In het vorige nummer van S&D schreef Michael Hameleers aanbevelingen om nepnieuws tegen te gaan. Cees Zweistra vult deze aan. Hij signaleert een nieuwe vorm van complotdenken die niet ontkracht kan worden met dialoog en voorlichting, omdat deze zich helemaal niet meer tot de werkelijkheid verhoudt. Met dit soort complotdenkers moeten we niet in gesprek gaan; we moeten ze keihard bestrijden. En voor de kwetsbaren in onze samenleving moeten we beter zorgen, zodat ze zich niet zo snel laten vangen in alternatieve werkelijkheden.

Door: Cees Zweistra
Jurist, filosoof en werkzaam aan de Erasmus Universiteit. Auteur van ‘Waarheidszoekers’ een boek over de invloed van technologie op het nieuwe complotdenken.

In hun invloedrijke studie naar het Amerikaanse complotdenken komen de Amerikaanse complotonderzoekers Joseph Uscinski en Joseph Parent tot de conclusie dat het complotdenken een wapen is van de zwakken in de samenleving.[1] Groepen in de samenleving die de politieke macht zijn kwijtgeraakt grijpen naar het complot om met het verlies van hun positie om te gaan. Het complotdenken biedt, zo analyseren zij, een mogelijkheid om een verzwakte identiteit te verstevigen door de afwijzing van een gemeenschappelijke vijand.

De complotbeweging rond 9/11, de zogeheten ‘Truthers’, zou daar een exemplarisch voorbeeld van zijn. Na de nipte overwinning van George W. Bush bij de verkiezingen in 2000 deed zich voor zijn tegenstanders een uitgelezen kans voor om rijen te sluiten achter een duidelijk identificeerbaar kwaad: de regerering-Bush die de aanslagen zelf zou hebben gepland of laten gebeuren om er politiek gewin uit te slepen.[2]

Volgens Uscinski en Parent zit er een duidelijk mechanisme achter dit type complotdenken. Een groep onder de Democratische kiezers scoorde destijds hoog op de schaal van wat Uscinski en Parent omschrijven als ‘the conspiracy dimension’. We scoren volgens hen allemaal ergens op een schaal binnen de ‘conspiracy dimension’ en het zijn vervolgens de actuele politieke omstandigheden die een latente geneigdheid tot complotdenken activeren. Worden de politieke verliezen geleden op links dan komen de complotten van rechts en vice versa. Het complotdenken is zo een wisselwerking tussen een wijze van socialisering (binnen de ‘conspiracy dimension’) en actuele politieke omstandigheden. Het is om deze reden dat het complotdenken volgens Uscinski en Parent door de tijd heen tamelijk stabiel is, net zo stabiel althans als de politieke machtsverhoudingen.

Die stabiliteit maakt ook dat we ons als samenleving niet zo heel druk zouden hoeven te maken over het complotdenken, want het is een relatief onschuldig en noodzakelijk bijverschijnsel van de politieke dynamiek. Op z’n slechtst is complotdenken een inefficiënte manier om je stem te laten horen en op z’n best kan het een hardnekkige luis zijn in de pels van de macht. Dat kan ook positieve effecten hebben. Na het verschijnen van de complotfilm JFK van regisseur Oliver Stone bijvoorbeeld, voelde het Amerikaanse Congres zich gedwongen de documenten vrij te geven rond de moord op John F. Kennedy. Door op deze manier transparantie af te dwingen kan het complotdenken een positieve rol hebben in een democratische rechtsstaat.

Binnen het verklaringsmodel van Uscinski en Parent is het bovendien zo dat andere dan actuele politieke omstandigheden – zoals economie, populaire cultuur en technologie - geen noemenswaardige impact hebben op het verloop van het complotdenken. We kunnen googelen op allerlei exquise recepten, maar dat maakt ons niet meteen tot koks, zo lichtten ze hun opvatting over de rol van technologie toe in een gesprek met journaliste Anna Merlin voor haar boek Republic of Lies.[3] Zo is het ook met de complottheorieën die we tegenkomen op Twitter, Telegram of Google: we lezen de complottheorieën wel, maar dat enkele feit transformeert ons niet meteen tot complotdenkers.

