Vorige week brachten de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gezamenlijk een zogenoemde ‘Signalering’ uit. In dit document constateren beide organisaties dat zij steeds vaker meldingen en aanwijzingen krijgen over oneigenlijke besteding van zorggeld en ‘twijfelachtige financiële en organisatorische constructies’. In 2017 ontving het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) 675 signalen, waarvan er 450 afkomstig waren van IGJ en NZa samen. Het gaat om belangenverstrengeling en het omzeilen van wettelijke bepalingen waardoor zorggelden oneigenlijk worden besteed. Vaak kunnen IGJ en NZa op het schenden van normen niet, of niet rechtstreeks, handhaven. De organisaties pleiten daarom voor een duidelijke norm voor een integere en professionele bedrijfsvoering en een adequaat (wettelijk) instrumentarium. Het staat er een beetje omfloerst maar eigenlijk zeggen de organisaties: er wordt gesjoemeld met zorggeld en wij kunnen daar niet tegen optreden.

Oneigenlijk gebruik van zorggeld betekent dat zorggeld besteed wordt aan zaken waar dat geld niet voor bedoeld is of die zelfs verboden zijn. Zoals het uitkeren van winst. Dat kan omdat de regels in de verschillende sectoren van de zorg uiteenlopen. Extramuraal, dat wil zeggen voor zorg die buiten de muren van een instelling wordt verleend, is het uitkeren van winst toegestaan. Huisartsenpraktijken en apothekers vallen bijvoorbeeld niet onder het verbod op winstuitkering. Dat is wel het geval voor instellingen die intramurale zorg bieden, zoals ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Het verbod is gemakkelijk te omzeilen. Om erkend (en dus ook vergoed) te worden als zorgaanbieder is een WTZi-vergunning vereist (WTZi staat voor Wet Toelating Zorginstellingen). Om de vergunning te krijgen moet de zorgaanbieder aan allerlei regels voldoen op het terrein van goed bestuur en valt hij onder het verbod op winstuitkering. Een aldus erkende zorgaanbieder hoeft de zorg echter niet zelf te leveren. Hij kan bijvoorbeeld een bv oprichten waar hij de zorg aan uitbesteedt. Deze bv valt niet onder de eisen van de WTZi en mag dus wel winst uitkeren. Het biedt lucratieve mogelijkheden voor U-bocht constructies waar ook volop gebruik van wordt gemaakt.

Dat deze praktijken bestaan is al langer bekend. In de zomer van 2017 berichtte het Financieele Dagblad hierover. De Tweede Kamer vroeg om nader onderzoek te doen naar de bv’s (hoeveel zijn het er, hoeveel winst wordt er uitgekeerd), maar toenmalig minister Schippers vond dit niet nodig. Het viel allemaal binnen de wet- en regelgeving. De Inspectie zag toe op naleving en dat was volgens haar afdoende. In de blog van 6 november van dat jaar vond ik dat opmerkelijk. De Inspectie kan optreden als er een overtreding wordt geconstateerd, maar de bv-constructie is volkomen legaal.

Nu trekken IJG en NZa zelf aan de bel. Dat is bijzonder. Zij signaleren dat zij niet voldoende grondslag en middelen hebben niet-integer gedrag van bestuurders en/of niet integere bedrijfsvoering in de zorg aan te pakken. Hierdoor, stellen zij, staan de “publieke waarden kwaliteit, veiligheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg onder druk.” De organisaties vragen onder meer om eisen te stellen aan de uitbesteding van diensten en de verantwoording door de ondernemingen waaraan de zorg of andere activiteiten aan worden uitbesteed; een wettelijke bevoegdheid voor de extern toezichthouder (IJG en NZa) om een toelating van een zorgaanbieder te weigeren of in te trekken wanneer een (beoogde) zorgaanbieder niet voldoet aan de door IJG en NZa geformuleerde normen; voorkomen dat een zorgaanbieder die niet-integer heeft gehandeld een door de toezichthouder opgelegde maatregel kan ontlopen door zijn WTZi-vergunning in te trekken; verhinderen dat de wettelijke norm omzeild kan worden door binnen een concern met meerdere entiteiten te werken. Het lijken me geen overdreven eisen voor een sector waarin zoveel publiek geld omgaat.

Dat via een omweg toch winst kan worden uitgekeerd is het gevolg van de verschillende regels voor de diverse vormen van zorg.  Een gelijkschakeling kan in principe op twee manieren: het wordt intramurale voorzieningen ook toegestaan om winst uit te keren of het wordt extramurale zorgaanbieders juist verboden. Op dit punt lijken de Tweede Kamer en de minister niet op één lijn te zitten. De Tweede Kamer nam in januari 2017 een motie aan van Mona Keijzer waarin de regering werd verzocht met voorstellen te komen om ook in de extramurale zorg winstuitkering te verbieden. Minister Bruins is nog niet met voorstellen gekomen. Hij stuurde de Tweede Kamer in juli 2018 juist een brief waarin hij aankondigde te onderzoeken of ook intramurale instellingen winst uit mogen keren.

Volgende week over de overwegingen bij en de consequenties van beide oplossingsrichtingen.