het gebrek aan inspraak en invloed op de arbeidsomstandigheden in het algemeen als iets wat hij eenvoudigweg moest accepteren.

Andere migranten maakten andere keuzes uit bezorgdheid over corona. De 59-jarige Poolse vleesarbeider Bogdan nam bijvoorbeeld vakantie op, zodat hij even niet naar het werk hoefde. Hij keerde pas terug toen de werkgever na een tweetal weken meer en betere corona-veiligheidsmaatregelen had ingevoerd.

Het gebrek aan overleg en mogelijkheden om input te leveren over de arbeidsomstandigheden tijdens de pandemie illustreert het eenrichtingsverkeer dat de werkrelaties van veel arbeidsmigranten kenmerkt: de werknemers hebben geen of een uiterst beperkte stem in hun arbeidsomstandigheden.

De Roemeen Sergiu vertelde ons dat werkgevers geen prijs stellen op een proactieve houding rondom arbeidsomstandigheden, en dat ze ook niet zitten te wachten op suggesties van zijn kant over verbeteringen van het productieproces. Inmiddels heeft Sergiu geleerd zijn feedback voor zich te houden, om eventuele negatieve consequenties te voorkomen: ‘(...) Hoe dan ook, ik was het soort persoon dat bij bijna elke stap feedback gaf. Want als ik fouten zie, wil ik die proberen te herstellen. Maar vaak stonden de coördinatoren niet open voor het herstellen van deze problemen, ook al hebben dergelijke kwesties invloed op de manier waarop iedereen daar werkt.’

De pandemie bracht in dit opzicht geen verandering teweeg: geen van de mensen die wij interviewden had enige vorm van consultatie- of inspraakmechanisme ervaren; zij werden simpelweg niet gehoord noch gevraagd naar hun ideeën of ervaringen hoe het best en veiligst te werken tijdens de pandemie.

Geen aandacht voor gezinssituatie

Een ander element waar weinig tot geen aandacht voor is vanuit werkgeverskant en overheidszijde, is de gezinssituatie van arbeidsmigranten. Waar de combinatie werk en gezin in normale tijden al een uitdaging kan zijn voor migranten met flexibele (en onzekere) werktijden, bracht de school- en kinderopvangsluiting tijdens de pandemie een extra reeks uitdagingen mee. Met name voor migranten die geen ‘essentieel werk’ verrichtten, maar wel elke dag op de werkvloer werden verwacht.[12]

Anna, een 28-jarige Poolse distributiemedewerkster, werkte al twee jaar voor hetzelfde bedrijf toen de pandemie uitbrak. Hoewel Anna's werk in een distributiecentrum voor lampen tijdens de pandemie doorging, was haar werk niet ‘essentieel’, omdat de producten die zij verwerkte non-foodartikelen waren. Het was voor haar onmogelijk thuis te werken. Toen scholen en kinderopvanglocaties werden gesloten, kwam Anna's zoon niet in aanmerking voor de kinderopvang voor ouders met essentiële beroepen. Anna: ‘Als dit de voedselsector zou zijn of het schoonmaken van gezondheidsinstellingen, of zoiets, dan zou mijn kind zeker zorg hebben gekregen. Maar dit was een baan die niet essentieel was (...) de wereld stort niet in zonder lampen. [lacht]’

Ook Anna's partner werd niet beschouwd als een essentiële werknemer. Ook hij kon zijn werk niet op afstand doen. Aangezien een van hen thuis moest blijven bij hun zoon, nam Anna eerst haar vakantiedagen op, vervolgens nam ze onbetaald verlof op en ten slotte vroeg ze aan haar werkgever om haar contract niet te verlengen.