Het nieuwe complotdenken
Het model van Uscinski en Parent van het complotdenken als een ‘weapon of the weak’ is aantrekkelijk eenvoudig, maar maakt het moeilijk te begrijpen waarom figuren als Trump en Baudet doorgingen met complotdenken na hun politieke overwinningen. Trump en Baudet wisten zichzelf niet alleen in de kijker te spelen als kandidaat voor verkiezingswinst door een complottheorie in de wereld te helpen; na hun initiële succes gingen ze door met het verspreiden van complottheorieën terwijl dat vanuit het model van Uscinski en Parent niet meer nodig zou zijn.[4]

Ook is het perspectief van Uscinski en Parent op het aandeel van technologie op complottheorieën niet goed te rijmen met de rol die technologieën als Google, Twitter en YouTube inmiddels in de samenleving hebben. Uscinski en Parent betwijfelen of Google iemand uit het niets kan transformeren tot complotdenker, maar dat is volgens mij een verkeerde voorstelling van zaken. Google en andere online technologieën zijn geen ‘instrumenten’ die van buitenaf impact hebben op onze wereld; de rol van online technologieën is meer radicaal: het zijn werelden geworden waarin we in toenemende mate primair socialiseren. Dat verandert het perspectief. We moeten niet kijken naar de invloed van Google, maar nagaan welke plek Google en vergelijkbare technologieën hebben op de wijze waarop we onszelf onderdeel maken van de wereld. Hier kom ik nog op terug.

Tot slot moeten we ons ook afvragen of we het complotdenken kunnen blijven zien als een relatief onschuldig bijverschijnsel van politieke machtsverhoudingen. Hoe onschuldig is het wanneer politici online mogelijkheden aanwenden om het maatschappelijke discours te kantelen richting niet bestaande problemen (zoals Baudet doet als hij stelt dat coronavaccins zijn ingevoerd als experimentele gentherapie)? Hoe mild moeten we als samenleving zijn over individuen die menen dat het zinnige kritiek is om politici af te schilderen als pedofielen en die maatschappelijke aandacht en commotie generen rond niet bestaande problemen, zoals dat van een massagraf van slachtoffers van kindermisbruik in Bodegraven?[5]

We kunnen deze vragen scherper beantwoorden wanneer we een onderscheid maken tussen het klassieke complotdenken van de Truthers, waarop het model van Uscinski en Parent wel van toepassing is en het nieuwe complotdenken - zoals van de QAnon-beweging – dat we met andere ogen moeten bezien.[6]

Klassiek en nieuw complotdenken
Het klassieke complotdenken is gericht op het bieden van een alternatieve theorie over een grote gebeurtenis. Het nieuwe complotdenken gaat over niets. Er wordt in het nieuwe complotdenken geen theorie geponeerd, er worden geen bewijzen gepresenteerd en een duidelijke historische gebeurtenis ontbreekt meestal. Of zoals politieke wetenschappers Muirhead en Rosenblum het omschrijven: ‘conspiracy without theory’.[7] Het nieuwe complotdenken stelt slechts vragen, insinueert of komt met niet onderbouwde stellingnames zoals die van de Amerikaanse oud-president Trump over ‘gestolen’ verkiezingen. Willem Engel, de voorman van de actiegroep Viruswaarheid, kopieerde Trump door na de verkiezingen van 2021 aangifte te doen van verkiezingsfraude. De aangifte werd uiteindelijk wegens gebrek aan bewijs geseponeerd.

