De betaalbaarheid van de zorg staat weer in het middelpunt van de (beleidsmatige) belangstelling. Zorgverzekeraars Achmea en CZ verwachten dat de premies zullen stijgen om de noodzakelijke buffers aan te kunnen houden. Zorgverzekeraar VGZ is van mening dat het zo’n vaart niet loopt. VGZ denkt dat er nog doelmatigheidsbesparingen tot 20% mogelijk zijn zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit - en soms zelfs met verbetering daarvan.

Het gaat dan bijvoorbeeld om het inzetten van ervaren specialisten op de Spoedeisende Hulp (SEH). In eerste instantie is dit duurder dan de inzet van artsen in opleiding. Maar als dit ertoe leidt dat er minder dure onderzoeken en minder opnames nodig zijn, valt de eindafrekening positief uit. VGZ volgt met deze innovaties de ideeën die artsen, verpleegkundigen en ziekenhuisbestuurders zelf aanleveren. Het is een mooie manier om gebruik te maken van de expertise op de werkvloer.

Niet alleen de zorgverzekeraars buigen zich over de zorgkosten. Ook bestuurskundigen en andere wetenschappers laten er hun licht over schijnen. Afgelopen donderdag is een bundel met voorstellen om de zorg betaalbaar te houden aangeboden aan minister Bruno Bruins. Ik heb het boek nog niet kunnen lezen, maar ter gelegenheid van de verschijning stond er op dinsdag 17 april een interview in de NRC met de samensteller, Patrick Jeurissen. De kop van het interview is onheilspellend: 'Het schrikbeeld van de VS kan hier in de zorg dichtbij komen'.

Bij het schrikbeeld van de Verenigde Staten denk ik aan torenhoge premies voor particuliere zorgverzekeringen en miljoenen onverzekerde Amerikanen die soms op straat komen te staan omdat zij de kosten van medische behandelingen niet kunnen betalen. Maar gelukkig blijkt Jeurissen daar niet op te doelen. Hij signaleert dat van elke vijf dollar die er in de VS verdiend wordt, er één naar de zorg gaat. 'Maar als je kijkt naar de levensverwachting in de VS en de sociaal-economische gezondheidsverschillen, dan leidt dat tot grote teleurstelling over de resultaten. Burgers hebben daar al twintig jaar bijna geen loonsverhoging gezien, omdat al het geld naar de zorg gaat.' 

Als oplossing om ‘Amerikaanse toestanden’ te voorkómen pleiten de onderzoekers voor een norm. Er moet een maatschappelijke limiet worden vastgesteld aan wat we op lange termijn aan de zorg willen uitgeven. Jeurissen vergelijkt het met de Klimaatakkoorden van Parijs. Als duidelijkheid is waar we over een x-aantal jaren willen zijn, weten alle partijen ook waar ze naartoe moeten werken.

Het klinkt plausibel, maar in mijn beleving schuurt het. Om drie redenen.

De eerste is dat het schrikbeeld van de VS wel erg kort door de bocht is. Zo is het uitblijven van loonsverhogingen in de VS niet het gevolg van een stijging van de zorgkosten, maar van een sterk verzwakte onderhandelingspositie van Amerikaanse werknemers. Van het nationaal inkomen in de VS is de afgelopen jaren een steeds groter deel naar de factor ‘kapitaal’ gegaan en een steeds kleiner deel naar ‘arbeid’. Werkende armen, soms met meerdere banen, zijn in Amerika geen onbekend verschijnsel.

Op de tweede plaats is het zorgstelsel in de VS op geen enkele manier te vergelijken met het zorgstelsel in Nederland. Cruciaal verschil is dat het, naast de mensen die zich niet kunnen verzekeren, burgers in de VS vrij staat om zich niet te verzekeren. Deze laatste groep bestaat vooral uit jonge, gezonde mensen die weinig zorgkosten verwachten. Dat zet de betaalbaarheid van het zorgstelsel onder druk. Een zorgstelsel als het onze is alleen financieel haalbaar als jonge en gezonde mensen meebetalen aan de kosten voor ouderen en (chronisch) zieke mensen; in de wetenschap dat als zij zelf oud of ziek zijn anderen voor hen betalen. De door Jeurissen gesignaleerde teleurstelling over de resultaten van de zorg(kosten) is dus niet zonder meer 1 op 1 te vertalen naar Nederland.

En op de derde plaats de invulling van de norm. De klimaatakkoorden van Parijs gaan uit van een inhoudelijke doelstelling; wat er aan (financiële) inzet nodig is om deze te bereiken is een gevolg van de doelstelling. In de zorg draait Jeurissen het om. De norm wordt niet bepaald door de vraag hoe we willen dat de gezondheidszorg er op lange termijn uitziet, maar door de vraag wat we er op lange termijn voor willen betalen. Het lijkt me een tamelijk armoedig criterium. Maar er is meer dan dat.

Het Beatrixziekenhuis in Gorinchem heeft, eveneens gefaciliteerd door zorgverzekeraar VGZ, een aantal initiatieven ontwikkeld waarin besparingen en kwaliteitsverbeteringen samengaan. In de behandeling van migraine bijvoorbeeld heeft het ziekenhuis de huisartsen een grotere rol gegeven in de vervolgzorg voor migrainepatiënten. Huisartsen hebben een migrainetraining gevolgd, de neurologen in het ziekenhuis zijn altijd bereikbaar voor de huisarts. Daarmee kan de migrainepatiënt zijn vervolgzorg dicht bij huis krijgen. Goedkoper, en prettiger voor de patiënt. Maar het leidt wel tot omzetdaling voor het ziekenhuis. De komende vijf jaar garandeert VGZ het omzetverlies. Wat er daarna gebeurt is nog onduidelijk. Maar één ding staat volgens de betrokken artsen vast: 'Als je dit vanuit de financiën bedenkt krijg je het nooit voor elkaar.'

> Lees ook de andere blogs over de zorg van Marijke Linthorst