Ook voor de 28-jarige Poolse Helena was het organiseren van kinderopvang tijdens de pandemie een uitdaging. Toen de scholen in het voorjaar van 2020 sloten, nam haar man ontslag en bleef hij thuis bij hun twee kinderen, terwijl zij bleef werken. Helena werkte op dat moment op een uitzendcontract, maar haar was een vaste aanstelling beloofd. Twee maanden na het begin van de pandemie werd Helena echter ontslagen, omdat het bedrijf een grote productiedaling kende door de pandemie. Helena's man vroeg daarop onmiddellijk zijn baan terug bij zijn vorige werkgever, waar ze gelukkig nog werknemers nodig hadden.

In de daaropvolgende maanden worstelde Helena om een baan te vinden die ze kon combineren met de zorg voor haar kinderen. Uiteindelijk vond ze een baan in een vleesverwerkend bedrijf. Toen ze haar twee kinderen wilde aanmelden voor kinderopvang voor essentiële werknemers, werd ze afgewezen met de uitleg dat alleen gezinnen met beide ouders in essentiële beroepen mochten profiteren van deze kinderopvangregeling.

Ontredderd keerde Helena naar huis en zocht de informatie opnieuw online op. Hoewel het lastig was om de officiële overheidsberichtgeving in het Nederlands goed te doorgronden, begreep ze dat haar kinderen wel recht hadden op opvang, ondanks de eerdere weigering. Helena verzamelde vervolgens al haar moed en vroeg opnieuw om toelating van haar kinderen tot de speciale kinderopvang voor essentiële werknemers. Dit keer met succes.

Geen van de werkgevers van de arbeidsmigranten met kinderen met wie wij spraken, had hen geholpen door bijvoorbeeld extra ouderschapsverlof toe te kennen, de werktijden te versoepelen of andere regelingen te treffen om de werknemers in staat te stellen hun werk en gezinsleven tijdens de pandemie te combineren. In plaats daarvan hadden migranten met kinderen in Nederland moeite om kinderopvang te regelen en namen zij als oplossing zelf verlof op en dienden ze soms zelfs ontslag in om voor de kinderen te kunnen zorgen.

Gezonde en veilige werkomstandigheden beperkte prioriteit

Terwijl voor veel mensen in Nederland tijdens de coronapandemie het werk anders ingevuld werd, veranderde de essentie van het werk voor veel arbeidsmigranten nauwelijks. De mate waarin coronamaatregelen werden geïmplementeerd en nageleefd op de werkplek, weerspiegelt de gebrekkige aandacht voor gezonde en veilige arbeidsomstandigheden in bedrijven waar arbeidsmigranten werken. Hoewel we ook migranten hebben gesproken waar de coronamaatregelen gerespecteerd werden en naleving nadrukkelijk gecontroleerd werd, bijvoorbeeld door speciaal aangewezen ‘corona-controleurs’ die werknemers er voortdurend aan herinnerden om onderling afstand te bewaren, gaven de meeste migranten aan dat aandacht voor veilig en gezond werken tijdens de pandemie beperkt was.

Met name het onveranderde werktempo baarde veel migranten zorgen. Bartek, een 28-jarige Poolse distributiewerknemer, die met zijn verloofde in Nederland woont en al sinds 2011 in Nederland werkt, vond dat niemand zich om zijn veiligheid op het werk bekommerde: ‘Er waren een soort voorschriften. Het bedrijf werd gedwongen om een soort van methodes in te voeren om ons te beschermen tegen corona en zo. Maar ik kan niet zeggen dat onze manier van werken of het werkritme erg veranderd is de laatste twee jaar. Alles gaat gewoon door, op een paar kleine uitzonderingen na, zoals de ontsmettingsgel, of de opgelegde afstand - die toch niemand respecteert en die ook niet gehandhaafd wordt. Dus nee... er is niet veel veranderd.’