Het is zinvol het klassieke complotdenken te bestrijden (te ‘debunken’) door aan te tonen dat de bewijzen flinterdun zijn en dat de door de aanhangers gepresenteerde theorie wel erg onwaarschijnlijk is. Centraal in het klassieke complotdenken staan zogeheten ‘errant facts’, de bewijzen en aanwijzingen die er zouden zijn voor een andere lezing van het historische gebeuren, maar die volgens de complotgemeenschap stelselmatig worden genegeerd. De klassieke complotdenkers mengen zich met hun ‘errant facts’ in een maatschappelijke dialoog en werken, zij het vaak gemankeerd, met methoden en standaarden die verwant zijn aan de wetenschappelijke methode. Ze begeven zich met hun betoog in een wetenschappelijk discours, maar meestal zonder de regels daarvan goed te beheersen of na te leven.

Dit aan de kaak stellen werkt niet in de relatie met het nieuwe complotdenken. Waar te beginnen met het ontkrachten van de these dat de aarde eigenlijk plat is, dat 5G de oorzaak is van corona of dat er pedofielentunnels[8] bestaan waarin honderdduizenden kinderen worden vastgehouden?

Nieuwe complotdenken niet te debunken
Rond de grote gebeurtenissen waaruit het klassieke complotdenken ontstaat, is altijd ook een breder debat gaande dat niet alleen de gemoederen in de complotgemeenschap bezighoudt.[9] Dat is bij het nieuwe complotdenken niet langer het geval: dit debat beperkt zich tot de eigen groep. Waar het klassieke complotdenken een gemankeerde vorm is van een dialoog rond een historische gebeurtenis, kan het nieuwe complotdenken als een volmaakte monoloog worden gezien.

Er wordt in het nieuwe complotdenken geen kritisch gesprek gevoerd met de samenleving. Het nieuwe complotdenken heeft ontdekt dat het mogelijk is zonder het risico van tegenspraak (want iedereen die anders denkt wordt genegeerd) om het even wat te claimen: politici zijn massamoordenaars die aan de leiband lopen van de ‘cabal’[10], de mainstream media zijn een instrument in handen van machtige Joden om de geesten in de samenleving te corrumperen en het klimaatprobleem is een verzinsel uit de koker van globalisten.

Met klassieke complotdenkers was het debat moeilijk te voeren, met de nieuwe complotdenkers is het onmogelijk een debat te voeren. De klassieke complotdenker zoekt binnen het maatschappelijke debat erkenning voor zijn alternatieve lezing, de nieuwe complotdenker zoekt erkenning voor zijn perspectief binnen zijn eigen gemaakte wereld; hij onttrekt zich eenvoudigweg aan de grotere gemeenschap. Dit fenomeen van het nieuwe complotdenken is verbonden met de rol die online consumententechnologie zoals Facebook en Google vandaag in de samenleving heeft.

In 2016 viel Edgar Maddison Welch een pizzeria in Washington binnen. Hij wilde een einde maken aan de pedofiele praktijken die daar in de kelder zouden plaatsvinden. In een emotionele videoboodschap aan zijn dochters verklaarde hij iets goeds te willen doen; hij wilde dat zijn kinderen zouden opgroeien in een betere wereld waar pedofilie uitgebannen is. De euforie van Welch duurde kort: pizza-restaurant Comet Ping Pong bleek helemaal geen kelder te hebben en nergens was een spoor te vinden van Democraten die kinderen mishandelden en hun bloed dronken om eeuwig jong te blijven.

Waar de vele complottheorieën rond 9/11 onwaar zijn en als zodanig ontkracht kunnen worden, ligt dat anders met de #pizzagate-complottheorie. Het principiële probleem is niet dat complottheorieën zoals #pizzagate onwaar zijn, de uitdaging waar ze ons voor plaatsen is dat ze wel waar zijn, maar dan in een alternatieve online wereld.