Migranten die in het vlees werkten, zeiden dat het moeilijk was om een veilige afstand te bewaren aan de productieband, vooral omdat de snelheid van de band hetzelfde bleef als vóór de pandemie. Dit hoge tempo van vleesverwerken vergrootte volgens de Poolse Bogdan de risico’s op coronabesmetting, omdat je geregeld (te) dichtbij collega’s staat aan de productieband: ‘Het bedrijf voerde een paar corona-maatregelen in. (...) Maar het tempo bleef hetzelfde, en dat is nu juist het probleem. Maar het tempo is er, is er altijd geweest en... [lacht] zal ook wel zo blijven.’

Terwijl het niet onmogelijk is om snelheid van de productieband te verlagen. Sommige migranten vertelden dat de snelheid van de productieband wel degelijk lager werd gezet wanneer externe controles plaatsvonden. Er werd tijdens de pandemie blijkbaar niet gekozen voor een lager werktempo om een veilige werkafstand tussen werknemers te waarborgen. In plaats daarvan werd ervoor gekozen de productiesnelheid en omzet te handhaven, ondanks het verhoogde risico op besmetting met het coronavirus dat daarvan het gevolg was.

Ook in distributiecentra stond de druk om de dagelijkse productiviteitsnormen te halen, naleving van de coronamaatregelen in de weg. Vooral uitzendkrachten voelden deze druk. Zo vertelde Filip, een 28-jarige Poolse orderpicker, dat zijn managers hem er regelmatig op wezen dat hij zou worden ontslagen als zijn productiviteit te laag was: ‘Voor het moment is dit werk oké, maar voor een langere periode is het ook gewoon fysiek zwaar, soms ook mentaal, want (...) soms vertellen ze me ook bepaalde dingen (...). De eerste maanden waren echt zwaar. (...) Op dagen dat mijn norm niet zo hoog is, zeggen ze bijvoorbeeld: “Hoe lang wil je hier werken?”’

Meer migranten in de distributiesector vertelden dat een veilige afstand houden van collega’s moeilijk was, omdat ze regelmatig tegelijkertijd op dezelfde plaats moesten zijn om een product te pakken. Door de ervaren tijdsdruk was er geen ruimte om even te wachten totdat een andere medewerker klaar is. De Poolse magazijnmedewerker Adam vertelde: ‘Als je orders moest verzamelen en het was echt druk, nou dan kon niemand het wat schelen dat wij daar met drie man stonden om de bestelling op te halen.’

De manier waarop coronabeschermingsmaatregelen gewaarborgd werden in de praktijk toont hoe bedrijven keuzes prioriteren. Ze tonen het gebrek aan aandacht voor een gezonde en veilige werkplek voor arbeidsmigranten.

Werk en gezondheid

Veel van de uitzendkrachten die wij spraken waren bang om ziek te worden, of om zich ziek te melden bij hun werkgever. Voor uitzendkrachten vormt een ziekmelding in de praktijk een risico op baanverlies, maar ook vaak verlies van huisvesting en ziektekostenverzekering. Sommige migranten waren dusdanig bang voor de consequenties van een ziekmelding, dat zij ondanks een (vermoedelijke) corona-infectie toch aan het werk gingen. De Roemeense Elena was bijvoorbeeld erg bang om corona op te lopen, niet vanwege de mogelijke gezondheidsgevolgen voor haarzelf, maar vooral vanwege de mogelijke financiële consequenties en eventueel werkverlies. Ze hield dan ook haar mond toen ze corona-gerelateerde symptomen kreeg en ging gewoon naar het werk zonder zich ziek te melden.

Andere migranten werden onder druk gezet om ondanks hun ziekte toch te komen werken, simpelweg omdat werkgevers arbeidskrachten nodig hadden. Dit vertelde de 47-jarige Roemeense Alexandru die werkte in een vleesbedrijf. Toen Alexandru coronasymptomen kreeg, meldde hij zich ziek, maar zijn lijnmanager weigerde zijn ziekmelding te aanvaarden wegens personeelsgebrek. Alexandru nam vervolgens medicijnen die hij in een Poolse supermarkt kocht en bleef werken zonder beter te worden. Na twee weken kreeg hij dusdanige ademhalingsproblemen dat werken niet meer lukte. Toen hij opnieuw contact opnam met zijn werkgever, kreeg hij vakantieverlof, zodat hij naar Roemenië kon rijden om medische zorg te zoeken.

Alexandru's verhaal illustreert het gebrek aan respect voor zijn persoonlijke gezondheid. Daarnaast toont het een gebrek aan toegang tot de Nederlandse gezondheidszorg: het kwam niet eens in Alexandru op om medische zorg in Nederland te zoeken.

We spraken ook met migranten die zelfs met een bevestigde coronabesmetting door het uitzendbureau onder druk werden gezet om de voorgeschreven quarantaine- of isolatieperiode te doorbreken en alsnog aan het werk te gaan. De Poolse Magdalena werd door het uitzendbureau opgeroepen te komen werken, hoewel de GGD haar gezegd had in quarantaine te blijven. Het uitzendbureau instrueerde Magdalena niets over haar ziekte te vertellen in het vleesbedrijf waar zij toen werkte. Ook Adrian, een 53-jarige Roemeense distributiemedewerker, werd door zijn uitzendbureau min of meer gesommeerd de voorgeschreven quarantaineperiode, nadat hij terugkeerde van een reis naar Roemenië, te verbreken, omdat er dringend behoefte was aan werknemers.

Veel van het werk dat arbeidsmigranten in vleesfabrieken of distributiecentra verrichten is fysiek zwaar werk of werk met veel repetitieve handelingen. Dit soort werk brengt gezondheidsrisico’s met zich mee.[13] Werkgerelateerde blessures komen dan ook geregeld voor onder arbeidsmigranten. Toch werken migranten regelmatig door met (onbehandelde) blessures of blijven lang fysiek (te) belastend werk doen. Zo vertelde distributiemedewerker Filip: ‘Het werk in deze hallen leidt tot rugklachten en ik hoor van veel mensen dat ze daar last van hebben. Dit werk is alleen geschikt voor korte periodes, het is geen werk om lang te blijven doen. (…) En ja, sommigen werken er toch al lange tijd. Weet je waarom? Dat is alleen omdat ze genoeg willen verdienen om in Polen een huis te kunnen kopen. Dit is waar ze zich allemaal aan vastklampen. De vraag is natuurlijk waarom ze geen ander werk zoeken, vooral als ze ook goed Engels spreken. Ze zijn bang om zo weer ontslagen te worden als ze van baan wisselen.’

Dat ziekte of fysieke blessures in de praktijk tot ontslag kunnen leiden, lazen we hierboven al in het verhaal van de Poolse Magdalena, die ontslagen werd nadat ze met een spierontsteking naar de huisarts was gegaan. Maar Magdalena zocht tenminste nog hulp binnen de Nederlandse zorgsector. Verschillende migranten vertelden ons dat ze bij ziekte in eerste instantie terugvallen op zelfmedicatie, of hun zorgvragen uitstellen totdat ze een zorgspecialist in het thuisland kunnen bezoeken, met alle gezondheidsrisico’s van dien.

De werkdruk die veel arbeidsmigranten ervaren vergroot het risico op bedrijfsongevallen.[14] Veel van deze bedrijfsongevallen blijven buiten beeld van handhavende inspecties, met name wanneer het arbeidsmigranten betreft die op basis van uitzendcontracten werken.[15] Arbeidsmigranten hebben opvallend vaak te maken hebben met groter of kleiner letsel opgelopen op de werkvloer.[16] Zo gaf 10% van de arbeidsmigranten in onze enquête aan dat ze een ongeval gehad hadden op het werk.[17] Wanneer arbovoorzieningen, bedrijfsgezondheidszorg en veiligheidsinstructies ontbreken of ontoegankelijk zijn, vergroot dat de risico’s op gezondheidsproblemen voor arbeidsmigranten nog meer.[18]