Dit probleem met nieuwe complottheorieën wordt bevestigd door de notie van ‘alternative facts’ die Kellyanne Conway als naaste medewerker van Donald Trump muntte naar aanleiding van diens inauguratie. De claim van Trump dat er meer mensen bij zijn inauguratie waren dan bij Obama was niet onwaar, maar een alternatief feit, aldus Conway. Met die constatering had Conway helaas het gelijk aan haar kant: er bestaan alternatieve werkelijkheden waarin alternatieve waarheden een realiteit zijn.

De werelden van online en offline zouden tegenwoordig zo met elkaar versmolten zijn dat we ‘onlife’ bestaan: we zouden het verschil bijna niet meer weten tussen de online en de offline wereld. Deze observatie komt van informatie-ethicus Luciano Floridi.[11] Dat onlife bestaan geldt wellicht voor een slimme thermostaat die we onderweg naar huis vanuit onze Tesla besturen, maar niet voor de plek die online sociale media in onze wereld hebben; die hebben zich ontwikkeld tot alternatieve politieke gemeenschappen waarin het waar is dat er bij Trump meer mensen op de inauguratie waren dan bij Obama en waarin het common sense is te beweren dat corona door de politieke elites wordt ingezet om Agenda 2030[12] te verwezenlijken.

Het nieuwe complotdenken onthult, anders dan het klassieke complotdenken, nooit iets. Wat het wel doet is blootleggen hoe het grote technologische project van de eenentwintigste eeuw - internet en daaraan verbonden toepassingen - dreigt te ontsporen. Dat gaat veel verder dan het inmiddels bekende probleem van de zogeheten filterbubbel die in Nederland dankzij Arjen Lubach ook wel bekend staat als de ‘fabeltjesfuik’.[13]

De wereld maken met wat we hebben
Zou de filterbubbel de oorzaak van het complotdenken zijn, dan zouden we kunnen terugvallen op het schema van Uscinski en Parent. Technologie is in dat geval iets van buitenaf dat invloed heeft op de mens. Vanuit dit perspectief is de oplossing binnen handbereik: techbedrijven moeten algoritmes ontwerpen die niet leiden tot een filterbubbel en gebruikers moeten leren kritisch om te gaan met filterbubbels. Hebben we die twee problemen verholpen, dan zal het complotdenken eveneens tot het verleden gaan behoren.

Maar het aandeel van de ontsporing van het techproject in het complotdenken is meer dan een technologisch probleem. Het zou fijn zijn wanneer Facebook algoritmes ontwerpt die niet alleen meerwaarde creëren voor de aandeelhouders van Facebook, maar ook voor de samenleving waarin het bedrijf opereert. Het zou nog beter zijn wanneer we ons als samenleving rekenschap geven van het feit dat onze online wereld niet uit het niets ontstaat, maar gedragen wordt door een hardware van technologieën die momenteel vooral private belangen dienen en ondertussen de samenleving polariseren, die onze samenleving over het algemeen ongelukkiger maken en loszingen van het idee dat er zoiets als ‘common sense’[14] bestaat.[15]

Common sense omvat onder andere de notie dat we in een wereld waarin we samenleven met anderen niet alleen een eigen belang kunnen nastreven, maar genoodzaakt zijn actief bij te dragen aan de vestiging van een belang dat overkoepelend is. Het is hoog tijd onze naïviteit over de rol van online technologieën van ons af te schudden. Het is tijd te doorzien dat deze technologieën meer zijn dan zomaar wat handige instrumenten die we kunnen gebruiken om spullen te kopen, contacten te leggen of te communiceren met burgers. Wanneer we inzien dat het niet alleen ideeën, maar vooral ook technologieën zijn die de wereld zoals we die kennen maken, kunnen we als politiek en samenleving ontwaken uit een sluimerende houding jegens techbedrijven en het soort producten dat zij produceren.