Aanbevelingen

De politieke en publieke verontwaardiging over de belabberde positie van veel arbeidsmigranten in Nederland heeft in de afgelopen jaren geleid tot verschillende initiatieven om arbeidsmigranten beter te beschermen. De voorstellen voor het loskoppelen van werk en huisvesting om de afhankelijkheid van werkgevers te verminderen[19], cao’s met daarin expliciete bepalingen voor arbeidsmigranten,[20] het zorgconvenant arbeidsmigranten[21] of de toenemende inperkingen van flexibel werk[22] zijn allemaal stappen in de goede richting.

Een fundamentele discussie over de waardering van arbeidsmigranten als volwaardige werknemers verdient meer aandacht. Veel van het werk dat arbeidsmigranten in Nederland verrichten is immers niet tijdelijk, zij maken structureel onderdeel uit van de Nederlandse arbeidsmarkt. Als werknemers verdienen zij het, juridisch en moreel gezien, op een gelijkwaardig wijze gewaardeerd en behandeld te worden als iedere andere werknemer op de Nederlandse werkvloer.

Dat begint bij meer aandacht voor zowel de fysieke als mentale werkomstandigheden van arbeidsmigranten, én aandacht voor hun specifieke positie op de arbeidsmarkt en in de Nederlandse samenleving. Aan de belangrijke aanbevelingen van de verschillende overheidscommissies en onderzoeksrapporten wil ik hier een drietal punten toevoegen specifiek gericht op de overheid, werkgevers en de vakbeweging.

Ten eerste: de inmiddels decennia voortdurende slechte behandeling van arbeidsmigranten bevestigt dat het huidige publieke handhavingsrepertoire geen effectief toezicht en niet voldoende bescherming biedt voor deze groep werknemers in Nederland. Bij de handhaving wordt onder andere uitgegaan van mondige werknemers die weinig risico lopen op represailles van werkgevers. Voor de arbeidsmigranten gaat dit niet op.

Het is nodig de huidige praktijk van handhaving aan te passen, en in het bijzonder van de arbeidsinspectie. Bijvoorbeeld in de vorm van meer inspecties (niet alleen van de papieren realiteit), hogere werkgeversboetes en een betere bescherming van de migranten die zijn betrokken bij nalevingsonderzoeken. Dit laatste is belangrijk om te voorkomen dat migranten hun werk en woning verliezen wanneer de inspectie handhavend optreedt.[23]

Ten tweede: de praktijk toont dat de rechten van arbeidsmigranten regelmatig met voeten worden getreden ten faveure van bedrijfseconomische belangen. Inlenende bedrijven moeten stoppen met verantwoordelijkheden afschuiven en hun juridische en morele verantwoordelijkheid nemen door gezonde en veilige werkomstandigheden van alle medewerkers op de werkplek te garanderen, ongeacht verschillen in werkcontracten.[24]

Het is belangrijk dat ook arbeidsmigranten inspraak krijgen over (veranderingen in) werkomstandigheden, zodat rekening gehouden kan worden met hun persoonlijke omstandigheden maar ook om te profiteren van potentieel goede ideeën ter verbetering van het werkproces.[25] Een arbeidsmigrant is meer dan alleen arbeidskracht.

Ten derde: doordat arbeidsmigranten zich in een kwetsbare positie bevinden in Nederland is het voor hen beduidend moeilijker maar niet onmogelijk om zich collectief uit te spreken en te organiseren tegen slechte omstandigheden. De stakingen bij de AH-distributiecentra van vorig jaar waarbij zowel vaste medewerkers als een grote groep Poolse uitzendkrachten betrokken was, tonen dat aan.[26] Voor de Nederlandse vakbeweging ligt een kans en een taak om collectieve groepsopbouw op de werkplek te stimuleren, zodat arbeidsmigranten en andere werknemers elkaar onderling meer kunnen steunen.