De wereld zoals we die kennen wordt in toenemende mate gevormd door private technologieën met dito belangen, terwijl het aandeel van de traditionele politiek gaandeweg krimpt. Dat dit geen overdrijving is blijkt uit de wijze waarop in complotgemeenschappen op private platformen zoals Twitter en YouTube politieke gemeenschappen worden gesticht met geen ander doel dan het ondermijnen en destabiliseren van de samenleving.

De realiteit van Forumland
In juni 2021 kondigde FVD-leider Thierry Baudet de stichting van Forumland aan. Het zou een compleet nieuwe wereld moeten worden met eigen scholen, sociale media, munt (bitcoin), voorzieningen en media. Het idee werd weggehoond als het zoveelste voorstel van een politicus die het contact met de realiteit is kwijtgeraakt. Toch moeten we het voorstel wat mij betreft zeer letterlijk nemen. Baudet kán die uitspraak doen omdat online technologieën hem in staat stellen buiten het gezond verstand om eigen kanalen te stichten waarin nieuwe waarheden worden geponeerd die beoordeeld worden met eigen maatstaven.

Zoals we de alternatieve feiten van Kellyanne Conway letterlijk moeten nemen, zo kunnen we ook Forumland letterlijk nemen. Het is mogelijk om online technologieën niet alleen te gebruiken om een mening of tegengeluid te laten horen, maar een werkelijkheid te stichten buiten het maatschappelijke debat om. Baudet kwam bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 niet opdagen bij debatten op de publieke omroep en wanneer hij wel kwam, stapte hij weer snel op. De aandacht die hij daarmee genereerde zette hij in voor filmpjes op zijn eigen kanalen.

Het probleem met het nieuwe complotdenken is niet dat het tegen het gezond verstand ingaat, maar dat het zich niets aan het gezond verstand gelegen laat liggen en eenvoudigweg een alternatieve werkelijkheid creëert. Het nieuwe complotdenken pioniert daarmee in een nieuwe fase die de online technologieën en mogelijkheden bieden. Waar die online mogelijkheden een aantal jaar geleden nog werden geprezen om de stem die ze gaven aan de maatschappelijk gemarginaliseerden, zien we nu dat ze een stem geven aan groepen in de samenleving die zich aan de maatschappij en maatschappelijke noden niets gelegen laten liggen.

 

Politiek antwoord

Er is een aantal manieren waarop de politiek zich het probleem van het nieuwe complotdenken moet aantrekken. In de golf van complotdenken dat ons overspoelde vanaf het begin van de coronapandemie kwam er naast veel kritiek op complotdenkers ook het geluid op dat we meer naar de complotdenker zouden moeten luisteren. We moeten de complotdenker niet uitsluiten van het maatschappelijk debat zo werd beweerd, maar juist een stem geven. Mijn stelling is dat we hier uiterst voorzichtig mee moeten zijn.

Zij die beweren dat we beter moeten luisteren, plaatsen de complotdenker in het perspectief van de machtelozen die zich niet gehoord weten door de politiek en die zich gemangeld voelen door uitvoeringsorganisaties van de overheid. De slachtoffers van de Toeslagenaffaire vallen in deze categorie. De nieuwe complotdenker daarentegen is degene die ontdekt dat het mogelijk is om zonder dat tegenspraak hem kan raken, een belang na te jagen dat de samenleving louter schade toebrengt.

De complotdenker vermomt zich wel als de machteloze, maar is juist degene die zijn kracht ontdekt in de mogelijkheden van een online wereld. Wanneer die kracht wordt ingezet tegen de samenleving moet die bestreden worden. Niet alleen door datgene wat de complotdenker stelt te ontkrachten (debunken) – dat blijft ook nodig – maar vooral door te onderkennen dat het complotdenken zichtbaar maakt hoe online en offline werelden uit elkaar drijven. Op dat punt heeft de politiek een belangrijke verantwoordelijkheid die nu vaak niet wordt genomen.

De ‘onlife experience’ waarmee Floridi ons bestaan karakteriseert is vooralsnog een utopie gebleken. Online werelden zijn niet versmolten met onze fysieke leefwereld, maar bewegen zich daar juist vandaan; ze bieden groepen in de samenleving die niet meer mee kunnen of willen doen in de wereld de mogelijkheid zich definitief af te keren van de gedeelde wereld. Dat is een politiek probleem.

De politiek draait niet zozeer om de zorg voor het individu, maar om de zorg voor het behoud van een gemeenschappelijke wereld.[16] Op dit moment zijn het vooral private technologieën die deze zorg op zich hebben genomen en het is aan de politiek om die rol terug te pakken. De politiek zou hier concreet werk van kunnen door het debat op gang te brengen over de rol van technologie in de samenleving. Technologieën zijn immers niet (alleen) de motor van vooruitgang, maar vooral het startpunt van waaruit de standaarden worden gewijzigd voor hoe we samenleven. Technologie zet de standaard, maar het is een politieke vraag hoe we die standaard waarderen. Veel meer dan nu het geval zou de politiek zich vanuit dat uitgangspunt in de discussie rond technologie moeten mengen.

De politiek moet dichter op de huid kruipen van technologische ontwikkeling want zo wordt voorkomen dat technologie een standaard zet die we als samenleving eigenlijk niet willen. Evengoed moet de politiek onderscheid leren maken tussen de complotdenker en de machteloze. Vaak zal het ook zo zijn dat de machteloze uiteindelijk opschuift in de richting van het complotdenken. Dat moet worden voorkomen en daar heeft de politiek een belangrijk aandeel in.

Het is aan politici om dicht op de burger blijven, fysiek contact te zoeken met gemarginaliseerden in de samenleving en de stem die ze hebben, aan te wenden om de macht te corrigeren en de waarheid te zeggen. Politici in gemeenteraden en de Tweede Kamer hebben de maatschappelijke rol van ‘waarheidspreker’ in relatie tot de macht en die verantwoordelijkheid moet worden genomen.[17]

Nu vermommen complotdenkers zich als de waarheidsprekers in de samenleving. Ze maken daardoor de stem van degenen die kritiek uiten verdacht en weten en passant ook de gemarginaliseerden in hun kamp te trekken. Die voelen zich immers eindelijk gezien en gehoord en dat niet in de laatste plaatst omdat ze kunnen meedoen in een verzet tegen de macht.

De politiek moet ervoor waken dat de rol van waarheidspreker in de samenleving wordt gekaapt door groepen die uit naam van de waarheid de aandacht van de samenleving kantelen richting niet bestaande problemen. Onderdeel daarvan is dat de politiek de gemarginaliseerden in de samenleving omarmt en de degenen die zich ten onrechte als zodanig vermommen ontmaskert. Het omarmen van de kwetsbaren impliceert mede dat de politiek een visie heeft op technologische ontwikkelingen en de wijze waarop die groepen in de samenleving kunnen raken door bijvoorbeeld het verlies van banen aan automatisering en de afkalving van de waardigheid van werk.

Technologische ontwikkeling is anders dan vaak wordt aangenomen niet een noodzakelijkheid, maar een mogelijkheid. Waar die mogelijkheid de mens helpt een betekenisvolle plek in de samenleving te vinden moeten we deze toejuichen. Wanneer technologie ons juist vervreemdt van onze plaats in de samenleving ligt er een cruciale rol voor de politiek om het tij te keren.