Als georganiseerde groep kunnen werknemers meer invloed uitoefenen op werkomstandigheden, via inspraakmechanismes op de werkvloer of door specifieke cao-afspraken en zijn ze bovendien minder afhankelijk van werkgevers. Tegelijkertijd moet de vakbeweging zowel werkgevers als de overheid (blijven) aanspreken op structureel nalatige handhaving van werkomstandigheden, als het moet via de rechter.

Noten

[1] Alle namen in dit stuk zijn gefingeerd.
[2] Volgens de meest recente CBS-cijfers werken er ongeveer 400.000 arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa in Nederland. CBS, CBS Migrantenmonitor 2022, 2023.
[3] In dit artikel gebruik ik de term arbeidsmigranten omdat dit de gangbare term in politieke en publieke berichtgeving is. De term mobiele werknemers is echter passender: Polen en Roemenen maken immers gebruik van hun recht als Unie-burgers om te werken in een andere EU-lidstaat. Bovendien zijn niet alle arbeidsmigranten daadwerkelijk migranten in de zin dat zij zich voor kortere of langere periodes (willen) vestigen in Nederland.
[4] Tijdelijke Commissie Lessen uit recente arbeidsmigratie (LURA) (2011). Eindrapport Arbeidsmigratie in Goede Banen. Den Haag.
[5] Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (2020). Geen tweederangburgers: Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan. Den Haag, p. 4.
[6] Tesseltje de Lange et al. (2023). Migranten in de Frontlinie: De Effecten van Coronamaatregelen Op Arbeidsmigranten Werkzaam in Cruciale Sectoren. Nijmegen/Amsterdam: Radboud Universiteit/De Burcht.
[7] Natalia Skowronek interviewde de Poolse werknemers in het Pools en Daniela Trifu interviewde de Roemeense werknemers in het Roemeens.
[8] Hassnae Bouazza (2024). Onderbetaald, bespuugd en zelfs aangerand: de arbeidsmigrant wordt niet gezien als mens, NRC 5 januari 2024.
[9] Deze eerste fase van een uitzendovereenkomst duurt maximaal 78 weken. Als er een uitzendbeding is opgenomen, kan de werkgever het contract op elk moment (tijdens de eerste 26 weken van het dienstverband) beëindigen. De werknemer heeft geen of zeer weinig gegarandeerde uren en wordt alleen betaald voor de gewerkte uren.
[10] Uit een onderzoek van SEO blijkt bijvoorbeeld dat een groot deel van de arbeidsmigranten die op uitzendcontracten in Nederland werkt al langer dan vijf jaar in Nederland verblijft, zie Arjan Heyma and Tobias Vervliet (2022). Arbeidsmigratie in 2030: Mogelijke ontwikkelingen in vier scenarios. Amsterdam: SEO, p. 18.
[11] Ook in de media was hier aandacht voor, zie bijvoorbeeld: Ashwant Nandram (2021). Voor Poolse orderpickers is een misgelopen prik de minste zorg, de Volkskrant, 16 mei 2021.
[12] Voor ouders die ‘essentiële’ beroepen uitoefenen werd in de tweede en derde periode van schoolsluitingen in Nederland noodopvang georganiseerd.
[13] Over repetitief kort-cyclish werk, zie TNO (2023). Kortcyclisch Werk: Quo Vadis?
[14] Zo concludeert Pharos, het expertisecentrum gezondheidsverschillen: Inge Goorts and Elize Smal (2022). Zorg(en) voor arbeidsmigranten.
[15] Algemene Rekenkamer (2023). Focus op onveilige arbeidsomstandigheden.
[16] Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten (2021). Hoe denken arbeidsmigranten over gezondheid en zorg in Nederland?; Goorts and Smal (2022). Zorg(en) voor arbeidsmigranten.
[17] Aangezien deze vraag enkel ging over de werkplek waar de migranten werkten ten tijde van de afname van de enquête, ligt het aandeel wat te maken heeft met letsel of blessures opgelopen op het werk vermoedelijk nog hoger in de praktijk.
[18] Goorts and Smal (2022). Zorg(en) voor arbeidsmigranten; Lange, de e.a. (2023). Migranten in de frontlinie: de effecten van coronamaatregelen op arbeidsmigranten werkzaam in cruciale sectoren.
[19] Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (2020). Geen tweederangburgers: aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan.
[20] Zoals de bepalingen die in de uitzend-cao opgenomen zijn om na aankomst betaling van minimaal twee maanden minimumloon; een minimumtermijn van vier weken om een woning te verlaten bij baanverlies; als ook de bepaling dat uitzendbureaus rekening moeten houden bij het innen van huur met persoonlijke omstandigheden van de migrant bij force majeur en ziekte.
[21] Rijksoverheid (2022). Kabinet sluit met Zorgverzekeraars Nederland zorgconvenant arbeidsmigranten af. Hierin committeren zorgverzekeraars zich aan betere en toegankelijke informatievoorziening voor arbeidsmigranten, zie:
[22] Commissie Regulering van Werk (2020). In Wat voor land willen wij werken?
[23] In de huidige handhavingspraktijk leidt een korte woordenwisseling met een inspecteur geregeld al tot ontslag en woninguitzetting van de betreffende arbeidsmigrant, zo rapporteert ook de arbeidsinspectie: Nederlandse arbeidsinspectie (2022). Jaarverslag 2021: verhalen.
[24] Conform de Arbeidsomstandighedenwet.
[25] De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging kan bijvoorbeeld met regelmaat peilen of in gesprek gaan met arbeidsmigranten over hun werkervaringen en ideeën (mits baanbehoud gewaarborgd blijft). Bedrijven kunnen ook toegang tot de werkvloer faciliteren voor vakbonden (of ngo’s), zodat migranten een toegankelijk aanspreekpunt hebben bij problemen of zorgen rondom werk.
[26] De Volkskrant (10 mei 2023). Deze stakende Polen kregen Albert Heijn op de knieën, en dat smaakt naar meer.

Auteur(s)

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

S&D bestaat sinds 1939 en verschijnt zes keer per jaar. Oude nummer kunt u doorzoeken via het register (1939-2023) of op thema. De redactie bestaat uit: Paul de Beer, Nik de Boer, Meike Bokhorst, Wimar Bolhuis, Josette Daemen, Patricia Dinkela [eindredactie], Janneke Holman [eindredactie], Tim 'S Jongers, Ruud Koole, Marijke Linthorst, Annemarieke Nierop [hoofdredactie], Arjan Reurink en Bram van Welie.

S&D wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Een online abonnement kost € 2 per maand. U kunt zelf een account hiervoor aanmaken onder mijn S&D, of stuur een e-mail naar send@wbs.nl.

Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2023)

Inzenden kopij

De redactie van S&D verwelkomt kopij. Artikelen kunnen worden gemaild naar send@wbs.nl. Artikelen aanleveren in Word, bronvermelding in eindnoten (apa). Richtlijn aantal woorden: 2000-2500. Idealiter vormen artikelen in S&D een mix van wetenschap, politiek en essay. De redactie van S&D beslist over plaatsing van binnengekomen kopij. Ze beoordeelt daarbij op basis van de volgende criteria:
- een heldere opbouw en schrijfstijl (geen jargon) en duidelijke vraagstelling
- een goede onderbouwing van standpunten met argumenten, weging van de tegenargumenten en bronvermelding
- vernieuwing van de gedachtevorming binnen de sociaal-democratie
- toegevoegde waarde t.o.v. bestaande inzichten/onderzoeken
- politieke relevantie

Redactie

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl

Documenten