Noten

  1. Joseph Uscinski & Joseph Parent (2014). American conspiracy theories, Oxford University Press, Oxford.
  2. De stromingen onder de Truthers vallen uiteen in de kampen Let It Happen (LIHOP) en Made It Happen (MIHOP).
  3. Anna Merlan (2019). Republic of lies, Metropolitan Books, New York.
  4. Trump zette zichzelf in 2012 en 2016 op de kaart als aanhanger van de Birther Movement, Baudet deed het bij de verkiezingen van 2017 met zijn complottheorie over het neerhalen van de MH-17: niet Rusland had het gedaan, maar Oekraïne, met steun van de CIA.
  5. NOS (2021). Complotdenkers in Bodegraven, 8 juli 2021.
  6. QAnon ontstond in 2017 op het online sociale netwerk 4-Chan. Volgens de theorie zou de figuur Q een hooggeplaatste functionaris zijn, mogelijk Trump zelf, die via cryptische boodschappen (Q-drops) allerlei voorspellingen deed over aankomende malversaties van ‘the Deep State’ en reacties daarop van Trump. In 2019 verscheen de Amazon bestseller: QAnon: An invitation to the great awakening, Relentlessly Creative Books.
  7. Russell Muirhead en Nancy Rosenblum (2020). A lot of people are saying: the new conspiracism and the assault on Democracy, Princeton University Press, Princeton.
  8. Zie bijvoorbeeld: Regio15.nl (2020), Demonstraties tegen pedofilie en kindermisbruik, dd. 22 augustus 2020.
  9. Kathryn Olmsted (2019). Real enemies: conspiracy theories and American democracy, World War I to 9/11, Oxford University Press, New York.
  10. De cabal is de verzamelnaam die in complotkringen wordt gebruikt voor de elites die achter de schermen aan de touwtjes trekken. Dat zouden rijken zoals Bill Gates, machtigen en vooral joodse bankiers.
  11. Luciano Floridi, et.al (2015). The Onlife Manifesto, Springer, Londen.
  12. Agenda 2030 is de duurzaamheidagenda van de VN. In de complotkringen staat Agenda 2030 voor de verborgen route van de wereldwijde elite richting wereldheerschappij.
  13. Eli Pariser (2011). The filter bubble: what the internet is hiding from you, Londen, Penguin Books.
  14. Het begrip ‘common sense’ verwijst in deze context naar een gemeenschappelijk verstaan of begrijpen.
  15. Zie voor het ‘ongelukkiger maken’ het inzichtelijke werk van de Amerikaanse psycholoog Jean Twenge (2018). iGen: why today’s super-connected kids are growing up less rebellious, more tolerant, less happy and completely unprepared for adulthood, Atria Publishing, New-York.
  16. Cf. Hannah Arendt (1993). Was ist Politik?, Piper, München/Zürich.
  17. Michel Foucault (2018). De moed tot waarheid, Boom, Amsterdam.

Auteur(s)

Dossiers

Voor een thematisch overzicht van al onze artikelen en publicaties, zie onze dossiers

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

S&D bestaat sinds 1939, verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Een online abonnement kost € 2 per maand. U kunt zelf een account hiervoor aanmaken onder mijn S&D, of stuur een e-mail naar send@wbs.nl.

Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2020)

Inzenden kopij

De redactie van S&D verwelkomt kopij. Artikelen kunnen worden gemaild naar send@wbs.nl. Artikelen aanleveren in Word, bronvermelding in eindnoten (apa). Richtlijn aantal woorden: 2500-3000. Idealiter vormen artikelen in S&D een mix van wetenschap, politiek en essay. De redactie van S&D beslist over plaatsing van binnengekomen kopij. Ze beoordeelt daarbij op basis van de volgende criteria:
- een heldere opbouw en schrijfstijl (geen jargon) en duidelijke vraagstelling
- een goede onderbouwing van standpunten met argumenten, weging van de tegenargumenten en bronvermelding
- vernieuwing van de gedachtevorming binnen de sociaal-democratie
- toegevoegde waarde t.o.v. bestaande inzichten/onderzoeken
- politieke relevantie

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik de Boer, Meike Bokhorst, Wimar Bolhuis, Klara Boonstra, Ruud Koole, Wiljan Linders [eindredactie], Marijke Linthorst, Kiza Magendane, Annemarieke Nierop [hoofdredactie], Bram van Welie

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl